De telefoon gaat. De receptionist van het hotel noemt een naam die ik niet ken: “Il est ici pour votre collection.”. Mijn Frans is niet geweldig en mijn wedervraag komt niet door: waar gaan we heen dan? Het voelt een beetje als de serie 24, met mij in de hoofdrol…

Gisteren zijn we aangekomen in N’Djamena, de hoofdstad van Tsjaad en het was een korte en brakke nacht met een airconditioning die uit zichzelf continue aan-, en weer uitging. Ergens had ik verwacht een paar dagen in de hoofdstad te zitten. Papierwerk, een kapot vliegtuig. Of rijden naar Zakouma, een rit van 14-16 uur. Een plan was er niet.

Een uur na het telefoontje hebben we handjes geschudt op het kantoor van African Parks en een stapel formulieren ingevuld. De piloot loopt al een tijdje zenuwachtig op en neer, we moeten gaan. Ik stop mijn loodzware tassen in de auto maar piloot Nick onderbreekt me: “Ho ho, al die tassen van 25 kilo laat je hier. Neem alleen mee wat je de eerste 24 uur nodig hebt!”. “Ok, maar dan moet ik even een nieuwe tas inpakken”, probeer ik. Nick slaat zijn ogen ter hemel. Ik houd het bij mijn camera’s en mijn tandenborstel.

Een vliegtuig zonder deuren…

Nick is een gepensioneerde Amerikaan die – om zijn steentje bij te dragen aan het behoud van olifanten – een paar maanden per jaar in Afrika werkt. Vrijwillig. Een olifantentelling in Mozambique, scheuren boven Congo… Op dit moment is hij de inval-piloot voor Zakouma. Het Cessnaatje 182 vier-zitter lijkt eeuwenoud. Ik ben geen goeie vlieger in kleine vliegtuigjes en Nick is bezorgd. Ik heb toch wel mijn eigen kots zakjes meegenomen?

Hij belooft af en toe het raam te openen voor wat frisse lucht. Dit is sowieso wat onwennig voor hem: “normaal vlieg ik zonder deuren!”. Vanuit de lucht lijkt N’Djamena op iedere kleine Afrikaanse stad: rechte asfalt wegen, vierkante plots. Dat het zo groen is, en dat overal water staat, valt op. Ik probeer niet te veel op mijn horloge of telefoon te kijken. Voor mij zit Willem te snurken. Het lijkt een soort tijdreis.

“Dit is niet Zakouma, dit is de middle of nowhere! Je moet nog anderhalf uur!”. 

Na wat schitterende Inselbergs en hobbelige minuten landen we. Trillend en duizelig stap ik uit het vliegtuig. Een man wiens naam ik niet versta vertel ik zo normaal mogelijk hoe blij ik ben dat ik eindelijk in Zakouma ben… “Dit is niet Zakouma, dit is de middle of nowhere! Je moet nog anderhalf uur!”. Na deze boodschap verdwijn ik onder een vleugel van het vliegtuig, waar ik probeer te normaliseren voor de tweede etappe. Met een nieuwe passagier en met ‘kritiek overgewicht’ (aldus Nick), vliegen we door. Ik leid mijzelf af van mijn misselijkheid met een lijst van wat, en in welke volgorde, ik uit het raampje ga kiepen, indien nodig.

Welkom in Zakouma!

Het terrein onder me is nog steeds veel groener dan verwacht. Het is duidelijk dat dit de plek is waar de woestijn en het regenwoud elkaar ontmoeten. Ik zie hoge, groene bomen langs een meanderende rivier en eindeloze velden groen gras. Als ik de eerste giraffes zie, biggelen de tranen over mijn wangen. Taxiënd op (nu echt) de Zakouma landingstrip zie ik leeuwenprints op de grond. De geur van opdrogende modder en wilde Afrikaanse kruiden zijn vertrouwd. Het maakt me rustig. De misselijkheid trekt snel weg.

“Ik observeer de groep: het is een samenraapsel van militair geschoolde trainers van het anti-stroperij team tot een jonge giraffe onderzoekster en wij: twee Nederlanders…”

Onze “baas” en Park Manager Leon verwelkomt ons. Het vliegtuigje wordt terug z’n hangar in geduwd (!). We rijden naar Tinga, waar we zullen verblijven tot ons eigen kampje staat en waar we kennis maken met een bont scala aan vaste en tijdelijke collega’s. Ik observeer de groep: het is een samenraapsel van militair geschoolde trainers van het anti-stroperij team tot een jonge giraffe onderzoekster en wij: twee Nederlanders die het geweldig denken te vinden om vier maanden lang in 40-45 graden een klein tentenkampje aan de rand van een opdrogende modderpoel te managen voor kleine, exclusieve groepen natuurliefhebbers en safari-veteranen. Vanaf mijn stoel bij het vuur hoor ik verschillende kleine uiltjes om me heen. ‘s Nachts word ik wakker van brullende leeuwen. Een uur later weer, en nu zo luid dat ze door het kamp lijken te lopen… En dat blijkt ook zo te zijn.

Daar doe ik het voorlopig voor! À bientôt !

mm
Bonjour, ik ben Iris en ik woon in Tsjaad. Voor natuurbeschermingsorganisatie African Parks manage ik samen met mijn Willem een klein safari kamp in het Zakouma National Park. In dit exclusieve kamp komen maximaal 160 gasten per jaar. Aan het begin van deze eeuw werd Zakouma bijna ontdaan van olifanten door stroperij vanuit buurland Soedan. Verlost van deze brute aanvallen herstelt het park en de haar inwoners van dit trauma.