Sinds augustus 2018 woon ik met mijn lief en twee kids (tien en acht) in Yangon, het economische centrum van Myanmar. Zo’n half jaar voor ons vertrek bezochten we de stad, om te ruiken, proeven, luisteren en voelen – het wordt hier namelijk héél erg heet-, of dit de juiste stap voor ons jonge gezin was.

Daarnaast was mijn persoonlijke doel van de reis om te besluiten of ik mijn best-wel-leuke-leven op wilde geven en mijn man wilde volgen, maar daarover een andere keer meer.

In de ban van de overwinning

Wat bleef hangen na dit bezoek, was de roes waarin het land leefde; een land dat na bijna vijftig jaar militaire dictatuur (1962-2011) eindelijk vrije verkiezingen kreeg. In 2015 werden die massaal gewonnen door de partij van Nobel prijswinnares voor de Vrede, Aung San Suu Kyi, die de vele jaren daarvoor in huisarrest had doorgebracht.

We werden geraakt door de drive van jonge, in het buitenland opgeleide Myanmarezen, die terug zijn gekomen uit Amerika en Europa, om bij te dragen aan de opbouw van hún democratie en hún economie. De creatieve energie in de vele galerietjes en boekenwinkeltjes in down-town Yangon, waar de boeken over democratie en etnische conflicten openlijk naast propaganda materiaal in de boekenstalletjes liggen. Door de in oranje-geklede Boeddhistische monniken die, ondanks het stadsrumoer en met mobieltje in de hand, ’s ochtends op straat hun Alms (maaltijd) verzamelen.

We werden enthousiast van de positieve verhalen van diplomaten en ondernemers over de enorme potentie van de Myanmarese markt, en van al die maatschappelijke initiatieven, die als paddenstoelen uit de grond schoten. Daar kon ik, vast en zeker, ook mijn ei wel in kwijt. Long story short, we gingen.

De realiteit van vijftig jaar isolationisme

Een klein jaar later, is de sfeer in Yangon een stuk minder uitgelaten. Is het omdat ik zelf langzaamaan de onderliggende problemen van Myanmar beter leer kennen? Of gaat, nu het geloof in de onafhankelijkheid en slagkracht van de politieke partij van Aung San Suu Kyi langzaam afneemt, de angst weer meer regeren onder de Myanmarezen?

2018 Is voor het internationaal imago van Myanmar geen goed jaar geweest. De hele wereld kent Myanmar intussen door beelden van op de vlucht geslagen Islamitische Rohingya die in overvolle vluchtelingenkampen verblijven, net over de grens in Bangladesh. Ze zijn bang dat ze terug moeten keren naar het land waar hun dorpen zijn platgebrand, waar mensen zijn vermoord en waar ze geen officiële status hebben. Minder bekend is dat er, ondanks het vredesproces, in de grensgebieden met Thailand en China ook nog steeds conflicten zijn tussen het nationale leger en etnische groepen.

Myanmar kwam verder in 2018 in het nieuws door het berechten en opsluiten van twee Reuters journalisten. Het deed veel stof opwaaien over de persvrijheid in het land. Aan het einde van 2018, kwamen daar bovenop berichten over de tegenvallende economische groei, zowel door het verslechterde imago van Myanmar als door trage economische hervormingen. Geld heelt weliswaar niet alle wonden, maar kan wel de angel uit onvrede en conflict halen. Het kan meer welvaart brengen voor de Myanmarezen, waarvan nog steeds ongeveer dertig procent in armoede leeft.

Van een koude kermis thuis komen

Mensen in Myanmar komen van een koude kermis thuis. Ze lijken zich te gaan realiseren dat het niet zo makkelijk is om onder het juk van een militair regime uit te komen. Het is moeilijker dan gedacht om de eeuwenoude, veelal etnische, problemen weg te poetsen. Daarnaast draagt de huidige generatie jonge Myanmarezen niet echt bij aan het bevorderen van democratie. Het bewustzijn van de meest basale democratische beginselen is beperkt. Zoals dat alle mensen die in Myanmar wonen, onafhankelijk van religie en herkomst, mee zouden mogen doen in een democratie. De openlijke anti-moslim uitingen op Facebook, wat helaas vaak de enige bron van informatie is in Myanmar, zijn angstaanjagend.

Mensen die ik tegen kom op straat, in de taxi, tijdens een toeristische uitstapje of bij een etentje, stralen groeiende onzekerheid uit over de toekomst van hun land. Een gids in Yangon vertelt vol trots over de massabijeenkomsten van monniken en dappere studenten die de geschiedenis van Myanmar hebben doen keren. Maar geeft direct daarna aan dat gewone mensen liever wat geld verdienen en een rustig leven leiden dan hun leven te riskeren voor een rol in de politiek. Een gids in een heel ander deel van het land waar in de buurt nog steeds wordt gevochten, zegt dat er een groot wantrouwen bestaat onder zijn bevolking tegenover het vredesproces. Een taxichauffeur benoemt het Islamitisch gevaar voor het Birmese Boeddhisme – ‘het zuiverste Boeddhisme wat er bestaat’. Bij de vraag of hij dan niet bang is voor de Chinezen, toch een veel grotere groep dan de Moslims in het land, antwoordt hij: ‘die houden we toch niet tegen.’

Na de overwinningsroes

Over iets meer dan een jaar zijn de volgende verkiezingen gepland. De partij van Aung San Suu Kyi heeft 2019 om te laten zien dat zij de hervormer is die dit land nodig heeft. Maar krijgt ze daar de kans wel toe van het leger dat nog steeds veel touwtjes in handen heeft? En is Aung San Suu Kyi, die de zeventig al is gepasseerd en weinig operationele bestuurservaring heeft, de aangewezen persoon om het uitvoeren van de democratie te leiden? Wat gebeurt er als Aung San Suu Kyi’s partij niet meer zo’n overweldigend aantal zetels heeft in het Parlement en er vele etnische splinterpartijtje zullen ontstaan? Neemt het leger het dan weer over?

Onzekere toekomst

De overwinningsroes is opgelost, wat nu heerst is onzekerheid. Het is zoals na de roze wolk van een bevalling. Dat moment wanneer de vermoeidheid je helemaal opbreekt en je het eigenlijk op zou willen geven. Dan is het zaak om door te gaan, voor het kleine leven in je armen dat in zich heeft om uit te groeien tot iets groots. Dat heeft Myanmar. Het is van ultiem belang dat de Myanmarezen maar ook de internationale gemeenschap daarin blijft geloven. Hoe bijzonder, dat ik daar de komende jaren mijn piepkleine steentje aan bij mag dragen.

Wordt vervolgd…

mm
Mingalabar! Mijn naam is Marije en sinds 2018 woon ik met mijn lief en kids (tien en acht) in Yangon, Myanmar. Van 2003 tot 2007 hebben we ook in Azië gewoond, maar nu voor het eerst als gezin. Een heel andere en erg leuke dimensie. Ik werk in Myanmar als Responsible Business Manager. Ik betrek bedrijven bij het bevorderen van arbeidsomstandigheden, eerlijke betalingen, verantwoorde consumptie enz. Daarnaast schrijf ik blogs, vanaf 2019 ook voor De Wereldwijven.