Na bijna zeven jaar in Singapore heb ik vrienden van over de hele wereld. Ook mijn kinderen hebben op hun internationale school een kleurrijk scala aan vrienden gemaakt. Zo deed mijn zoon gisteren een potje Minecraft met zijn beste vriendje, onlangs terugverhuisd naar India, terwijl mijn dochter Skype-de met een vriendinnetje in Denemarken.

Vrienden maken in de expat scene is makkelijk. De doorstroom is groot, veel mensen zijn gretig voor nieuwe contacten. Een newbie wordt al snel onder de hoede genomen door iemand die nog vers in het geheugen heeft hoe zij twee jaar geleden ook van toeten noch blazen wist…

Maar hoe maak je vrienden met ‘locals’?

Er is echter één groep waarmee het lastig vrienden maken is: de locals.
Mensen die al jaren – of hun hele leven – op dezelfde plek wonen hebben vaste vriendengroepen. Ze hebben niet altijd tijd of zin in nieuwe mensen, zeker niet het soort dat hoogstwaarschijnlijk over een jaar of wat weer vertrekt. Het resultaat is dat veel expats blijven steken in de makkelijke en comfortabele expat bubble. Daar, waar er altijd iemand is die net als jij om een praatje of nieuwe vriendin verlegen zit. Waar iedereen anders is en dus hetzelfde. Waar anderen dezelfde luxe-problemen hebben als jij. Zoals: waar koop ik pindakaas zonder toegevoegde suiker? Of: is ergens in Singapore kaas betaalbaar? Het antwoord op de tweede vraag is trouwens nee.

Expats – en dan bedoel ik mensen die niet permanent geëmigreerd zijn, maar tijdelijk voor werk of plezier ergens verblijven – die hun gastland graag beter willen leren kennen vinden echt integreren en relaties opbouwen met de lokale, autochtone, bevolking daarentegen vaak lastig.

Singapore is een echte expat-stad, ongeveer 30% van de inwoners zijn buitenlanders.

Singapore maakt het je in dit opzicht extra moeilijk, want ongeveer 30% van de inwoners zijn buitenlanders. Het is nog niet zo erg als in steden als Dubai waar dit zo’n 85% is, en je de locals echt met een lantaarntje moet zoeken, maar het blijft makkelijk het bij die 30% te houden waar je soepel contact mee legt.

Diversity day zonder Singaporezen

Er zijn nog meer redenen waardoor expats weinig integreren met Singaporeans. Als thuiswerkende moeder van jonge kinderen was voor mij de eerste plek om mensen te leren kennen natuurlijk de school. Maar als buitenlander op een tijdelijke verblijfsvergunning is het nagenoeg onmogelijk om je kind op een lokale school te krijgen. Singaporese kinderen, op hun beurt, mogen weer niet naar een internationale school zonder speciale toestemming van het ministerie van onderwijs, toestemming die alleen gegeven wordt aan kinderen die terugkeren van een verblijf in het buitenland of een dubbele nationaliteit hebben. Onze school heeft op diversity day een heel spectrum aan nationaliteiten te presenteren, maar Singapore schittert door praktisch afwezig te zijn.

Ons stellige voorgenomen niet teveel in de expat-scene te blijven hangen, bleek moeilijker dan gedacht. De kinderen wilden gewoon sporten met hun schoolvriendjes, niet op die club in de ‘heartlands‘ die mama interessant leek. Dus gingen ze voetballen bij de Australische Association en tennissen op de Hollandse Club. En ondanks dat ze zich hier helemaal thuis voelen, zijn mijn kinderen weinig geïntegreerd in de Singaporese samenleving.

Integreren kost tijd

Zelf bracht ik het er beter vanaf en heb leuke vrienden, ook uit Singapore. Om te omschrijven hoe dat me lukte, twijfel ik nu tussen twee zinnen: ‘Het ging eigenlijk vanzelf,’ en ‘Makkelijk was het zeker niet.’ Allebei zijn ze waar. Wat integreren namelijk vooral kost is tijd. Tijd om mensen te vinden waar je interesses mee deelt, waar je een ‘klik’ mee hebt. Waar je lol mee kunt hebben of goed mee kunt samenwerken. Helaas is tijd nu juist iets wat expats op kortdurende postings niet hebben. En daarmee kun je het ze dus ook niet kwalijk nemen dat ze vaak toch gemakzuchtig in die bubble blijven hangen.

‘Echte vriendschappen kun je niet forceren. Net zoals integreren. Dat gaat eigenlijk vanzelf. Maar makkelijk is het zeker niet.’

Ik had het geluk dat we hier nu al wat langer wonen. Via mijn werk bij een lokale NGO leerde ik bevlogen Singaporeans kennen. In mijn schrijversgroep en boekclub vond ik gelijkgestemden, zowel expats als Singaporeans. Als verzamelaar van vintage spullen (of prullen, zoals mijn man het noemt) raakte ik bevriend met andere kopers en verkopers.

Met een groepje vriendinnen komen we samen om doerian te eten, die stinkende doch goddelijke vrucht waar veel westerlingen letterlijk hun neus voor ophalen. En volgends die vriendinnen is dát het bewijs dat ik echt ben geïntegreerd hier: ik vind doerian verrukkelijk!

Geduld, een open mind en humor

Je hebt eigenlijk maar een paar dingen nodig om te integreren: geduld, een open mind, en wat gevoel voor humor. En je durven openstellen voor iedereen, local of niet. Was ik blij een ‘lokale’ vriendin gemaakt te hebben, bleek het alweer een verborgen expat: een Maleisische van Chinese afkomst. Voor de beginner moeilijk te onderscheiden van een Chinese Singaporees. Of wel een echte Singaporese maar al jaren getrouwd met een Nederlander.

De meeste van mijn Singaporese vriendinnen zijn dan ook internationaal georiënteerd. Hebben een buitenlandse partner, of zelf in het buitenland gewoond. Verbazend is dat natuurlijk niet, want dat geeft ons juist onze gemeenschappelijke interesses. Echte vriendschappen kun je niet forceren. Net zoals integreren. Dat gaat eigenlijk vanzelf. Maar makkelijk is het zeker niet.

mm
Hello, ik ben Karien, geboren en getogen expat, woonachtig met mijn gezin in Singapore. Ik ben schrijfster, en daarnaast betrokken bij een lokale NGO die buitenlandse huishoudelijke hulpen ondersteunt. Mijn door deze vrouwen geïnspireerde debuutroman A Yellow House verscheen in 2018. Graag vertel ik over hen en mijn andere expat-avonturen op De Wereldwijven.