Beloofd is beloofd, ik zou met mooie, bijzondere en niet zo bekende verhalen uit Israël komen. Dit is er weer een. Steeds als ik het AICAT (Arava International Center for Agricultural Training) in de Arava woestijn in zuidelijk Israël bezoek, raakt het me diep. Het is ontwikkelingshulp op het hoogste en zuiverste niveau. Hanni Arnon, directeur van AICAT, is mijn held. 

Vijfentwintig jaar geleden benaderde de Thaise regering mensen uit de Arava woestijn met het verzoek een groep voormalige Thaise militairen op te leiden om een kibboets te stichten. Het idee was om kibboetsiem aan de open grens bij Laos op te zetten, als verdediging en natuurlijke grens, zonder te veel machtsvertoon. Net zoals dat in de Arava woestijn gebeurt aan de Jordaanse grens. Een kibboets (kibboetsiem in het meervoud) is een collectieve landbouwnederzetting die meerdere functies had in de oprichtingsjaren van de staat Israël. Het werd gebruikt om het onontgonnen land te bebouwen, als opvangcentrum voor nieuwe immigranten en soms ook in combinatie als verdedigingspost op de grens.

De training was een succes en het begin van AICAT, een succesvol landbouw-leerinstituut dat nu al vele jaren bestaat met de hulp van het Joods Nationaal Fonds, een aantal ministeries en andere organisaties.

“Succes op landbouwgebied is mogelijk, zo leren we ze. Als het hier lukt, in de hete woestijn, dan moet het ook lukken in hun eigen land.”

Studenten uit Nepal, Laos, Zuid-Sudan en Vietnam

Hanni: “Afgelopen jaar hebben we elfhonderd studenten opgeleid uit onder andere: Nepal, Laos, Vietnam, Zuid-Sudan en zelfs Indonesië, terwijl Israël met dat laatste land geen officiële diplomatieke betrekkingen heeft.”

De studenten verblijven tien maanden in de Arava, de lengte van het landbouwseizoen, van augustus tot juni. Eén dag per week gaan ze naar school waar ze onderwijs krijgen over alle facetten van de landbouw, onder andere over watermanagement, ongediertebestrijding en meststof. De andere dagen van de week werken ze bij een boerderij in de Arava en doen ze praktijkervaring op. Van het salaris dat ze hiervoor krijgen kunnen ze hun ticket en opleiding betalen en vaak houden ze zelfs nog iets over wat ze, terug in hun eigen land, kunnen gebruiken bij het opzetten van een eigen bedrijf.

“Om alles achter te laten, heb je karakter nodig. Dat kan niet iedereen!”

Hanni: “Via universiteiten en ambassades leggen we contacten en vinden we studenten. Twee keer per jaar reis ik naar al die landen om toelatingsgesprekken te houden om te kijken of ze geschikt zijn om naar AICAT te komen. Sommigen zijn nog nooit hun dorp uit geweest. Om alles achter te laten, heb je karakter nodig. Dat kan niet iedereen! Volgens onze gegevens – we houden met de meesten contact – komt 99 procent van onze studenten goed terecht en zet een eigen bedrijf op.” 

Alleen maar zand verder niets…

Naast dit programma is het ook mogelijk om een masters degree te behalen aan de universiteit van Tel Aviv,  gecombineerd met werken in de Arava. Het gaat dan om studenten die de basisopleiding van AICAT al hebben gedaan en terugkomen voor een hogere opleiding. “Succes op landbouwgebied is mogelijk, zo leren we ze. Als het hier lukt, in de hete woestijn, dan moet het ook lukken in hun eigen land.”

Het is wennen voor de studenten. Een jongen vertelde me: “Vorig jaar kwam ik, samen met nog twintig andere jongeren, uit Nepal aan op het Ben Gurion vliegveld in Israël. De verlichting op het vliegveld waren we niet gewend. Met de bus reden we door Tel Aviv, we wisten niet wat we zagen, wat een drukte. Het was al donker toen we naar de Arava werden gereden, waar we in een kibboets sliepen. Alles was nieuw en vreemd voor ons. Zoals de airconditioning waarmee je koude en warme lucht binnen kunt laten komen.

“We geloofden onze ogen niet. We dachten dat het tovenarij was, landbouw in de woestijn?”

‘s Morgens stonden we op en keken naar buiten: alleen maar zand, verder niets. Sommigen van ons huilden, wilden terug naar huis. Wat moesten we in een kale woestijn? Namens de groep ben ik naar de leiding gegaan om te vertellen dat we niet wilden blijven. Of iemand ons naar het vliegveld kon brengen. Vervolgens werden we op een rit meegenomen door de woestijn en zagen we de dorpen met landbouw en het groen. We geloofden onze ogen niet. We dachten dat het tovenarij was, landbouw in de woestijn? Dat kan toch niet. We hadden veel vragen, maar er werd gezegd: ‘Heb geduld, jullie gaan het vanzelf begrijpen.’ En zo ging het ook. Iedere dag leerden we meer.”

De beste ambassadeurs voor Israël

Het vereist anders denken voor de studenten. Ook doorzettingsvermogen, ondernemerschap en vooral vragen blijven stellen. AICAT is een win-winprogramma. Iedereen die erbij betrokken is, heeft er baat bij. Allereerst de landen waar de studenten vandaan komen. Zij krijgen goed opgeleide agrariërs terug die in staat zijn een eigen bedrijf op te zetten. Dan de lokale bevolking. AICAT verschaft werk aan zestig mensen die lesgeven. Ook de boeren in de Arava hebben baat bij het programma. Zij hebben het hele seizoen door zeer gemotiveerde werkkrachten. En, last but not least, Israël. De studenten leren het land door en door kennen. Ze maken trips en wonen het hele jaar bij gastfamilies. “Bij terugkeer in hun moederland zijn ze de beste ambassadeurs voor Israël”, aldus een trotse Hanni. 

mm
Shalom! Mijn naam is Joanne Nihom. Ik woon sinds dertien jaar in Israël, in het noorden van het land, in een Joods dorp. Onze buurdorpen worden bewoond door Arabieren en Druzen en daar doe ik mijn boodschappen en heb ik vrienden wonen. Ik ben freelance journalist en zie het als mijn ‘missie’ om het andere Israël te laten zien. Een gebied waar co-existentie tussen Joden, Arabieren en Palestijnen zorgt voor vrede op menselijk niveau.