Op 7 april 1994 begon in Rwanda de Genocide tegen de Tutsi. In slechts 100 dagen verloren meer dan 800.000 mensen hun leven. Vijfentwintig jaar later treffen bezoekers in Rwanda een uitzonderlijk schoon en veilig land aan. Hoe kan een land overleven, maar ook herstellen van zo’n menselijke catastrofe?

Honderd dagen duurde de genocide. En na die 100 dagen, stond Theo er ineens helemaal alleen voor. Hij was 12 jaar oud…

Toen mijn moeder mij vorig jaar kwam opzoeken in Kigali, ving ik haar achter de paspoortcontrole op om haar te helpen met haar visum. Haar vlucht was vertraagd, en ik zat samen met Theo, een bevriende beveiligingsman, op een bankje te wachten. Theo vond het prachtig dat mijn moedertje helemaal naar Rwanda kwam en informeerde geïnteresseerd naar haar leeftijd, haar gezondheid, haar nationaliteit en of ze eerder in Afrika was geweest.

Op een gegeven moment vroeg ik aan hem hoe het ging met zijn eigen moeder. Hij glimlachte minzaam en vertelde dat hij zijn beide ouders en al zijn zeven broers en zussen had verloren tijdens de genocide van 1994. Honderd dagen duurde de genocide. En na die 100 dagen, stond Theo er ineens helemaal alleen voor. Hij was 12 jaar oud. De overheid heeft zich over hem ontfermd, vertelde hij. Hij kreeg een opleiding en werd geplaatst bij zijn huidige werkgever. Hij werkt hard, en heeft nu zelf een vrouw en kinderen. “Ik heb nu mijn eigen gezin. Het leven is goed voor mij.”, zei hij lachend, ik denk ook deels om mij gerust te stellen. 

Meer dan 8000 doden per dag…

April in Rwanda is een maand met veel heftige emoties: het is een tijd van herdenking, rouw en verdriet, maar ook van dankbaarheid en zingeving.  Precies vijfentwintig jaar geleden, op 7 april 1994 begon de meest gewelddadige periode in de geschiedenis van het land. De Genocide tegen de Tutsi’s werd zorgvuldig en systematisch gepland door de radicale Hutu-regering en in slechts 100 dagen verloren meer dan 800.000 mensen hun leven.

Stel je voor, meer dan 8000 doden per dag in een land dat ongeveer zo groot is als België? Het was een ongekend heftige geweldsexplosie tussen twee bevolkingsgroepen die jarenlang naast elkaar hadden geleefd als buren, vrienden, en collega’s. De genocide kwam pas ten einde toen het rebellenleger van de huidige president Paul Kagame het land bevrijdde.  De Internationale Gemeenschap stond erbij en keek ernaar. De Verenigde Naties konden weinig uitrichten omdat individuele landen dat niet wilden.

Hoe herstelde Rwanda zich?

Vijfentwintig jaar later treffen bezoekers in Rwanda een uitzonderlijk schoon en veilig land aan. De hoofdstad Kigali heeft moderne gebouwen en geasfalteerde wegen. Rwandezen hebben hard gewerkt en moedigen toeristen aan hun mooie en vredige land te bezoeken. Hoe kon een land als Rwanda overleven, maar ook herstellen van zo’n menselijke catastrofe?

De impact van de genocide op de Rwandezen en de Rwandese samenleving is allesomvattend. De gehele politieke en sociale structuur van het land, is erdoor beïnvloed. Rwanda verwerkt het trauma onder andere door drie maanden per jaar uitgebreid te herdenken, de eenheid van de natie te herbevestigen en met veel ambitie naar de toekomst te kijken. Deze herdenkingsperiode heet Kwibuka, in het kinyarwanda ‘herinneren’ of “herdenken”.

De gitzwarte geschiedenis herdenken

Kwibuka begint bij de Nationale Herdenking op 7 april en eindigt eind juni, maar de nadruk ligt op april, de maand in het hart van het regenseizoen, wanneer de regen soms zo hard uit de hemel dendert dat straten en soms zelfs dorpen worden meegesleurd. Veel mensen herbeleven de gruwelijkheden van 1994 in deze periode en worstelen met hun geestelijke gezondheid. 

 Tot vorig jaar kwam in de tweede week van april het openbare leven tot stilstand. Rwandezen werkten nog wel in de ochtenden, maar in de middag werden in dorpen en wijken bijeenkomsten georganiseerd waar overlevenden, maar ook familieleden van overlevenden en daders, gelegenheid kregen om hun persoonlijke verdriet en pijnlijke of schaamtevolle herinneringen te delen en waar gesproken werd over het belang van de eenheid.  Werkgevers gaven personeel de ruimte om deze bijeenkomsten bij te wonen of om op zijn of haar eigen manier invulling te geven aan Kwibuka, bijvoorbeeld door een bezoek aan een van de vele gedenkmonumenten en graven in het land. 

Vanaf dit jaar, zal Kwibuka zich voor het eerst beperken tot twee herdenkingsdagen.  Door de donkerste momenten van de geschiedenis te herinneren, leren de Rwandezen het leven en de vrede waarderen. 

Tutsi of Hutu? Het is tegenwoordig een taboe

De genocide is een gevoelig onderwerp waar je als buitenlander niet gemakkelijk over praat met Rwandezen. Het is tegenwoordig bijvoorbeeld een groot taboe om te vragen of iemand een “Tutsi” of een “Hutu” is, want dat schept verdeeldheid en geen eenheid. Maar als je mensen beter leert kennen, komt vroeg of laat de persoonlijke impact van de genocide ter sprake.

Iedereen is op zijn of haar manier getroffen: er zijn overlevenden, daders en hun families, wezen, kinderen van verkrachte moeders, vluchtelingen, tweede generatie slachtoffers en de honderdduizenden diaspora Tutsi uit Oeganda, Burundi, Congo maar ook uit Zuid-Afrika, Canada en België, die decennia eerder al gevlucht waren voor het repressieve postkoloniale Hutu regime en na de genocide terugkeerden naar het moederland om te helpen aan de wederopbouw.  Om de eenheid te benadrukken wordt niet meer geregistreerd of iemand een Hutu of Tutsi is. Volgens de wet mag het onderscheid niet meer gemaakt worden; iedereen is Rwandees. Dat laat onverlet dat de families van beide kanten precies weten hoe de vork in de steel zit.

De persoonlijke verhalen van overlevenden zijn confronterend en complex. Tegelijkertijd getuigen ze van een enorme menselijke veerkracht.V

Het verhaal van Theo is slechts een voorbeeld, hoe je de meest onvoorstelbare ervaringen hoort na een terloops gestelde vraag. Zo zijn er honderdduizenden verhalen. Ik ken een man die tijdens die honderd dagen samen met zijn zwangere vrouw ondergedoken zat in Hotel Mille Collines (het hotel uit de film Hotel Rwanda). Ik ken een vrouw van mijn leeftijd, nu werkzaam in een keurige corporate functie, die zich als studente in ballingschap in Oeganda aansloot bij de rebellen en deel uitmaakte van het bevrijdingsleger. 

Ik ken jonge mensen, die nog klein waren in 1994, maar rond hun dertigste ineens te maken kregen met ernstige posttraumatische stress symptomen. Ik ken ook een vrouw, die eind jaren negentig als zorgeloze tiener in haar geboorteland Canada, van de ene op de andere dag met haar ouders naar Rwanda verhuisde en tot die tijd geen idee had dat ze Rwandees was noch dat haar ouders tot de nieuwe politieke elite behoorden. Voor haar eigen veiligheid was haar altijd verteld dat de familie uit Oeganda kwam.

De persoonlijke verhalen van overlevenden zijn confronterend en complex. Tegelijkertijd getuigen ze van een enorme menselijke veerkracht. En de verhalen van actieve of passieve daders en hun familieleden?  Die hoor je niet als buitenlander. Maar daarvan moeten er statistisch gezien nog veel meer zijn.

Vrede en stabiliteit is een delicate balans

Nu ik hier een aantal jaren woon, realiseer ik me hoe fragiel vrede en stabiliteit zijn. Staatsveiligheid is de allereerste prioriteit van de Rwandese overheid en dat gaat boven democratie of vrijheid zoals wij die kennen. Ik ben als Nederlander gewend om te kunnen zeggen, schrijven en denken wat ik wil. Om een tegengeluid te horen in een vrije pers. Dat kan hier niet. Maar ik ben ook slechts een passant en geen Rwandees, die hier leeft en die zijn buurman of -vrouw elke dag in de ogen kijkt en probeert niet te denken: “Ik weet waar jij was en wat je deed”.  

Aanstaande zondag, 7 april, is de 25ste Nationale Herdenking van de Genocide tegen de Tutsi. Prominenten uit de hele wereld komen naar Rwanda om hun respect te tonen. Naar verluidt zal vanaf volgend jaar kwibuka alleen nog maar op wijkniveau plaatsvinden en niet meer op nationaal niveau. Dat is niet per definitie slecht, want het gaat natuurlijk niet echt om de buitenlanders. Alleen een complete verzoening tussen de twee “bevolkingsgroepen” in dit land kan ervoor zorgen dat de vrede en veiligheid worden behouden. Het is een delicate balans, die iedere dag weer op de proef gesteld wordt. 

mm
Muraho! Ik woon met mijn man en hond in Kigali, Rwanda. Na ruim twintig jaar werken in Nederland besloten we drie jaar geleden dat het tijd werd voor iets nieuws. Ik werk nu als schrijver en editor voor lokale media en organisaties en laat jullie graag de ins en outs van Rwanda en de omringende landen zien.