Het is een woensdagochtend in augustus. Om 11.00 uur staat de zon al hoog aan de Turkmeense hemel. Midden in de woestijn, waar het kwik ondertussen is opgelopen tot 40 graden, zijn we als een gek heen en weer aan het rennen tussen onze motoren. Er is paniek!

Onheilspellende situatie

Er zit een gat ter grootte van een kamelenoog in de grote jerrycan die we hadden meegenomen. “Snel! Sneller!” Zo snel als we kunnen gooien we de resterende benzine in de motor. Een soort overlevingsinstinct is aan gegaan en probeert zo snel mogelijk te handelen. De kans om het niet te overleven is nog niet eens door mijn hoofd gegaan… Hoe zijn we ook al weer in deze onheilspellende situatie terecht gekomen?

De dronken douanier

Het verhaal in Turkmenistan begon twee dagen geleden. Op maandagochtend rijden we de grens over van Iran naar Turkmenistan. Het kost ons welgeteld drie uur en 45 minuten om formulieren in te vullen, handtekeningen te zetten en verschillende douaniers te overtuigen van het nut van ons bezoek aan hun land. We sluiten de corrupte politiek af met een naar alcohol ruikende douanier die op Bertha’s motor een proefrondje wil gaan rijden. Terwijl hij zijn been over de motor slingert, valt hij er met dezelfde vaart aan de andere kant weer vanaf. Gelukkig lijkt het hem bij nader inzien toch niet zo’n goed idee.

Morfine als thuiskomertje

“Misschien valt er nog iets te halen op het gebied van medicijnen”, zie ik hem denken en binnen no-time heeft hij de EHBO-doos gevonden. Een groot aantal medicijnen zijn verboden in het land, bijvoorbeeld medicijnen met cafeïne of morfine. De zware medicijnen met morfine die we mee hebben willen we kosten wat het kost behouden. Na een eventueel ongeluk zouden deze dienst doen als ‘thuiskomertje’. En ondanks dat de douanier last heeft met zijn coördinatie, weet hij onze zware medicijnen met morfine er tussenuit te vissen. Ik zie zijn ogen glunderen, hij heeft duidelijk zin in een volgende trip, ditmaal niet op alcohol, maar op medicijnen. Onze hersenen werken op volle toeren, maar gelukkig hoor ik op dat moment Erik naast me: “These medicines are good against flies”. Ik bevestig deze opmerking zo overtuigend mogelijk en al snel heeft de douanier zijn interesse in het doosje verloren. Alle medicijndoosjes worden terug gesmeten in de koffer:“It’s ok”. Yes, we mogen het land in. Turkmenistan, here we come!

De Truman Show

Ik weet eigenlijk niets over het land, maar heb enkel bizarre verhalen gehoord over de voormalige president. Wanneer we de hoofdstad Asjchabad binnenrijden, gaat mijn mond open van verbazing. Het lijkt wel alsof ik me in de Truman Show bevind, de voormalige president Turkmenbashi heeft de Turkmeense wereld naar zijn hand gezet. De vierbaanswegen zijn kaarsrecht, alle huizen zijn wit en alle lantaarnpalen en overheidsgebouwen zijn afgewerkt met marmer en bladgoud. En het gekste van alles is, we lijken de enigen op straat.

WIL JE LEZEN WAT ER AAN HET PLANNEN VAN HAAR WERELDREIS VOORAF GING, LEES DAN HIER

De dollarbiljetten uit Nederland

Dat toeristen hier niet welkom zijn bleek al bij de grens, maar wordt ons in de hoofdstad nogmaals duidelijk gemaakt. Alle lege hostels schijnen spontaan vol te zitten en we zijn aangewezen op de duurdere hotels. Hier wordt niet in Turkmeense Manat betaald, maar enkel in Amerikaanse dollars en deze dienen aan een bepaalde standaard te voldoen. De biljetten die we destijds bij de bank in Nederland gepind hebben blijken dit niet; te gekreukt, inkt op de hoeken, lijken niet echt en zijn bovendien te oud, dus van vóór 2010. Ook biljetten met een nietgaatje erin worden zonder pardon teruggegeven. Uiteindelijk blijkt het betalen met de creditcard de enige oplossing. De vooruitstrevendheid van het land wordt niet onder stoelen of banken geschoven.

De grote woestijnoversteek

Na een dagje sightseeing door de hoofdstad maken we ons op voor de tocht door de woestijn. De oversteek van Asjchabad naar het noorden van Turkmenistan, Kunye-Urgench, is zo’n 600 km. Op deze route staat welgeteld één benzinestation en via via horen we dat deze al ruim een half jaar geen benzine heeft. Met onze twee motoren kunnen we in ieder geval 300 km rijden met een volle tank à 19 liter. We besluiten nog minimaal 30 liter extra mee te nemen. Dit zou wel voldoende moeten zijn, desnoods moeten we de laatste kilometer lopen…

Op zoek naar de juiste jerrycan

Helaas is er in de hele stad geen winkel te vinden die jerrycans verkoopt. We gaan naar de Russische Bazaar, maar hier blijken ze alleen plastic rotzooi te verkopen. Uiteindelijk vinden we na drie tankstations een station met wat oude olietankjes. We kiezen de schoonste twee uit en spuiten ze met water enigszins schoon. We hebben zelf nog twee jerrycans van drie liter, tezamen met de nieuwste aankopen van vijf en twintig liter moeten we de oversteek kunnen halen.

Daar gaan we…

Het is een lange rechte weg door de woestijn naar de Derweze krater, een toeristische trekpleister halverwege. Zoals gebruikelijk bepaal ik het tempo en rijd voorop. Onderweg zien we opeens een oase. Echt heel bizar! Ook zien we kuddes kamelen lopen. Ze lopen zelfs over de weg heen. En dan na zo’n 200 kilometer hoor ik plotseling Erik door het intercomsysteem schreeuwen: “Stop, stop, stoppen!!! Je moet NU terugkomen! De grote jerrycan is eraf gevallen!”. We zetten de motoren naast de gevallen jerrycan die al een spoor van benzine op het wegdek heeft achtergelaten. Het blijkt onmogelijk om de twintig liter tank in één keer over te gieten in de benzinetank. Dan maar eerst die van vijf liter erin gooien en deze gebruiken als overschenktank. We roeien met de riemen die we hebben en vijftien minuten later zitten beide motoren vol. Pffoe! Volledig bezweet laten we ons vallen in het warme zand. We zijn kapot! Maar de timing had niet beter kunnen zijn. Het zal erom spannen, maar als het goed is gaan we het net aan halen.

Water en sappige meloenen langs de kant van de weg

Nog dezelfde dag bezoeken we de krater van Derweze, oftewel de Poort naar de Hel. Dit aardgasveld staat bekend om zijn aardgasvuren die sinds 1971 continu branden. De volgende dag vervolgen we onze weg naar het noorden en leggen de 280 kilometer in acht uur af.

Dit lijkt pas echt de Poort naar de Hel!

Asfalt maakt plaats voor puin, puin maakt plaats voor grind. Op de meeste stukken is het beter om naast de weg te rijden door het zand dan over de weg. 100 kilometer voordat we de stad bereiken doemt er opeens een winkeltje op. Gelukkig, water!! We hadden gister twaalf liter meegenomen, maar in deze hitte is alles er zo snel doorheen gegaan. De eigenaresse is net een watermeloen voor haar kinderen aan het snijden en trakteert ons ook op een paar partjes. Smullen geblazen! Als bedankje geven we de kinderen een paar van onze stickers. Vol nieuwe energie stappen we weer op onze motoren en komen tot onze verbazing tien kilometer verderop langs een nieuw gebouwd tankstation. Deze hadden we niet verwacht! Wat een geluk! De benzinestress vliegt van onze schouders af en opgelucht tanken we de motoren vol. We geven elkaar een knipoog, gelukkig loop dit avontuur goed af.

mm
Hoi, ik ben Bertha! Momenteel ben ik op reis op de motor van Amsterdam naar Australië. Speciaal voor De Wereldwijven schrijf ik over de te gekke, bizarre en soms emotionele situaties waar ik tijdens het reizen in terecht kom. Mijn reisavonturen zelf zijn te volgen via BEontheroad.nl.