Een jeugdarts reageerde op Instagram op onze campagne tegen vrouwelijke genitale verminking: “Heb ik op mijn werk uiteraard helaas ook mee te maken, goed dat het onder de aandacht wordt gebracht!”

Benieuwd naar wat mijn vriendin van vroeger op het consultatiebureau als jeugdarts meemaakt, zoek ik contact. Gelukkig blijkt meteen dat zij het tot nu toe niet bij een kindje heeft gezien. Ze refereerde naar het preventieve werk wat zij en haar collega’s doen. Jeugdartsen en verpleegkundigen proberen meisjesbesnijdenis te voorkomen. Zij zijn hierin geschoold.

Soms met een tolk

“Wanneer wij een moeder op het spreekuur krijgen uit een land waar het veel voorkomt, -shocking in hoeveel landen-, moeten wij dit altijd bespreken. We vragen of zij zelf besneden zijn en wat de plannen zijn voor hun dochter.” Mijn vriendin werkt in een wijk met veel allochtone mensen, dus krijgt zij regelmatig moeders uit die landen op het spreekuur. Ze kan het altijd wel bespreekbaar maken, soms met hulp van een tolk.

Als ik vraag naar de vaders legt ze mij uit dat die vaak meekomen naar de afspraken. Zeker wanneer de vrouwen vrij afgezonderd leven, merkt ze op dat de vaders mobieler zijn. Door hun werk weten ze waar ze naartoe moeten. Over het algemeen spreken ze de Nederlandse taal ook wat beter. En wie weet zijn ze meer ingeburgerd en in staat met wat afstand naar hun cultuur te kijken.

Zonder oordeel in contact

Al met al best lastig lijkt mij en hierin word ik bevestigt. “Er zit natuurlijk een heel cultureel verhaal aan vast. Ze denken vaak dat het normaal is. En het is meestal ook de druk van de gemeenschap en of de familie.”

Als jeugdarts krijg je overigens wanneer een verloskundige of kraamhulp dat nodig vindt soms een overdrachtspapier. Zo zijn we in Nederland dus al tijdens de zwangerschap bezig met het inzichtelijk krijgen van de situatie en het voorkomen van genitale vrouwelijke verminking. Deze officiële term geeft de mishandeling weer maar in gesprekken met moeders hanteren betrokken instanties expres de term meisjesbesnijdenis om zonder oordeel in contact te komen.

Het blijft voor de jeugdarts moeilijk om te filteren: “Kom ik over? Dring ik door?”

Ik vraag mijn vriendin of de ouders de consequenties overzien. “Wij geven aan dat het hier verboden is. Reacties daarop zijn wisselend. Soms zijn ze verbaasd en denken dat het overal gebeurt. Of ze geven aan daarvan op de hoogte te zijn. Het blijft voor de jeugdarts moeilijk om te filteren. Kom ik over? Dring ik door? Aangezien er gedeeltelijk sociaal wenselijke antwoorden tussen zitten.”

Een ervaringsdeskundige mee op huisbezoek

Wanneer de arts en verpleegkundigen twijfelen kunnen zij Pharos inschakelen. Een instantie die aan huisbezoeken doet. Zij hebben contactpersonen uit alle landen waar vrouwelijke genitale verminking voorkomt. En er gaat dan dus een ervaringsdeskundige mee. Hopelijk lukt het haar inzicht te geven in de nadelige gevolgen van het vasthouden aan deze culturele traditie of misvattingen weg te nemen dat het vanuit religie hoort.

“Maar wat als het toch gebeurt?”

“Wat als het toch gebeurt?”, vraag ik. “Wanneer je ziet dat een meisje besneden is, dan meld je dat anoniem. Bijvoorbeeld bij Veilig Thuis. Want het is kindermishandeling. Al met al gebeurt dit helaas in Nederland veertig tot vijftig keer per jaar.”

“Met name als meisjes mee op vakantie gaan naar het land van herkomst, is het belangrijk om het nog extra te bespreken. De kans is groot dat de gemeenschap of familie beslist dat het toch moet gebeuren.”

Ik realiseer me dat ouders weten dat hun dochtertjes na vier jaar controles op het typisch Nederlandse consultatiebureau min of meer van de radar verdwijnen. Gelukkig maakte mijn vriendin het tot nu toe nu niet mee bij een kindje.

“Al weet ik uit de bijscholing dat het helaas wel gebeurt, zowel tijdens een verblijf in het buitenland als in Nederland.”

LEES HIER MEER ERVARINGSVERHALEN OVER VROUWENBESNIJDENIS

mm
Hoi, mijn naam is Marijke. Sinds 2008 woon ik in Leeuwarden, Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. Terug op Friese bodem, vanuit Amsterdam, genieten jeugdliefde Erik en ik van het opgroeien van onze drie jongens. Observaties en herinneringen deel ik op m´n website. Voor De Wereldwijven schrijf ik over vrouwen die mij raken.