Af en toe begrijp ik gewoon geen bal meer van het Nederlandse nieuws. Vooral als het gaat om het thema integratie en alles wat daarmee te maken heeft. Het kwam wat dichter bij huis toen Stef Blok sprak over de multiculturele samenleving en over Suriname als “failed state”. Het is me inmiddels wel duidelijk dat er in Nederland veel angst bestaat om de eigen identiteit te verliezen.

Onze Nederlandse identiteit komt in de verplichte inburgeringscursus voor migranten naar voren met thema’s als broodje kaas, schaatsen en drop. Thema’s waar ik me als Nederlandse inderdaad sterk mee identificeer. De inburgeringscursus moet ervoor zorgen dat er een zekere mate van integratie is. Integreren betekent volgens de van Dale: Tot een eenheid maken of opgaan in. Wat betekent integreren voor mij? En hoe zie ik mijn integratie als Nederlandse in een ander land? 

Laten we integreren

Voor mij was mijn verhuizing naar Suriname niet de eerste verhuizing naar een land met een andere taal en een andere cultuur. Ik keek ernaar uit om mij onder te dompelen in een nieuwe cultuur. Mijn werk als tropenarts bracht mij in het binnenland van Suriname, bij de Marrons. Marrons zijn afstammelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen welke in de 17eeuw weggelopen zijn van de plantages en hun eigen gemeenschappen in het binnenland van Suriname hebben gesticht. Veel van de culturele en traditionele gebruiken van alle dag grijpen nog altijd terug op de Afrikaanse geschiedenis van hun voorouders. Ik ging wonen in een dorpje met ongeveer 4000 mensen. De lokale taal sprak ik niet. Mijn integratie kon beginnen.

Emoties zijn menselijk

Twee jaar lang heb ik kennis mogen maken met de gebruiken en tradities van deze Marron gemeenschap. Nadat ik me de Sarramacaanse taal machtig had gemaakt ging de wereld in het dorp echt voor me open. Gezellig babbelen tijdens het wassen in de rivier of meedoen met een slagbal wedstrijd op zondag. In mijn twee jaar werd er heel veel gelachen en soms ook wat gehuild. Er werd gedanst en gezongen, er werd ruzie gemaakt en er werd lief gehad. Zoals, volgens mij, het leven in heel veel dorpen in de wereld. Als ik een weekje in Paramaribo was kreeg ik van veel Surinamers verbaasde gezichten als ik vertelde waar ik woonde: “waarom zou je daar willen wonen?”. Voor veel Surinamers staat het leven in het binnenland heel ver van ze af, terwijl ze toch in hetzelfde land wonen.

Is samen de was doen een vorm van succesvolle integratie?

Op een ochtend was ik samen met wat andere vrouwen de was aan het doen in de rivier. We droegen pangi’s (traditionele omslagdoeken) en kletsen wat over koetjes en kalfjes. Achter ons hoorde we het geluid van een boot en toen we omkeken, zagen we een boot vol toeristen naderen. Eenmaal aangelegd vroeg een toerist me of ze een foto van mij mocht maken. “Van mij” vroeg ik verbaasd?  “Ja, jij bent de eerste blanke vrouw die ik ooit de was in de rivier heb zien doen” antwoordde ze. De vrouwen om me heen gniffelden en gaven in lokale taal te kennen dat die blanke toch maar rare mensen waren. Ja, wat moest ik daar nu eens op zeggen.

Mensenkennis

Na twee jaar met veel plezier in het dorp gewoond te hebben verhuisde ik terug naar het multiculturele Paramaribo. De bevolking bestaat voornamelijk uit Hindoestanen, Chinezen, Creolen en Javanen. Verder is Paramaribo ook het thuis van Inheemsen, Brazilianen, Libanezen, Europeanen en ga zo maar door. Al deze bevolkingsgroepen spreken met elkaar meer dan 20 verschillende talen en hangen bijna net zoveel religies aan. Alle culturen wonen hier vreedzaam naast elkaar met behoudt van hun eigen identiteit. Dit maakt de samenleving voor mij zeer charmant en ik krijg van iedere cultuur iets mee.

Ter verduidelijking zei de vrouw: “Je ziet dit wel vaker bij jouw soort mens maar het kan niet”.

Van een echte mengelmoes is echter geen sprake en veel mensen trouwen toch met een man of vrouw van dezelfde etniciteit.  Wat verder opvalt is dat het zeer gebruikelijk is om uiterlijke kenmerken van een bepaalde etniciteit te benoemen of er gewoon openlijk naar te vragen indien er twijfel is. Zo was ik laatst met mijn kinderen in de speeltuin. Drie dames kwamen bij mij aan mijn tafeltje zitten en knoopten direct een gesprek met me aan. Na enkele zinnen over en weer gaf een dame me te kennen dat ik toch echt met mijn kinderen naar de kapper moest want in Suriname hebben kinderen kort geknipte koppies. Ter verduidelijking zei de vrouw: Je ziet dit wel vaker bij jouw soort mens maar het kan niet.

In al mijn perplexiteit vergat ik de vrouw van antwoord te voorzien en babbelde ze alweer rustig verder. Alsof er niets vreemds gezegd was begonnen de dames tegen mijn oudste zoontje te praten. Toen hij wegliep om weer verder te gaan spelen mompelde diezelfde dame tegen haar vriendinnen: “Ik zei toch dat er een mixje in zat, dat zag ik direct”. Vervolgens informeerde de dame in kwestie quasi nonchalant naar de etniciteit van mijn man. 

Lees hier meer artikelen over Suriname.

Inmiddels zes jaar in Suriname stel ik mezelf de vraag in hoeverre ik hier geïntegreerd ben. Aan de ene kant spreek ik de taal en heb ik inmiddels een Surinaams accent of, zoals mijn collega’s zouden zeggen, ben ik van mijn Nederlandse accent af. Verder zijn woorden zoals boren (voordringen), stressen (benadrukken) en vrijpostig (brutaal) onderdeel geworden van mijn vocabulaire en ken ik het Surinaamse volkslied.

Aan de andere kant blijf ik, tegen advies in, door Paramaribo fietsen, blijf ik dol op drop en het WK schaatsen en eet ik ’s avonds warm in plaats van ’s middags. Concluderend draait integratie voor mij niet om het volledig opgaan in of het creëren van eenheid binnen de samenleving.

Integratie draait om begrip van en respect voor de samenleving waarin je je bevindt met behoud van je eigen identiteit.

En in deze samenleving waarin zoveel verschillende identiteiten samenleven is mijn integratie denk ik redelijk geslaagd. Javaan, Hindoestaan, Marron of blank, de eenheid zit in het woord Surinaams.  

Meer over integratie lezen? Kijk hier

mm
Ik ben Rosanne. In 2013 volgde ik mijn man voor zijn werk naar het tropische Suriname. Nu, bijna 6 jaar later en twee prachtige zonen rijker, wonen we daar nog steeds. Als tropenarts vlieg ik naar de meest afgelegen dorpen van dit prachtige land om de bevolking van gezondheidszorg te kunnen voorzien.