Mijn verblijf in Nederland begin van het jaar was een emotionele rollercoaster. Natuurlijk omdat ik mijn familie en lieve vrienden weer zag na een lange tijd. Maar ook omdat gevoelens van ongeloof, trots, verdriet en verbazing zich afwisselden. Over Nederland. Het fijne kikkerland waar ik van hou en nog steeds, na in totaal zeven jaar in Amerika te hebben gewoond, als mijn thuis beschouw. 

Heerlijk hoe alles zo fantastisch is geregeld in Nederland. Het begint al bij de aankomst op Schiphol. Duidelijke wegwijzering, alles is schoon en de doorstroom van aankomende of doorreizende reizigers verloopt geordend en soepel.

Alles tot in de puntjes geregeld en verzorgd

De snelweg die mij naar mijn ouders leidt is zo glad en recht als een rollerskate baan, de elektrische auto waar ik in zit lijkt er wel overheen te schaatsen. De taxi chauffeur heeft ‘gewoon’ 1 baan en schuift vanavond weer gezellig bij zijn gezin aan tafel aan. Tankstations waar je basis-behoeftes kunt kopen kom je na elke 10 km tegen. Verkeerspleinen zijn slim aangelegd, stoplichten werken allemaal en de bedradingen ervan zitten netjes onder de grond.

Ik zie geen huisvuil of vuilniszakken op de stoepen. Er is overal rekening gehouden met fietspaden en voetgangers. We rijden het dorp binnen waar mijn ouders wonen en de bloembakken staan gevuld met sneeuwklokjes en de kerstlichtjes schijnen nog vrolijk. In het kleine dorp kun je alle winkels vinden die je nodig hebt om aan je basis plus luxe-behoeften te voldoen. Er zitten zelfs welgeteld zes restaurants die op donderdagmiddag vanaf vijf uur druk bezocht lijken te worden. 

Wat is het toch goed toeven in Nederland.   

Dan begin ik gesprekken op te vangen van voorbijgangers:
“Ik dacht bij mezelf, waar haalt hij het lef vandaan?”
“Heb je het al gehoord van Piet? Ja ik zou dat dus nooit hebben gedaan.”
“Belachelijk he, alsof ik niets anders te doen heb.”
“Ja dat kostte me gewoon twee euro extra, nou dat ga ik dus wel mooi even verhalen.”
“Die man weet niet waar hij het over heeft, laat hem eerst maar eens de lagere school afmaken.”

Ik lees in de dagbladen de ene afgunstige column na de ander. De woorden die een Saskia Noort over De Bauers schrijft, Youp van het Hek met zijn wekelijkse column, het stuk over de eerste 100 dagen Rob Jetten de opvolger van Pechtold, eigenlijk elk stuk dat ik lees is bedropen met afgunstige opmerkingen. Kritische kanttekeningen over (wereld-) nieuws zijn interessant en geven je stof tot nadenken. Maar dit is geen kritiek meer, dit is een vorm van afgunst die mij niet eerder is opgevallen. Even afstand nemen van Nederland is interessant en daar leer je veel van, beaamt ook schrijver Ilja Leonard Pfeijffer, die het boek Grand Hotel Europa heeft geschreven, in het late night programma Jinek. 

Harde oordelen en Hollandse afgunst

Ik leerde tijdens mijn hele korte verblijf in Nederland dat mijn lieve landgenoten zeer veel oordelen hebben en uiten over daadwerkelijk alles. Over alles moet een mening worden geuit, en die meningen lijken meer en meer gestoeld op afgunst!

Wat een contrast. In het zo vredelievend, mooi Nederland waar alles tot in de puntjes is geregeld lijkt de afgunstige, veroordelende houding meer en meer de overhand te krijgen.

Waar komt dit vandaan vraag ik me af? Ik ben een boek aan het lezen van Martha C. Nussbaum, “Het koninkrijk van de angst”. De inhoud van bepaalde hoofdstukken uit het boek sluiten nauw aan bij wat ik in Nederland observeer, zomaar, tijdens een wandelingetje door het dorp, of als ik een Nederlandse krant opensla;

Is het misschien te goed geregeld hier?

Het oordelen over anderen kan voortkomen uit velerlei emoties. Een belangrijke is afgunst. Afgunst komt voort uit angst. Angst om iets te verliezen of angst om iets niet te krijgen wat de ander wel heeft. Onzekerheid. Het zet mij aan het denken. Hebben we het te goed geregeld in Nederland? Zijn we te slim, efficiënt en rijk vergeleken met andere landen? En zijn we stiekem, onbewust heel bang om onze orde, sociale vangnet en rijkdom te verliezen? Of zijn we in gierigheid-modus? En slaan we daarom om ons heen met oordelen? Oordelen over alles wat maar riekt naar bedreiging van onze positie, als individu en als land?

De drang om gelijk te hebben

Ik las het boek “De Moed om te Vergeven” van de kleinzoon van Nelson Mandela, Ndaba Mandela. Hij schrijft hierin: “Ik vraag me af of de hele toon op internet (…ik ben zo vrij om hier ook magazines, kranten en een gesprek tussen mensen onder te scharen…) zou veranderen als er meer mensen waren die hun drang om gelijk te hebben over van alles op elk moment konden uitschakelen. Wat zou er gebeuren als de wens om het juiste te doen, het won van de wens om te bewijzen dat iemand het bij het verkeerde eind heeft?” Mooi verwoord, toch?

Dromen van gunnen en respect

Als ik weer aankom in NY is het Martin Luther King Jr. day in de States. De meeste mensen zijn vrij op deze dag. Op deze dag wordt Martin Luther King Jr. herdacht. Hij zette zich in voor gelijkheid. Zijn beroemdste speech die startte met: “I have a dream…” is de inspiratie-bron geweest van zoveel oplossingen voor conflicten.

Na mijn bezoek in Nederland voel ik ook een conflict: alles is tip-top geregeld in Nederland maar we oordelen over alles wat los en vast zit.

I have a dream ….dat we onze toon kunnen veranderen van gelijk willen hebben, oordelen en afgunst naar een toon van gunnen, emotionele intelligentie en respect.

mm
Hi, how are you? Ik ben Anne-Barbara. Ik woon met mijn man en drie kids niet zo ver van New York City, in Connecticut USA. Na mijn carriere als management consultant in Amsterdam en NYC, zette ik mijn eigen bedrijf Vermilliontalent op waar ik vrouwen na een 'break' hielp om weer aan de slag te gaan. Inmiddels heb ik voldoende munitie verzameld om hierover een boek te schrijven met 'oordelen' als hoofdthema. Bewuste en onbewuste (voor)oordelen zijn de kernwoorden waar ik mij mee bezig houd. Iedereen heeft ze, dat is een universeel gegeven maar wij Nederlanders zijn er sterren in om ze ook daadwerkelijk uit te spreken!