In Juli 2017 verhuisde ik naar Caracas. De eerste maanden bleef ik in ons appartement dat hogerop tegen de bergketen, El Avila is aangebouwd. Vanwege de onveiligheid. Vanaf ons balkon maakte ik de laatste maanden van de protesten mee. Met een kop thee in mijn handen keek ik naar de rookpluimen en zocht dan onmiddelijk op social media naar wat er gaande was. Er vielen tijdens die demonstraties meer dan 120 doden. Daarna werd het rustiger.

Venezuela verkeerd al jaren in een diepe economische en humanitaire crisis. President Maduro regeert met harde hand. De inflatie valt niet meer bij te benen. Officiële cijfers tonen aan dat ruim 3 miljoen Venezolanen hun geliefde land verlieten. Op de vlucht vanwege een gebrek aan eten, medische zorg, stromend water en en vertrouwen op een betere toekomst.

Na twee maanden op reis weer terug in Caracas

Ruim een week geleden keerde ik terug naar Caracas. Ik was twee maanden in Nederland en India.
Wat tref ik aan als ik thuis kom? Doet het internet het nog? En mijn bankpas? Volgens mij heb ik geen drinkwater meer in de voorraadkast. Dat soort dingen vroeg ik mij af tijdens de vlucht.

Het went alweer snel. Ook dat er alleen water is van 06.00 tot 07.00 uur en de stroom regelmatig uit valt. Net als de internet verbinding. Blij om weer met vrienden te spreken, trek ik erop uit. Tegenwoordig rij ik in een oude Terios, een kleine auto die je hier veel ziet. Daarin val ik veel minder op dan in zo’n gepantserd voertuig. Het is nog steeds onveilig om alleen te voet over straat te gaan.

In een supermarkt zie ik een busje cheese-and- onion- pringels staan voor 17.500 BsS. Ik bedoel maar.

Als ik boodschappen doe valt me meteen op dat de winkels goed vol liggen. Mooi voor mij, maar hoe kan dat? Door de torenhoge inflatie kunnen mensen bijna niets meer betalen. Het minimum maandsalaris is 18.000 Bolivares Soberano (BsS). In een supermarkt zie ik een busje cheese-and- onion- pringels staan voor 17.500 BsS. Ik bedoel maar.

Er hangt iets in de lucht! Ze durven de straat weer op.

Venezuela wordt weleens het land van de eeuwige lente genoemd. Altijd mooi weer verveelt niet. Ik voel me goed. Dat komt niet alleen door het mooie weer en mijn eigen bed. Nee. Er is iets anders aan de hand. Het is moeilijk om er precies de vinger op te leggen, maar het lijkt alsof de Venezolanen weer hoop hebben. Op de 23ste wordt in het hele land gedemonstreerd tegen de regering van Maduro.

Het zijn niet meer voornamelijk studenten, zoals eerder tijdens de protesten in 2017. Vrienden, buren, mensen uit alle lagen van de bevolking lopen mee. Ze durven de straten weer op.

Zoals de 53-jarige Alejandro. Hij komt om mijn kapotte waterpomp te repareren. De Venezolaanse loodgieter praat Engels met een Londons accent. Hij woonde en werkte jaren lang in Engeland, maar kwam terug naar zijn Venezuela. “Tja, de vrouwen hier, uh-hmmm”, zijn ogen lichten even op, “en die stranden.” In het Verenigd Koninkrijk had hij twee banen en een goed inkomen, maar hij miste zijn land.
“Denk eraan: op de 23e wil ik een selfie van jou tijdens de mars”, herhaalt Alexandro voor de derde keer als hij zijn gereedschap terug in zijn kist stopt. Hij zucht omdat hij zelf de rommel op moet ruimen. José, zijn rechterhand, zocht in Colombia een beter leven. “Hij had hier moeten blijven en vechten voor zijn land.”

23 Enero! Omdat het zo niet langer kan.

Het is woensdag 23 januari. De dag van de mars. De gekozen datum herinnert aan een opstand die in 1958 het einde maakte aan de dictatuur van president Pérez Jiménes. Er is een wijk in Caracas naar vernoemd; 23 Enero.

We ontmoeten elkaar bij de sportschool van Johnny en Gregory. Geissa geeft er les. Gezamenlijk lopen we naar de Avenida Fransisco de Miranda. Een brede straat.

De mensenmassa reikt zover als ik kan kijken. Er lopen opvallend veel ouderen mee. Sommigen hebben spandoeken bij. Ik heb alleen een flesje water en een telefoon bij me. De straten kleuren geel-blauw en rood, de nationale tri-color. De sfeer is nog ontspannen en ik vraag me af hoe lang dat zo blijft. In Caracas ben ik altijd op mijn hoede.

Zodra we een aantal regeringsgebouwen passeert begint de menigte te klappen. Het geluid zwelt aan. Ik voel me nietig in deze mensenmassa. Ik herinner mij een situatie uit 2017. Toen een mensenmassa uit het niets, opeens op tilt sloeg en ik mee moest hollen. Een beangstigende situatie die vele Venezolanen hebben meegemaakt. En erger.

Na het middag-uur zit ik op mijn balkon. In de verte hoor ik de juichende menigte. Even later belt een vriendin uit Frankrijk met het nieuws dat Juan Guaidó zichzelf tot interim-president uit heeft geroepen. Tot voor kort had ik nog nooit van hem gehoord. Verbaasd druk ik de TV aan. De staats TV zwijgt hierover en zendt kook- en natuur programma’s uit.

Twee kapiteins op één schip.

Terwijl ik wacht totdat Olaf – mijn man – veilig thuis komt, speur ik het internet af. Op zoek naar nieuws. Op mijn mobiel komen allerlei berichten binnen van verontruste familieleden en vrienden. “Twee kapiteins op één schip, Edith dat kan nooit lang goed gaan. Boek een ticket en ga weg.” Het gejuich is verstomd. Nu hoor ik schoten. Van Olaf hoor ik later dat het traangas granaten zijn.

We volgen het nieuws op de voet. De VS en enkele andere landen hebben Juan Guaido als president erkend. Maduro heeft geroepen dat alle Amerikaanse diplomaten het land moeten verlaten. Ik vraag na hoe dat met ons zit. De koffer, die we uit voorzorg hadden gepakt, laat ik nog maar even staan.

Is er dan nog kans op verandering?

Nieuwsbronnen melden verwachtingen dat het geweld zal voortduren zolang het leger Maduro blijft steunen.
Opeens schiet mij een gebeurtenis van afgelopen zaterdag te binnen. We liepen over een marktje in de buurt. Al vroeg is het is er druk. Want wie niet lang in de rij wil staan, moet er als de kippen bij zijn. Twee jonge militairen slenteren tussen de mensen door. Pubers nog. Opeens begint een magere vrouw te schelden. “Zijn jullie gek geworden om hier rond te lopen met je vinger aan de trekker!” Andere marktbezoekers bemoeien zich ermee, ze zijn die militairen zat.
Dan zie ik het trillende lipje bij de kleinste van het stel. Er staan zweetdruppeltjes op. Er gebeurt niets. Dat geeft weer hoop.

mm
Hola. Mijn naam, Edith, klinkt gelukkig internationaal. Eerder woonde ik in Duitsland en Australië. Sinds een jaar ben ik thuis in Caracas. Venezuela is in een diepe economische en humanitaire crisis. Ik schrijf graag voor De Wereldwijven, omdat ik geloof in de kracht van persoonlijke verhalen. Ervaringen die ontroeren, inspireren en vooral verbinden.