Het thema van deze maand is reizen. Een werkwoord dat bij ‘ons wereldwijven’ natuurlijk niet onbekend is. Grenzen verleggen, culturen opsnuiven, en jezelf in het onbekende storten. Dat heeft ook zo zijn valkuilen. En daar stapte wereldwijf Eva best wel een paar keer in. Volg hier haar serie met reisblunders.

Ik weet het nog goed, nog maar 23 jaar, en net een half jaar begonnen aan mijn eerste fulltime baan bij een uitgeverij. Niet lang ervoor had ik alleen gebackpackt door Australië als kers op de taart na mijn afstuderen. Al vanaf mijn vijfde wilde ik naar Ozzie, maar daarover in een andere reisblunderverhaal meer. Dit keer ging het helemaal mis in Suriname.

Bureaustoelbillen

Met de reiskoorts nog na zinderend in mijn lijf door mijn Australische avonturen was de overgang naar uren op een kantoor zitten best flink. Een 8 till 5 met bureaustoelbillen. Daarom aarzelde ik geen enkele minuut, toen ik een kans zag om weer even mijn internationale vleugels uit te slaan. Een goede vriendin van me liet weten dat ze stage ging lopen in Suriname voor enkele maanden. ‘Hoe gaaf!,’ dacht ik, ‘daar heb ik altijd al eens heen gewild!’ Schijnbaar had mijn grootvader daar ooit een paar jaar gezeten in de jaren vijftig om plantages met ananassen te telen. Het leek mij wel ‘cool’ om daar als kleinkind ook eens rond te wandelen. Met al dit enthousiasme in mijn donder en lichtelijke reiskoorts bekeek ik tijdens kantoortijden meteen de vluchten naar Paramaribo.

Al snel zag ik een prachtige kans om met de feestdagen in mei weg te kunnen zonder al te veel verlofdagen op te nemen. In gedachten zat ik al in het vliegtuig! Snel mailde ik in al mijn enthousiasme mijn vriendin: ‘N., ik kom eraan! Vind je het leuk? Ik kan er al over een paar dagen zijn!’ Ze sputterde wat, maar zei geen nee. Waarschijnlijk overdonderd. Ze moest wel aan haar stage beginnen, en zat er nog maar drie weken. Maar echt luisteren heb ik niet gedaan. Ik walste er waarschijnlijk overheen. ‘Joh, maar je niet druk, ik heb bijna een half jaar alleen door Australië gereisd, je hoeft mijn handje niet vast te houden hoor!’ ‘

Geen oog dicht

Enkele dagen later zat ik al in de nachttrein van Amsterdam CS naar Parijs. Mijn vlucht zou gaan vanaf Orly. Geen oog dichtgedaan natuurlijk, want ‘was die conducteur die mijn paspoort innam wel een echte conducteur?’. Gelukkig wel, bleek enkele schommelde uren in de slaapcoupé verder. Rond 6 uur stond ik in Parijs. Mijn vlucht naar Frans-Guyana, overstap naar Paramaribo, het leek voorspoedig te gaan. En daar stond ik dan als een blij ei in Paramaribo, met straten als De Steenstraat, en palmen in het park. Heel veel meer heb ik helaas niet van de hoofdstad gezien…

Wat bleek? Vriendin N. had het helemaal niet zien zitten dat ik kwam! Haar hoofd stond er niet naar, want ze was nog maar nét aan haar Surinaamse avontuur begonnen. Dit gaf ze voorzichtig toe die avond. Ik had haar al zo lauwtjes gevonden toen ik haar in de armen vloog. Wat een mood-killer. Maar, beloofde ik haar plechtig, je zal van mij geen enkele last hebben, ik snap dat ik je overdonderd heb, sorry, ga lekker je gang, ik vermaak mij wel!

Dat weekend ging N. met haar nieuwe stagevrienden een weekend de bush in. Een ervaring bij de indianen aan de Marowijne rivier. Alles in mij schreeuwde om mee te willen. En dat stond ze dan ook wel schoorvoetend toe. Ik verzekerde nogmaals: ‘Doe je ding N., vermaak jezelf, ik vind het prachtig om mee te mogen, maar ik red mijzelf hoor!’ Ok, dat was een gentlemen agreement tussen twee jonge vrouwen van 23. Die ik enkele uren erna al verbrak…

‘Ik keek naar het bruine water en zag een hondenkadaver drijven.’

We reisden in een busje met een gids, een paar stagiaires, en ik als een luis in de pels naar de wildernis. Dieper en dieper de jungle in. Daar waar wegen geen wegen meer mogen heten, de aarde rood en nat is, en de plassen diep en modderig. Op de grens van Suriname en Frans Guyana namen we een kano. Urenlang voeren we de Marowijne rivier af naar daar waar de zee de rivier kust. In dit brakke water meerden wij aan bij een Indianenstam. Een paar hutjes op palen en een paar vriendelijke gezichten.

‘Zo’, zei de gids, ‘ga maar even de benen strekken allemaal.’ Ik liep op gepaste afstand van de groep, wilde N. geenszins voor de voeten lopen, langs de oever. De gids sloeg mij gade. ‘Je kan wel gaan zwemmen als je wilt’. Ik keek naar het bruine water en zag een hondenkadaver drijven. De ribben met aangevreten vlees staken dobberend omhoog. ‘Neuh…’, zei ik, ‘ik hou het wel bij pootje baden!’ Met blote voeten en mijn Teva’s in de hand die half Australië hadden doorkruist, genoot ik van het uitzicht. Ik zag rook omhoog dwarrelen boven het donkergroene woud. Silhouetten van de reisgroep op een dertig meter afstand. De koelte aan mijn voeten deed mij goed. Ik stelde mijzelf nog een keer gerust. Eef, je bent niet helemaal welkom, bad timing, te impulsief geweest, maar dit kan je. Geniet gewoon van dit land en toon begrip naar N’s gevoelens.

‘AAAAAAAAAAAAAAAH!!!!!!!’

Een brul van hier tot Tokyo verdween uit het achterste van mijn keel. Een vlijmscherpe, nee, een onmenselijke pijn, nee, een onbeschrijfelijke pijn sneed door mijn voet.

‘AAAAAAAAAAHHHHHHHHHHHHHHHH!!!!!’

Nog erger, nog harder schreeuwde ik. Ik zag sterretjes, dacht flauw te vallen. Het voelde of er een mes rechtstreeks diep in mijn enkel perforeerde. En dat was dus eigenlijk ook zo… Iemand van de reisgroep is naar mij toe gerend. Ik meen een blonde knul, maar ik weet het allemaal niet meer precies. Met een bloedende enkel en ikzelf als het meisje van de film The Excorsist haar hoofd rondtoldend, werd ik in zijn armen naar het indianenhutje gebracht. De hele groep was gealarmeerd, want je kon mij in Paramaribo nog horen.

Ik gilde, ik kreunde, ik schreeuwde, jammerde, huilde, jankte, snikte, hijgde…ik maakte kabaal als een speenvarken die levend werd gevild. En dit…urenlang. Zelfs de ‘kapitein’ van de indianenstam kwam zich ermee bemoeien. Zijn diagnose: je bent gestoken door een rog. Ik weet hoe Steve Irvin zich mogelijk gevoeld moet hebben, toen de pijlstaartrog hem in zijn hartstreek stak. Hoewel, ik hoop dat het bij hem snel en dus pijnloos was. De kapitein pakte een roestig scheermesje en sneed nog eens extra in mijn gapende wond. Zo zou het gif er een beetje uit kunnen stromen. Maar het feit dat ik al zo lag te kermen, betekende eigenlijk dat het al volledig in mijn bloedbaan zat. De plaatselijke vrouwen probeerden mij te kalmeren, en zeiden ‘meisje, we snappen het, het is erger dan bevallen’. Spraken zij nou Nederlands, hallucineer ik nu? Een zeer rare gewaarwording om deze donkere vrouwen in de jungle Nederlands te horen spreken. De koloniale greep bleek tot diep in de jungle te hebben gereikt. De kinderen van het dorp gluurden naar me door een spleetje in het hutje. Inmiddels ruim 20 jaar verder kan ik bevestigen: JA, het doet meer pijn dan bevallen, en bevallen is nog ergens goed voor.

Tot zover mijn streven ‘niemand tot last te zijn’

Uren heb ik zo nog liggen schuimbekken. Zodanig lang, dat de kapitein van de stam de reisgids aanspoorde mij toch af te voeren naar een lokaal hospitaaltje. En zo werd ik in hetzelfde houten kanootje gehesen waar ik kort daarvoor nog arriveerde, de donkerte in, op zoek naar hulp. Hopelijk gaf dit N. eindelijk de verlichting van mij die ik haar inmiddels zo vurig gunde. Oh, oh, oh wat was ik gegeneerd door deze situatie. Wat een blunder.

Hulp kwam in de vorm van een grote ronde Surinaamse zuster. Het hospitaal bleek een container langs de oever, een kleine 4 uur peddelen. De zuster bukte, met mij op een stoel, diep voorover de ijskast in. Haar grote ronde billen tekenden sterk af tegen de tl-verlichting uit de ijskast. Elk flesje dat hierin bewaard werd, bekeek zij met veel ondertiteling: ‘hm, zou het dit misschien zijn?, of toch dit?’ (met Surinaams accent). Niet geheel geruststellend. Had ze überhaupt schone naalden? Het maakte mij op dat moment niks meer uit. Zet die spuit, in mijn achterwerk of voet, maar zorg dat ik dit niet meer voel!! Kort daarna zat ik vredig en knetter stoned voor mij uit te zwijmelen.

Voor zover mijn bezoek aan de Indianenstam. De dagen erna zat ik met mijn voet omhoog bij de hospita van mijn vriendin N. Ik ‘genoot’ van de Surinaamse variant van Goede Tijden, Slechte Tijden, opgenomen door een home videorecorder met een cameraman zonder steady hand en zeer slechte audio. Ik deed het er maar mee. Mijn enige bezoek aan Paramaribo bestond uit het zoeken van de apotheek en drie kwartier in de rij staan voor pleisters…die er niet waren. Verder zat ik thuis voor de buis. Mijn oog viel op een Christelijk gedichtje aan haar muur: ‘God heeft voor ieder mens een zorgvuldig pakketje problemen, speciaal voor jou uitgezocht’. Die heb ik nog vaak geciteerd in het vervolg van mijn leven. Maar op dat moment waren mijn Surinaamse problemen nog niet over…

Een voucher van niks

Vanuit Nederland had ik expres geen retourtje geboekt. Ik wilde terug via de jungle naar Frans-Guyana, en niet per vliegtuig. Exact dezelfde hobbel de bobbelweg als naar de Indianenstam reed ik in een busje voor mijn terugreis. Suriname bleek niet veel variatie in de routes te hebben. Maar alsnog probeerde ik met mijn voet omhoog te genieten van de jungle geluiden en het uitzicht. N. had mij kort ervoor uitgezwaaid, en waarschijnlijk kon ze met grote opluchting aan haar eigen avontuur beginnen.

Eenmaal bij de rivier aangekomen moesten we dit keer de Marowijne oversteken om in Frans Guyana aan te komen. Het ticket dat ik in Paramaribo had gekocht bleek de waarde van toiletpapier te hebben. Ik was volledig voor de gek gehouden, ondanks dat ik het had gekocht bij een reisbureautje. ‘Nee mevrouw, uw voucher geldt alleen in Suriname, de aansluiting die u denkt te hebben bestaat helemaal niet’. Stond ik daar, met een gezwachtelde voet en back-pack op een macabere plek langs de oever van Frans Guyana.

Mijn vlucht vanaf Cayenne zou de volgende ochtend vroeg gaan. En plassen dat ik moest! Na uren in de bus en boot stond mijn blaas op klappen. Ik zocht een restauratie of kiosk. Niets. Alleen mannen met busjes en louche handel. Dit was niet pluis. Ik zie mij nog staan: een naïeve dame met manke poot en ongeldig ticket en de urine liep bijna langs mijn benen. Strompelend ben ik bij een huisje gaan aankloppen. Er is een moment, dat het je niks meer kan schelen. Piesen, dat moest ik. Gelukkig kon ik daar op een emmertje mijn twee liter lozen. Opgelucht besloot ik een taxirit te regelen. Ik had nog een wat geld op zak. Maar ik was alweer prooi voor de volgende zwendel.

Druipende camembert

Mijn rit naar Cayenne vertrok enkele uren later, tussen de kippen en een huilend kind bij mama op schoot. De chauffeur zou mij de dag erna ook naar het vliegtuig kunnen brengen. Mooi dacht ik. Bijna thuis. Ik had nog precies wat geld om wat brood en beleg te kopen en mij in mijn hotelkamer op te sluiten. Het enige wat ik nog wilde was douchen en slapen. Zodra ik de douche uitstapte zag ik dat de camembert van mijn nachtkastje droop. Zo snikheet was het in mijn kamer waar de ventilator het natuurlijk niet deed. Ik schraapte de camembert met mijn crackers van het kastje en wist: nu heb ik heimwee. Ik was het zat. Ik voelde mij ongewenst als vriendin, had pijn in mijn voet, en voelde mij bedonderd. Maar helaas, tot aan de laatste snik bleef deze reis een mijnenveld.

Stipt op tijd stond de taxichauffeur de volgende ochtend op de stoep. Ik had een vroege vlucht en kon niet wachten om op te stijgen. ‘Mevrouw, het is wel een zondag, dus mijn tarief is hoger’. Ik keek snel in mijn portemonnee. Zou ik het wel redden? Ik had expres weinig gegeten de avond ervoor om maar niet meer te hoeven pinnen. ‘En het is ook Pinksteren mevrouw, dus ik reken drie dubbel’. Dat ging ik zéker niet redden. Op het vliegveld werd ik dus geschaduwd door de chauffeur die toch echt zijn geld wilde. De dollars moest ik trekken, en zeer tevreden liep de man snel de gate uit.

Het was mij het reisje wel. De wond in mijn voet heeft maanden geduurd om te helen. Van de dermatoloog tot aan de specialistische afdeling van oceanische wonden of iets dergelijks…niemand wist raad met de necrotische zwarte randen rondom de wond. Het heelde maar niet. Pas toen ik stopte met smeren en grote vierkante pleisters plakken die als een kaasplak erop lagen, kon mijn wond ademen en genezen. Als souvenir lijkt het een soort kogelwond, waar ik nog steeds soms pijn aan heb.

De les die ik heb geleerd? Eerst twee keer nadenken wanneer je je in een avontuur stort. En ook even aanvoelen of iedereen nét zoveel zin heeft. Maar daarvoor moest ik eerst 43 worden.

mm
Hoi! Ik ben Eva van Dorst-Smit, wonend tot 2019 in Frankrijk maar sinds kort weer terug op Nederlandse bodem. Hoe dat is? Dat is nog wat te vroeg om te zeggen but it feels ‘ok’. We runnen reclamebureau BEEVEEDEE en een groothandel in brocante, antiek en industriële Franse meubelen, Decorage. Als mede-oprichtster van De Wereldwijven voel ik mij ontzettend verrijkt door alle wereldse contacten en krachtige ideeën en ervaringen die we delen. Ik schrijf mee!