Bijna acht jaar geleden emigreerde ik en inmiddels ben ik 32. Ik blijf schrikken van de gedachte dat ik dus al min of meer 25% van mijn leven in Colombia woon. Hoe goed geïntegreerd ben ik eigenlijk na al die tijd?

Bouw je broodje

Voor mij is integratie een soort van´bouw je broodje’. Ik ben dol op kaas en die kies ik dan ook vrijwel altijd als basis. Je kunt niet alleen kaas eten dus er moet wel een broodje onder. En dan kun je kiezen uit iets wat ik voor het gemak even de add-ons noem. Sla, tomaat, komkommer, ei, zout en peper, etc.

Welnu, wat moet ik hebben om te overleven? De taal leren en de cultuur begrijpen. Dat is het broodje. Mijn Nederlandse normen en waarden, cultuur en mijn eigen persoonlijkheid zijn mijn basis, mijn kaas. En vervolgens kies ik. Wat vind ik leuk aan Colombia en zou ik dat op mijn broodje willen? Misschien hebben ze zelfs wel iets anders dan wat ik bij de Nederlandse bakker kan krijgen.

In het begin is het makkelijk om te zeggen. Doe mij maar alleen kaas, heck laat dat broodje maar zitten want in Nederland is het brood en de add-ons toch allemaal beter. Maar al snel merk je iedere dag uitsluitend kaas ook niet werkt. Dus je probeert het Colombiaanse brood en met de tijd merk je dat de add-ons ook lang zo slecht niet zijn.

Het is in mijn ogen meer een fusie tussen twee culturen, dan een volledige adoptie van de nieuwe cultuur, zoals we dat in Nederland nog wel eens neigen te denken.

Hoe kwam mijn Colombiaans-Nederlandse broodje tot stand?

De taal – het broodje dus

Een vriendin van mijn moeder is getrouwd met een man uit Tunesië die meerdere talen sprak. Daarover zei mijn moeder vaak ´zo knap, hij begrijpt zelfs de grapjes´. Ik snapte dat nooit – totdat ik mezelf met slechts een cursusje A1 Spaans onderdompelde in Colombia. Hoewel dit land droomt van volledige tweetaligheid, is het spreken van Engels vooralsnog met name voorbehouden aan een relatief kleine groep, en dat zijn meestal niet de mensen die ik in mijn dagelijks leven tegenkom. De taxichauffeur, kassajuffrouw, de bewakers van het gebouw.

Maar opvallend genoeg was ook de informatie over visa, je weet wel, voor buitenlanders dus, uitsluitend in het Spaans verkrijgbaar. Inmiddels spreek ik goed Spaans, maar zelfs in het begin kwam ik er altijd uit. Gewapend met Google afbeeldingen op zoek naar bakpapier in de supermarkt, met handen en voeten bij de immigratiedienst duidelijk maken dat ik graag een werkvisum wilde en met pen en papier de taxi in om het adres over te kunnen brengen. Onmisbaar daarbij was de nimmer aflatende vrolijkheid van Colombianen, het eindeloze geduld, overal om kunnen lachen. En er waren vaak Colombianen die wel een beetje Engels spraken en te hulp schoten.

Een berucht voorbeeld inmiddels is een van de eerste weken toen ik een huis huurde van iemand die verderop een radiozaakje had. Op een middag stond er een jongen voor de deur. Uit het geratel begreep ik niks – behalve het woord radio. Ik smeet de deur dicht met de boodschap dat ik al een radio had. Een kwartier later stond hij weer voor de deur, samen met een voorbijganger die wel Engels sprak en mij kon uitleggen dat die jongen geen radio wilde verkopen, maar het dak kwam repareren. Zie je dat in Nederland al gebeuren?

Het is ook gewoon een leuke broodjeszaak

Colombia is een prachtig land, maar verre van een sprookje waarbij de buitenlandse investeringen flink achterbleven/blijven. Als investeerder/ ondernemer werden we dan ook fijn ontvangen. De papieren voor ons visum moesten echt wel kloppen, maar toen we niet aan alle eisen voldeden werd ook tot onze eigen verbazing een oogje dichtgeknepen en kregen we zelfs voor twee jaar een werkvisum. ´Vraag niet hoe het kan maar profiteer ervan´, heb ik meer dan eens gedacht.

Dat gebeurt vaker. Buitenlander zijn is hier absoluut een voordeel. Onze auto wordt niet doorzocht als we gestopt worden door de politie, die van Colombianen wel. En wij kregen de sleutel van ons appartement al voordat het contract rond was. Onze Colombiaanse vrienden vielen van hun stoel toen ze dat hoorden.

Een van mijn conclusies is dan ook dat integratie staat of valt met de bereidwilligheid van de buitenlander in kwestie, maar ook zeker het nieuwe land waar die buitenlander terecht komt. Wellicht niet zo overdreven vriendelijk als in Colombia, waar het eerder lijkt op ´positieve profilering´, maar je ergens welkom voelen is een groot goed.

Twee parallelle werelden – de add-ons

Nu ik de taal goed beheers en de cultuur goed ken, merk ik vooral als ik in Nederland ben, dat ik goed ingeburgerd ben in Colombia. Vroeger zou ik nooit ergens te laat zijn, inmiddels is het helaas eerder regel dan uitzondering. Ik eet liever een grote lunch en een kleiner diner, zoals dat hier gebruikelijk is. Een verjaardag met cadeautjes? Leuk, maar nog leuker vind ik dat in Colombia de taart voor je geregeld wordt door je vrienden en/of familie en/of collega’s, in plaats van de je die zelf moet regelen. En ik vind het fantastisch hoe de Colombiaanse vrouwen zich tot in de puntjes kunnen verzorgen op een simpele doordeweekse dinsdag.

Wat ik ook mooi vind aan Colombia is de ´inclusiviteit´ van vrienden. ´Hey zullen we vrijdag wat gaan doen?´ , ´Nee want ik heb al met die en die afgesproken´ is wat je dan in Nederland vaak hoort. Hier is het ´Ik heb al met die en die afgesproken, we zien elkaar om 21 uur in Bar X, weet je waar dat is en kom je ook?´. Ik ben zelfs op mijn verjaardag eens getrakteerd op een etentje door de vriendin van een vriendin die ik daarvoor nooit gezien had en daarna ook nooit meer gezien heb. Geweldig toch?

Anderzijds mis ik ook nog altijd dingen aan Nederland. De seizoenen, fietsen als vervoersmiddel en de korte afstanden tussen steden bijvoorbeeld. Ook merk ik dat ik de beste gesprekken nog immer voer met mijn (schoon)familie en Nederlandse vrienden.

Een gedeelde cultuur die teruggaat tot je wortels en een taal waar je zelden over hoeft na te denken zijn daarbij blijkbaar toch onmisbaar, voor mij althans.

Ik snap dan ook heel goed dat buitenlanders in Nederland naar elkaar toe trekken – zeker als de sfeer waarin ze ontvangen worden minder vriendelijk is dan dat ik in Colombia meemaakte.

De keerzijde – laat dat zeker maar van mijn broodje

Het verkeer is hier een grote chaos waar motortjes links en rechts langs vliegen zonder ook maar in de spiegel te kijken. Ook zie je regelmatig armere gezinnen met de hele familie op één motor. Papa rijdt, mama achterop en de kinderen -zonder helm- stevig tussenin. Ik word er nog altijd een beetje zenuwachtig van. En op een hoger niveau: Colombia is corrupt en dat viert nog altijd hoogtij. Gouverneurs die het gehele budget voor schoollunches in eigen zak steken of nieuw aan te leggen wegen waarvoor het budget al vijf keer bijeengebracht is, maar ook weer vijf keer verdwenen is. In Colombia kan het allemaal, maar ik hoop dat ik daar nooit aan wen.

Er is niet één Colombia

Om terug te komen op de vraag ´hoe goed ben ik ingeburgerd?´ valt verder nog op te merken dat er in mijn ogen niet één Colombia bestaat. Ten eerste is het land megagroot met een enorme diversiteit aan klimaten. Aan de kust is het warm, in hoofdstad Bogotá zijn sommige huizen uitgerust met openhaard en wil je echt niet naar buiten zonder jas. Er zijn bergen en gigantische vlaktes. Het altijd tropische regenwoud en enorme droogte. Er zijn steden van meer dan 10 miljoen inwoners en gehuchten met maar 10 inwoners. Maar nog belangrijker de sociaaleconomische verschillen. Een minimumloon is omgerekend iets meer dan 200 euro per maand. En er zijn heel veel mensen die dit minimum of iets daarboven verdienen, terwijl Colombia eigenlijk een relatief duur land is.  

Sociaal gezien kom ik met name in aanraking met de hogere middenklasse en hoge klasse van Colombia. Die hebben veel gereisd en snappen ook waar ik vandaan kom. Er is een wederzijdse nieuwsgierigheid en respect. Maar hoe goed zou ik het volhouden als ik in een armere buurt zou wonen? Het minimum zou verdienen? Alleen maar de typisch Colombiaanse gerechten zou eten?

Klaar om te eten!

Om weer terug te komen op de ‘bouw je broodje’ metafoor. Mijn favoriete broodje begint redelijk vormen aan te nemen. Ik zou dan ook iedereen aanraden om een paar jaar in het buitenland te wonen. Het is zo’n verrijking om te weten wat de wereld nog meer te bieden heeft. Welke add-ons zeg maar.

Inburgeren is voor mij niet leven zoals de Colombianen het doen. Inburgeren is snappen wat de Colombianen doen en waarom en dat in een culturele context kunnen plaatsen. Het is stiekem net een beetje harder juichen voor het Colombiaanse elftal dan voor het Nederlandse. En het is blij worden als je salsa of het o-zo-typische Vallenato hoort.

Ik ben geen Colombiaanse, en dat word ik ook niet, maar ik zal ook nooit meer dezelfde Nederlandse worden die ik ooit was. En daar ben ik blij om. En wellicht ben ik over een paar jaar wel weer toe aan een heel ander favoriet broodje, maar ik zal nooit vergeten hoe deze smaakt.

LEES HIER HOE FLOOR IN COLOMBIA TERECHT IS GEKOMEN

mm
Hola! Ik ben Floor Veer en woon sinds 2011 in Colombia. Samen met mijn man heb ik een exportbedrijf van biologisch fruit. Daarnaast ben ik lokale vertegenwoordiger voor PUM en heb ik een eigen tekstbureau . Colombia is een heel mooi, maar vaak ook spannend land, met behoorlijk wat corruptie en inkomensongelijkheid. Welke impact dat heeft op vrouwen en meisjes, zet ik graag voor de Wereldwijven op papier!