Voordat ik naar Zweden verhuisde, wist ik één ding dondersgoed: de winters zijn daar langer. En niet alleen langer, ook kouder, en donkerder, en ellendiger. Als je hier begint over ‘de Zweedse winter’, krijg je vaak een hoop instemmend gezucht en gekreun als reactie. Met die lange winter had ik dus rekening gehouden.

Ik had een idee van wat me te wachten stond en ik troostte mezelf vooral met de gedachte dat het ooit weer lente zou worden. En daar ging ik de mist in. Een langere winter betekent namelijk ook, jawel, een kortere lente…

Als de lente er niet is, merk je pas hoeveel je het mist

Een logische gevolgtrekking, aangezien een jaar in Zweden ook gewoon 365 dagen heeft. Maar na 22 lentes in Nederland meegemaakt te hebben, ging lente nummer 23 me niet zo gemakkelijk af. En met lente bedoel ik eigenlijk het gebrek aan lente, want terwijl mijn vrienden me foto’s stuurden van de zonovergoten straten van Utrecht en hoe ze weer buiten konden ontbijten (voorstel voor een nieuw woord: ont-buiten) stond ik hier in de gang nog steeds elke dag mijn skipak van thermo ondergoed, dikke trui, winterjas, muts, sjaal en wanten aan te trekken.

Pas toen ik er niet was, besefte ik ook hoe fijn ik de lentes in Nederland altijd vond. Een verademing tussen de regenachtige winters en de plakkerige zomers. De zon is warm maar niet heet, de mensen zijn vrolijk, de terrassen vol en overal worden lammetjes geboren. En hier zat ik, in Zweden, waar de lente vooral gekenmerkt wordt door harde wind, altijd een jas aan en hier in de stad is zover ik weet nergens een lammetje te bekennen.


Alleen op de bank, zonder werk en weinig sociale verplichtingen

Maar een paar weken geleden, gebeurde er iets bijzonders. We wonen pas net een jaar in dit appartement en ik ben pas sinds een half jaar aan het werk als freelance vertaler. In de winter had ik gelukkig een leuke opdracht maar in het begin van dit jaar bleef het even stil, zoals dat gaat. En de lange dagen in een toch nog redelijk leeg huis, begonnen aan me te knagen. In de winter was het logisch geweest om me terug te trekken – het was toch veel te koud om iets te doen. Maar juist nu het om me heen steeds lichter werd, en ik nog steeds alleen op de bank zat, zonder werk en met maar weinig sociale verplichtingen, voelde het aanbreken van de lente meer als een straf dan een beloning.

Toen besloot ik om een tafel te kopen. De eerste keer dat ik de plattegrond van ons appartement zag, had ik al bedacht hoe ik de huiskamer wilde inrichten. Veel boekenkasten, een fijne bank met een kleed eronder en een echte tafel. Een tafel waar je aan kunt eten, waar je spelletjes kunt spelen, je volle tas boodschappen op kunt zetten en waar je met goed fatsoen andere mensen op de koffie kunt hebben. Maar het leven gaat zoals het gaat, zeker als je gaat samenwonen. Het belangrijkste blijkt dan te zijn dat je allebei al je spullen kwijt kunt (Zo. Veel. Boeken.) en dat je ergens kunt zitten. De bank en de boekenkasten kwamen er dus al snel, maar de tafel niet.


Een tafel om aan te eten, spelletjes te spelen en koffie te drinken

Dus vroeg ik op een vrijdagavond aan mijn vriend of we de volgende dag misschien naar de kringloop konden om een tafel te kopen. ‘Om naar een tafel te gaan kijken, bedoel je?’ vroeg hij. Ik mompelde instemmend maar ik ken mijn eigen koppigheid (en intuïtie) inmiddels behoorlijk goed, dus stiekem wist ik allang dat het meer een kwestie van vinden dan van zoeken was: die tafel zou er komen.

De volgende dag liepen we de kringloopwinkel binnen, en zagen hem meteen: een simpele, houten tafel. Veel krassen op het tafelblad, maar dat gaf niks. Mijn vriend begon meteen plannen te maken voor hoe en wanneer hij de tafel zou gaan schuren en oliën en ik vond ondertussen vier stoelen. Die bleken handgemaakt te zijn. Als je ze op zijn kop zet, zie je de jaartallen en de initialen van de maker in de stoel gebrand staan. Ik woon nu precies een jaar in dit prachtige, handige Ikea-land, maar die vier handgemaakte, net-niet-perfecte stoelen zijn een van mijn mooiste bezittingen.

Met die tafel begon mijn lente!

Ik had niet verwacht dat een tafel mijn leven zou veranderen. Wanneer ik het hardop zeg (of op papier schrijf) klinkt het enorm pretentieus en een beetje raar, maar het is waar dus blijf ik het zeggen en schrijven: deze tafel heeft mijn leven veranderd. Want door die veel te grote, lege hoek te vullen, ben ik niet meer zo alleen in de ruimte en voelt mijn huis eindelijk als een thuis. En omdat de tafel uitnodigt om aan gezeten te worden met anderen, nodigen we veel sneller vrienden uit om bij ons langs te komen. Ik heb de afgelopen maand meer mensen over de vloer gehad dan de drie maanden daarvoor bij elkaar opgeteld en dat komt allemaal door die tafel.

Voor mij begon de lente dus met een tafel. Een aanmoediging om weer dingen te gaan ondernemen. Opnieuw verliefd worden op je eigen huis en het leven dat je gekozen hebt. De Zweedse lente is niet fris en vrolijk en hoopvol, zoals de Nederlandse lente. De Zweedse lente is voor mij getekend door het durven toegeven hoe moeilijk de winter is geweest. Durven toegeven dat het eenzaam is hier, in een nieuw land, met nieuwe uitdagingen. En het dan toch aan te durven om de lentekriebels te voelen. En nieuwe plannen te maken, aan een nieuwe tafel.


Foto’s in het artikel: Mijke Hadewey van Leersum

mm
Hej! Ik ben Mijke en ik woon sinds mei 2018 in Göteborg, Zweden. Ik werk als zelfstandig vertaler en tekstschrijver en ik werk met Engels, Nederlands en sinds kort ook Zweeds. Door mijn beroep en dankzij mijn verhuizing ben ik me erg bewust van cultuurverschillen en wat onze taal over ons zegt. Ik ben van nature vrij nieuwsgierig dus ik vind het heel leuk om uit te zoeken hoe we als mensen van elkaar verschillen en wat ons met elkaar verbindt.