Liefs uit de woestijn. Zo sluit ik meestal een email of bericht af. Negen jaar geleden ben ik geëmigreerd naar de woestijn in Jordanië. Om in een tent te gaan wonen. Acht kilometer van het dichtstbijzijnde dorp, zonder elektriciteit, met veel zand, zonder water, met paarden, midden in de natuur in de schoonheid en weidsheid van de woestijn.

Heimwee

Ik heb voor Jordanië gekozen nadat ik er voor het eerst op bezoek ben geweest op een zakenreis; ik was net importeur geworden van La Cure Dode Zee cosmetica en wilde de mensen achter het bedrijf leren kennen. De Dode Zee bezoeken en een beetje van Jordanië zien. Het was onbeschrijfelijk. Het deed iets met me. Dat had ik niet verwacht. Ik kreeg al heimwee toen ik in het vliegtuig terug naar Nederland zat alhoewel ik die eerste keer nog niet eens in de woestijn ben geweest waar ik nu woon. Na drie maanden keerde ik met mijn zoons terug om het land beter te leren kennen. We reisden altijd al regelmatig, maar meestal in Europa. Zo ben ik iedere paar maanden naar Jordanië getrokken, als een magneet die aan me trok. Ik voel me er zo thuis. Na viereneenhalf jaar ben ik gaan kijken of ik er niet kon wonen. Na zes jaar heen en weer reizen, geëmigreerd.

Wonen in een tent in de woestijn

Voor mij was het een droom die uitkwam. Al mocht het maar negen maanden duren, het zijn misschien wel de mooiste maanden van mijn leven geweest. Het was afzien zo blootgesteld te worden aan de elementen. Verzengende hitte, zoveel regen dat er watervallen en meren ontstonden in de woestijn, slapen onder natte dekens. Alles verwoestende stormen; tenten scheurden en vlogen weg in de wind. Zandstormen die het zand in ieder kiertje en mechanisme duwden. Maar bovenal het gevoel van vrijheid, leven in de natuur, samenwerken met de elementen, blij zijn met wat er is, samenleven met mijn zoon, de vrijwilligers, de paarden, honden die kwamen aanlopen en een verdwaalde kat die zich gedroeg als een hond.

Woestijnavonturen

Een salamander in de keuken die we Fred noemden. Een muis met een staart als een eekhoorn. Onze etenswaren bewaarden we daarom maar in groentekratjes hangend aan het plafond in de “keuken”. Iedere dag scheen de zon overvloedig. Het gezellig samenzijn rond het kampvuur waar we muziek maakten en zongen met vrijwilligers en bedoeïenen. Maar we zochten ook oplossingen voor problemen. Bijvoorbeeld voor een vastgelopen tractor met volle watertank in de woestijn. Of een tractor die niet meer wil starten. Een Jordaanse jongen die met tractor en volle watertank de beerput in reed, een generator die we niet konden gebruiken omdat die vermoedelijk was gesaboteerd. Een 4×4 wheel pickup die in de prak werd gereden door de broer van mijn zakenpartner…

Vervlogen met de wind

Na negen maanden verhuisden we naar het dorp. Niet vrijwillig, mijn zakenpartner had het af laten weten omdat hij ‘ziek’ was. Hij kwam echter terug nadat hij getrouwd was en nam de boel over met geweld. Ik moest er uit en bleek alleen gebruikt te zijn voor de investering. Natuurlijk heb ik het daar niet bij laten zitten. De zakenpartner is verschillende keren in de gevangenis beland vanwege mijn zaak. Maar mijn toekomst en droom, de reden om te emigreren, de paarden en mijn plekje in de woestijn, alles was vervlogen met de wind.

Schouders eronder tot die ene foute liefde

We zetten onze schouders eronder, mijn zoon, de vrijwilligers en ik. Een nieuwe website voor onze reizen werd gemaakt. Gasten bleven komen. Eén van de Bedoeïenen die vaak langs kwam in de woestijn nam me op in zijn familie. We woonden in het huis naast hem. Hij kende mijn liefde voor paarden en kocht een merrie die bij ons in de tuin huisde. Tijdens de voorbereiding van een reis kwam ik echter een man tegen waar ik veel voor voelde. Hij vroeg me om naar Petra te komen. Ik zag een toekomst met hem wel zitten, ik was toch alles, behalve mijn eigen bezittingen, al kwijt. We trouwden en het voelde goed. Beetje bij beetje werd ik echter steeds meer beperkt in mijn vrijheid, terwijl hij alles deed wat God verboden heeft, liegen en bedriegen. Daar kwam ik pas later achter. Hij wilde een Jordanese vrouw van mij maken en bleek enorm jaloers en wantrouwig. Eerst heb je dat nog niet in de gaten omdat je er middenin zit maar stapje voor stapje ging hij steeds verder over mijn grenzen.

Op het moment dat zijn handen steeds losser kwamen te zitten, besefte ik pas ten volle in welke situatie ik was beland.

Ik kon niet op tegen een geesteszieke man. Maar ik kon ook niet zomaar weg als getrouwde vrouw. Na drie jaar is het me gelukt om met de hulp van de ambassade te vluchten. Terug naar het dorp aan de rand van de woestijn waar ik daarvoor woonde. De Bedoeïenen vriend had me meerdere malen op het hart gedrukt dat er altijd een kamer voor mij was in zijn huis met toen zes kinderen.

Gevlucht naar een vrijwillige ‘gevangenis’

Ik was niet meer dan een schim van mezelf. Nauwelijks 50 kilo bij een lengte van 1.80 meter. Geestelijk sterk maar toch gekneusd. Zonder zelfvertrouwen en zonder vertrouwen in andere mensen. Aangekomen bij mijn Bedoeïenen vriend werd ik meteen naar zijn ouders gebracht in het naastgelegen huis. Zijn moeder pakte mijn hand en zei alleen maar habibti, habibti : mijn lieveling. Zijn vader die ik ‘opa’ noem, zat erbij met tranen in zijn ogen. Ik mocht de straat niet op maar het erf was gelukkig groot. Maar de kans dat mijn man me terug zou eisen en op zou halen, was ook groot. Ahmad, de vriend, die me in zijn huis had gehaald, hielp me om de scheiding in gang te zetten. Na bijna drie maanden mocht ik alleen naar Aqaba met de bus.

Ik zag overal schimmen, bleef achterom kijken of ik werd gevolgd. De angst zat er goed in.

Na een paar keer alleen op stap te zijn geweest, werd dat pas beter. De afgelopen jaren werd ik ook nog eens achtervolgd door een stalkster via het internet en email die mij en mijn bedrijf kapot wilde maken. En dat is haar en mijn ex-man aardig gelukt. Maar ik liet me er niet door weerhouden, al durfde ik mezelf niet meer zichtbaar te maken. Er was werk aan de winkel om met mijzelf in het reine te komen, om alles onder ogen te zien. Ik zat in de overleefmodus maar heb er ruimschoots de tijd voor genomen om mezelf te hervinden en zakelijk weer op te krabbelen.

Verliezen en opstaan

De moeder van Ahmad, mijn Bedoeïenen vriend, overleed een maand nadat ik was gearriveerd. Een week ervoor zaten we samen op de veranda. Haar geiten en haar tuin waren haar leven. Maar ze kon het werk niet meer aan. Ik heb haar toen beloofd dat ik haar zou helpen met de tuin. We hebben er helaas nooit samen in kunnen werken. Maar ik hield mijn belofte en de tuin bloeide op. Het werd een groene oase met groenten, kruiden en fruit op het erf van zand. Kort daarna trok ik bij opa in. Zijn leeftijd zal tegen de honderd jaar zijn. Van geest is hij gezond maar zijn lichaam laat het steeds meer afweten. Ik werd zijn mantelzorgster en hield zijn huis schoon. Ik verzorgde opa steeds meer, hield hem gezelschap en kookte voor hem en de familie van Ahmad in de avond. Door voor iemand te zorgen werden mijn eigen problemen draagbaarder en ik had een dak boven mijn hoofd, kreeg goed te eten en sterkte aan. Bovendien is opa een spraakzame man met mooie verhalen. Ik leerde steeds beter Arabisch verstaan en spreken.

Nog een klap te verwerken

Ahmad was echter niet in orde. Hij werd steeds vaker ziek maar wilde er niet aan toegeven. Een paar keer zei hij me take care for my kids als losstaande opmerking als hij bijvoorbeeld in zijn auto stapte. Zijn vrouw was zwanger van nummer acht. Op een ochtend, heel vroeg, kwam zijn broer met zijn gezin langs: Ahmad was op zijn werk onwel geworden. Met veel hulp hebben ze hem naar het ziekenhuis kunnen krijgen waar hij niet naartoe wilde. In de ochtend was hij er niet meer, een hartstilstand. Hij heeft me altijd gezegd dat hij niet oud zou worden, hij wist dat hij zou sterven. Ik kon het niet geloven, de enige man die ik kon vertrouwen, een harde bolster met een hart van goud, was er niet meer. Ik bleef bij opa. Hij had het er, net als de zwangere vrouw van Ahmad en zijn kinderen moeilijk mee, zijn jongste zoon te overleven. Er was altijd familie in huis en ik ging iedere dag langs. Het was altijd de wens van Ahmad dat ik naar de Wadi Rum zou gaan, 35 kilometer verderop, naar zijn beste vriend Abdullah.

Een nieuwe toekomst in de Wadi Rum Woestijn

Ik kende Abdullah al veel langer. Bij alle reizen in de Wadi Rum woestijn was hij onze gids. Ook nu had ik weer gasten en wendde me tot Abdullah. Hij haalde me op, liet me in het woestijnkamp slapen, kocht paarden om met gasten door de woestijn te kunnen rijden en een hond, een Saluki die eerst bij het kamp verbleef. Ik werd vaker opgehaald om de paarden te trainen en mijn verblijf in de woestijn werd steeds langer maar ik kon opa niet in de steek laten.

Een jaar nadat Ahmad was overleden ging ik voor een maand naar Nederland. Een broer trok met zijn gezin tijdens mijn afwezigheid, in bij opa. Bij terugkomst bleven ze en was ik te veel. Ik mocht mijn taken, opa verzorgen en koken, niet meer uitvoeren. Het enige wat ik kon doen was het huis schoonmaken. De tuin was overgenomen door de vrouw van de broer. Ik heb Abdullah gebeld om me op te halen en te informeren naar een leeg huis in zijn dorp. Na een maand verhuisde ik naar een klein dorpje aan de rand van de Wadi Rum woestijn.

Thuis gekomen

Daar woon ik nu alweer twee jaar. Eindelijk ben ik op mijn bestemming gekomen. Met de paarden om me heen, met de hond in huis. Bijna vanaf niets ben ik samen met Abdullah’s hulp weer opnieuw begonnen. We krijgen steeds meer gasten voor onze woestijnreizen. Mijn droom is werkelijkheid geworden. Ik leef het leven dat ik wilde leiden toen ik emigreerde, met geweldige mensen om me heen. Ook zij hebben me opgenomen in hun familie terwijl ik in mijn eigen huisje woon. In negen jaar heb ik eindeloos veel lessen geleerd. Heb ik afscheid moeten nemen van de mensen die me het liefste waren. Over mijn woestijnleven in Jordanië verschijnt volgend jaar een boek waaraan ik nu schrijf. Teruggaan naar Nederland was nooit een optie. Mijn leven is hier, in Jordanië in de woestijn als een Bedoeïenen tussen de Bedoeïenen. Eindelijk gevonden waar ik naar op zoek was. Thuisgekomen.

Liefs uit de woestijn,
Brenda

ONTMOET OOK ONZE ANDERE WERELDWIJVEN

mm
Marhaba, welkom. Ik ben Brenda, al 9 jaar zwervend door woestijnen in Jordanië. Levend in een tent, nu in een echt huis samen met Saluki Wurad, mijn trouwe hond. Ik ben gids te paard, soms per kameel in de Wadi Rum woestijn. Het Bedoeïenenleven delen Abdullah, mijn collega en 'broer', met veel liefde met onze gasten. Inspiratie op Jordan Desert Journeys. Over mijn Jordanië-avontuur schrijf ik een boek. Voor De Wereldwijven inspirerende blogs over het woestijnleven.