Sinds we in Yangon wonen hebben we een substantiële tuin. Dat is even wennen na de geveltuin, c.q. hondenuitlaatplek, in Amsterdam en de postzegel-stadstuin in Amersfoort. Het onderhouden van een tuin in de tropen is arbeidsintensief. Elke dag is het alsof er nieuwe planten zijn bij gegroeid. Maar ook in verband met ongewenste bezoekers, zoals groene slangen, ratten, witte kikkers en schorpioenen, leek het ons beter een ervaren tuinman, c.q. slangentemmer, te nemen…

We worden nu elke ochtend om 06:30 uur wakker met het geluid van de veger en gezang, met daar tussen door het geschraap van een keel, gevolgd door een klodder spuug. Bah, maar ik neem het graag voor lief.

Plastic op de composthoop?

Onze tuin produceert vele kilo’s aan blad, gras, beschimmelde mango’s en takken. De tuinman verzamelde dit eerst in plastic zakken, wat natuurlijk niet echt milieuvriendelijk is. Ik stelde daarom een compost hoop voor: goed voor onze tuin en voor het verminderen van het gebruik van plastic. Een paar dagen na het in gebruik nemen van de hoop, zag ik tot mijn verbazing allemaal plastic afval op de composthoop liggen. ‘Waarom gooi je plastic op de composthoop?’ vroeg ik. Het antwoord : ‘Dit is toch een afvalberg?’

Foto: Marije Boomsma

De opkomst van de afhaallunch 

Het gebruik van plastic in Myanmar is met het opengaan van de markt, aan het einde van het militaire regime, enorm snel gestegen. Aten de meeste Myanmarezen voorheen uit de karakteristieke tinnen lunchboxen, vandaag de dag eten steeds meer mensen uit single-use plastic verpakkingen. Drinken komt uit plastic bekers met een wegwerp-rietje of uit een plastic waterfles. Op dit moment gooien de Myanmarezen naar schatting 80 miljoen plastic tasjes per dag weg. 

Foto: Marije Boomsma

Veel Myanmarezen zijn eigenlijk nog niet echt bekend met plastic. Ze gaan er van uit dat het afbreekt, net als etensafval. Het tegendeel is jammer genoeg waar. Plastic is duurzaam. Het duurt honderden jaren voordat het is verdwenen. 

Het probleem ligt niet alleen bij de consument, maar voor een groot deel bij een falende overheid. Nergens staan vuilnisbakken en vuilnis wordt vaak niet opgehaald. De overheid haalt te weinig belasting binnen om samen met particuliere afvalbedrijven te investeren in goede afvalwerking: in vuilniswagens, in personeel en in machines. In Yangon betaalt minder dan de helft van de miljoen huishoudens voor het ophalen van afval.

Myanmar is één grote vuilnisbelt

Het gevolg is dat mensen hun afval op straat gooien, bij de troep die er al ligt. Regelmatig zie ik voor stoplichten de deur van een auto open gaan, waarna bekers en plastic volgen. Mensen gooien vuilniszakken en zelfs losse poepluiers uit hun raam in de steegjes van de oude buurten van Yangon. In serene tempels waar je zou verwachten dat monniken in een rustige, lees schone, omgeving willen mediteren, ligt overal troep. Myanmar is op heel veel plaatsen eigenlijk gewoon een grote vuilnisbelt. 

Het afval dat wel wordt opgehaald, wordt opgestapeld en verbrand in de open lucht. Dit geeft veel stankoverlast en er komen grote hoeveelheden methaan en carbon dioxide vrij. Het is ook een onveilige methode. In 2018, stond de Htein Bin vuilnisbelt in Yangon, waar het afval van jaren zich had opgestapeld, meer dan een maand in de brand. Als gevolg hiervan belandden veel omwonenden, vooral kinderen en ouderen, met ernstige gezondheidsproblemen in het ziekenhuis. 

Samen met het verbranden van landbouwgronden is het verbranden van afval één van de grootste boosdoeners als het gaat om de slechte luchtkwaliteit in Yangon. Bij een gebrek aan een formele luchtkwaliteitsmeting zijn we afhankelijk van officieuze metingen. De afgelopen weken gaven verschillende meters regelmatig slechtere luchtkwaliteit aan dan in New Delhi en in Bangkok, terwijl in Bangkok wegens slechte luchtkwaliteit de scholen gesloten waren. 

Foto’s: Marije Boomsma

‘Doh Eain’ oftewel Ons Huis

Totdat Myanmar haar overheidszaakjes op orde heeft, moeten we het hier hebben van kleinere lokale initiatieven. Die zijn er gelukkig steeds meer. Met één daarvan, ‘Doh Eain’, kwam ik in aanraking door onze kinderen die op de Nederlands school zitten in Yangon. Tijdens een cultuur-ochtend mochten zij met deze organisatie op stap om een steegje downtown Yangon op te knappen en te schilderen. 

Doh Eain’ staat voor ‘Ons Huis’ en is een social-enterprise opgericht door de Nederlandse Emilie Roëll. Samen met een Myanmarese vriend Gulam Hla Tin begon zij huizen en later steegjes, in het oude heritage gedeelte van de stad, op te knappen en  leefbaar te maken. Het eerste steegje was een spontane actie waarbij Emilie samen met haar vrienden vuil uit het steegje verwijderde, om vervolgens met wat buurtkinderen de kale muren te gaan beschilderen. De dag begon met tien kinderen, maar al snel zwol de groep aan tot meer dan vijftig en al snel stond de lokale krant op de stoep. 

Het eerste zaadje van ‘Doh Eain’ was gekiemd. Een organisatie werd opgezet en door middel van crowd-funding werd er vijftigduizend euro opgehaald om vier steegjes volledig te renoveren. 

Foto: Doh Eain

In tussen zijn we twee jaar verder, heeft Doh Eain 28 mensen in dienst en zijn er al zes steegjes getransformeerd van vuilnisbelt tot  groene rust-, speel- en bijpraat- plek voor Myanmarese gezinnen die midden in de hectiek van de stad wonen. Vier nieuwe steegjes zijn dit jaar in de maak en er zijn grote plannen om nog veel meer public spaces in Yangon aan te pakken.

En een beter milieu begint natuurlijk bij jezelf

En op mijn kleine micro-manier, blijf ik zelf stug plastic tassen en rietjes teruggeven in restaurantjes en winkels. In elke school-, sport-, weekend-, boodschappen- tas zit intussen een hervulbare waterfles.

Als ik thuis ben, loop ik in de late na-middag, wanneer de sidderende zon bijna ondergaat en de temperatuur weer richting de 30 graden celsius zakt, naar de composthoop. Ik geniet dan in stilte van al het bij elkaar gesprokkelde tuinafval en kijk of ik nog wat plastic uit de hoop kan vissen.  

Zie ook myanmarfamiliystories.blog

mm
Mingalabar! Mijn naam is Marije en sinds 2018 woon ik met mijn lief en kids (tien en acht) in Yangon, Myanmar. Van 2003 tot 2007 hebben we ook in Azië gewoond, maar nu voor het eerst als gezin. Een heel andere en erg leuke dimensie. Ik werk in Myanmar als Responsible Business Manager. Ik betrek bedrijven bij het bevorderen van arbeidsomstandigheden, eerlijke betalingen, verantwoorde consumptie enz. Daarnaast schrijf ik blogs, vanaf 2019 ook voor De Wereldwijven.