Dit jaar is het warmer dan andere jaren. Mijn huid kriebelt aan alle kanten. Ik verlang naar de verfrissende lente, en bij gebrek daaraan naar een regenbui. Het is de tijd voor de mangoregens, maar ze willen nog niet echt vallen. De wind blaast verdroogde blaadjes uit de kailcedrats. Ik hoor ze knisperen in de wind; alsof er regendruppels de aarde raken…

Een teleurstelling dat het slechts de blaadjes zijn. Ik snuif de geur van de lucht op: het ruikt naar regen! HET REGENT! Ik spring op van mijn stoel en laat de dikke druppels op mijn armen landen. Het gevoel van de regen op mijn huid is hemels. Het verlangen naar de lente en de aandrang om er even tussenuit te gaan, verdwijnen op slag.

Lentekind

Ik ben een lentekind. Niet zo verwonderlijk dus dat ik dol ben op het seizoen waarin de natuur ontwaakt. Die tijd van het jaar waarin je de ramen wijd openzet om het laatste restje winterse energie uit het huis te krijgen en de frisse lentegeur binnen te laten.

En toen verhuisde ik naar Mali, waar het principe van lente-zomer-herfst-winter niet opgaat. We denken meer in termen van warm, koud, stof, droog en regen. Of aan de hier in het toerisme gangbare termen: groot seizoen, klein seizoen en het dode seizoen.

Lentekriebels?

Terwijl in Nederland de lente aanbreekt, neemt een verzengende hitte bezit van Mali. Het is droog en af en toe waait er nog een Harmattanwind, die het stof tot in de verste hoekjes van de best afgesloten kasten laat doordringen. Het levensritme wordt aangepast. Op het heetst van de dag daalt een ongekende rust neer over het centrum van Ségou; het dagelijkse leven komt even tot stilstand. Het is het moment dat ik tijdens mijn lunchpauze praktische zaken probeer te regelen. De pinautomaat piept, kraakt en werkt in slow motion of helemaal niet. Groenten en fruit liggen op de markt te verpieteren. Bij de kleinste inspanning loopt het zweet in straaltjes van mijn hoofd en langs mijn rug.

Het is deze tijd van het jaar bijna een dagtaak om voldoende vocht binnen te krijgen. Op kantoor draait de luchtbevochtiger-ventilator op volle toeren om de werktemperatuur nog enigzins draaglijk te houden. Thuis is het rond de 40 graden Celsius. De enige koele plek in huis is de koelkast. Met een beetje geluk koelt het ’s nachts af naar zo’n 30 graden Celsius.

Heel veel bultjes

Het begint met een paar bultjes. Muggebeten denk ik elk jaar weer heel naïef. Tot het na een paar dagen tot me doordringt dat het wel heel veel muggebulten zijn geworden. Zucht… het is weer zo ver. In mijn begintijd in Mali was Ibrahim er van overtuigd dat ik een ernstige (besmettelijke) huidziekte had. Zonne-eczeem legde ik hem uit. Hij geloofde er geen snars van. Groot was zijn verbazing toen de bultjes binnen 24 uur spoorloos verdwenen waren, nadat we voet op Europese bodem gezet hadden.
‘Oh, dat had ze als kind al, niets om je zorgen over te maken, jongen, komt door de warmte’, stelde mijn vader hem gerust.

Begin april boften we nog. De nachten waren nog lekker ‘koel’ en de dagen daardoor draaglijk. Heel even dacht ik dat we de hitte zouden overslaan en zo het regenseizoen in zouden hobbelen. Het mocht niet zo zijn. Van de een op de andere dag stijgt de temperatuur overdag tot recordhoogte en komt er alleen nog maar lauw water uit de kraan.

Ik ben echt niet de enige toubab, die er last van heeft. Wel een van de weinigen, die geen oog dicht doet als er een ventilator of een airconditioner staat te zoemen. Dat stelt me voor de keuze: geraadbraakt door slaapgebrek of een huid, die er uitziet als een gevlekt maanlandschap. Het wordt het laatste.

Zal ik?

De regen was van korte duur en de dagen erna zijn ronduit benauwd.
‘Boek een ticket, ga naar Nederland’, stelt Ibrahim voor. Het voelt wat onzinnig om heen en weer naar Nederland te gaan vliegen om even uit de warmte te zijn. Toch is er een zaadje geplant. Ik bestudeer mijn volle agenda. Tussen afspraken, een geplande reis naar Europa, de officiële ingebruikname van onze tweede boot en de potentiële datum voor een collectief visevenement is er best ruimte om even vanaf een andere plek mijn werk te doen; een workation zeg maar.

Zal ik toch even de warmte ontvluchten? Alles in mij begint te tintelen. Jaaa… Senegal met verkoelende zeebries, ik kom er aan!

mm
I-ni-tilé, ik ben Monique. Sinds 2010 woonachtig in Ségou, Mali, waar ik samen met Ibrahim Papillon Reizen run. Met hart en ziel organiseren we reizen met win-win voor klanten en lokale bevolking. Mali is een bron van inspiratie en verwondering; me uitdagend met open-mind naar de wereld te kijken. Naast reizen (organiseren), wandel ik graag. Ik schreef het boek Mijn Camino. Hier ga ik schrijven over het leven in Mali.