Van de ruim zeven miljoen inwoners in Israël is meer dan anderhalf miljoen Arabier. Zij wonen verspreid over het hele land. Vaak dicht bij Joodse dorpen of steden, soms ook in gemengde steden als Nazareth, Jaffo, Akko en Tel Aviv. Veel organisaties houden zich bezig met co-existentie, het samenleven van de verschillende bevolkingsgroepen. Het schrijven hierover blijft me boeien, omdat het een ander Israël laat zien dan wat je in de media ziet, leest en hoort. 

Givat Haviva is ook zo’n prachtig project. Het is een Joods – Arabisch instituut dat zich sinds 1949 inzet voor een vreedzame samenleving tussen Joden en Arabieren in Israël. Het Vredescentrum, een onderdeel van het instituut, richt zich vooral op shared society’s waar verschillende Arabische en Joodse dorpen samenwerken op allerlei verschillende niveaus; bestuurlijk, educatief en sociaal. 

“Ik was nog nooit in een Joods huis geweest, de eerste keer was eng. Joodse mensen kom ik tegen bij de dokter en in de supermarkt, maar we praten nooit met elkaar”

“Een aantal jaar geleden kwamen we tot de ontdekking dat een dialoog alleen niet voldoende is. Actief samen bezig zijn en elkaar dicht bij huis ontmoeten blijkt effectiever,” zegt directeur Yaniv Sagee. Het fotografieproject Through Others Eyes is daar een goed voorbeeld van. Arabische en Joodse cursisten gaan bij elkaar op bezoek met als opdracht een fotoreportage te maken.

“Ik was nog nooit in een Joods huis geweest, de eerste keer was eng. Joodse mensen kom ik tegen bij de dokter en in de supermarkt, maar we praten nooit met elkaar”, vertelt de Arabische Azhara. Ook de Joodse Naomi was een beetje nerveus bij de eerste ontmoeting. “Je mag niet generaliseren, maar Arabieren associeerde ik met aanslagen en oorlog.”

“Zo is Jom Ha’atsmaoet 2019, de onafhankelijkheidsviering van Israël, voor mijn Joodse vriendin een feestdag, maar voor mij een treurdag.”

Door het fotoproject leerden ze elkaar kennen en ze ontdekten dat ze veel gemeen hebben, zoals de opvoeding van de kinderen. “Als je emotioneel dichter bij elkaar komt, dan is praten over moeilijke onderwerpen ook mogelijk”, vult Azhara aan. “Zo is Jom Ha’atsmaoet 2019, de onafhankelijkheidsviering van Israël, voor mijn Joodse vriendin een feestdag, maar voor mij een treurdag. Ondanks een andere realiteit van eenzelfde gebeurtenis bleek dat we toch bevriend met elkaar kunnen zijn. Onze families komen bij elkaar en we zijn nu dikke maatjes.”

Vredescentrum Givat Haviva

Givat Haviva is een uitgestrekte campus van veertig hectare grond met veel groen, gebouwen, gastenverblijven, klaslokalen en vergaderzalen. Ook is er een auditorium, een bibliotheek, een zwembad, een galerij en een eetzaal. Givat Haviva heeft meerdere projecten. Zo komen Joodse en Arabische jongeren van tussen de veertien en achttien jaar regelmatig bij elkaar om te praten over wat hen bezighoudt. Hetzelfde geldt voor Joodse en Arabische vrouwen wat leidde tot zelf bereide lunches waar de gezinnen elkaar ontmoetten.

In het kunstatelier beeldhouwen Joodse en Arabische kunstenaars, met aan het eind van ieder studiejaar een gezamenlijke tentoonstelling. De programma’s van Givat Haviva zijn inmiddels bekend. In 2001 werd het Vredescentrum van Givat Haviva bekroond met de UNESCO-prijs voor Vredeseducatie. 

Children teaching children

De financiën voor het werk van Givat Haviva komen van binnen- en buitenlandse giften. Ook in Nederland is een stichting. Yvette Bours-Justus, voorzitter. Givat Haviva werkt door bijzondere programma’s aan een Israëlische maatschappij waarbij de Arabische en Joodse bevolking elkaar vinden.

Bijvoorbeeld met het Children teaching children project voor veertien- en vijftienjarige kinderen. Negen Arabische en  negen Joodse scholen doen hier aan mee. Over een periode van twee jaar wordt er elke week twee uur lesgegeven over de cultuur, geschiedenis, godsdienst en achtergrond van de ‘ander’. Regelmatig ontmoeten deze jongeren elkaar, veelal op de campus van Givat Haviva. Tijdens het samenzijn is er plaats voor ontspanning, maar moeilijke onderwerpen zoals het Midden-Oosten conflict en de gevolgen daarvan worden niet uit de weg gegaan.

‘Toen ik met het project begon was ik een Arabisch meisje dat Joodse jongeren ging ontmoeten, nu voel ik dat niet meer.”

“Als een Joods kind zegt: ‘We hebben een sterk leger nodig’, dan klinkt dat voor een Arabisch kind bedreigend. Als een Arabisch kind zegt: ‘Wij willen meer land om huizen te bouwen’, dan klinkt dat voor een Joods kind alsof hun land wordt afgepakt. Wanneer we uitleggen dat beide voorbeelden gaan over een veiliger en prettiger leven, dan krijgen ze begrip voor elkaar”, legt Yvette uit. ”Bij de evaluatie is het altijd opmerkelijk hoe anders er over elkaar gedacht wordt. Een meisje zei mij eens: ‘Toen ik met het project begon was ik een Arabisch meisje dat Joodse jongeren ging ontmoeten, nu voel ik dat niet meer, we zijn allemaal jongeren’. Daarom is dit instituut zo belangrijk. Om die ‘bewustwoording’!”

mm
Shalom! Mijn naam is Joanne Nihom. Ik woon sinds dertien jaar in Israël, in het noorden van het land, in een Joods dorp. Onze buurdorpen worden bewoond door Arabieren en Druzen en daar doe ik mijn boodschappen en heb ik vrienden wonen. Ik ben freelance journalist en zie het als mijn ‘missie’ om het andere Israël te laten zien. Een gebied waar co-existentie tussen Joden, Arabieren en Palestijnen zorgt voor vrede op menselijk niveau.