Lucht inspuiten is gevaarlijk. De weegschaal is belangrijk geworden voor de detectie van ondergewicht en bacteriën zijn gevaarlijker dan ooit. 

Het leven hangt aan elkaar van gevaren. Een auto-ongeluk, een val van een trap, een overval, ziekte; het ligt allemaal op de loer en toch is het er niet, tot het er is. Vóór die tijd is het er alleen bij anderen.

Een van de kamers in ons huis, die waar we vroeger samen sliepen, is een opslagplaats voor Stefs medicijnen geworden. De kamer is altijd schoon en de deur ervan altijd dicht. De woonkamer is zijn ‘ziekenhuiskamer’, met een verstelbaar luchtbed, drie rolstoelen, twee rollators, po’s, plasflessen en een infuusstang. Zelf slaap ik op zolder. Samen met Huppeltje en Shokolaatje. Zonder Stef…

Een hard schild

Dankzij het reusachtige aanpassingsvermogen van de mens is deze hele kermis in een paar weken tijd al een doodnormale zaak geworden. Toch voel ik om me heen een schild verharden. Is dat het begin van verzuring, een schamel mechanisme dat de realiteit moet afweren? Of betekent het dat ik sterker ben geworden, dat ik onzin en angst beter kan herkennen? Ben ik intoleranter geworden voor het gedrag van mensen waarmee ze mij het onwetende, of ontkennende willen intrekken, terwijl mijn behoefte aan helderheid alleen maar is gegroeid.

Spoedcursus injecteren

Bijna alles doe ik zelf. Na acht weken ziekenhuisopname was het plan rondgebreid om Stef naar huis te brengen. Ik mocht de thuiszorg gaan doen, dus kreeg ik in het ziekenhuis een spoedcursus injecteren en infuusbehandeling. Ondertussen was de winter voorbij gegaan, zonder dat we er erg in hadden gehad. Voor het eerst sinds 2007, sinds Stef en ik samen zijn, is de lente geen periode van plannen maken voor de volgende winter. Geen periode met een voortstuwend vermogen, maar een tijd die lijkt stil te staan in een soort medische pauzestand.

De handelingen die ik moet verrichten zijn niet moeilijk. Een naald in zijn been. Een naald in zijn geïmplanteerde infusie port. Het slangetje dat aan de naald vastzit spoelen met een zoutoplossing en de zak met intraveneuze voeding prepareren. Maar ik heb nooit gekozen voor een medisch beroep. En dit soort dingen uit noodzaak bij mijn liefdespartner doen, is toch heel wat anders dan ergens zelf voor kiezen. Er is geen tegenzin en ik doe het met liefde, maar leuk is het niet. Hoe goed het naar omstandigheden ook gaat, het is gewoon allemaal zwaar klote.

Zorgvuldigheid ten top

Ondertussen vraag ik me af of ik overdreven zorgvuldig ben, maar de statistieken liegen er niet om. Bij 15% van de mensen die afhankelijk zijn van intraveneuze voeding, is bloedinfectie een doodsoorzaak. In Stefs kamer mogen dan ook geen beesten zijn als ik bezig ben. Ik draag altijd handschoenen. Ik gebruik altijd ontsmettingsmiddel. Stofzuigen doe ik dagelijks. Dweilen drie keer in de week. Er blijft nooit afwas staan, of was liggen en alles wordt meteen opgeruimd.

Doe ik te spastisch? Maak ik het groter dan het is? Neem ik het soms veel te nauw? Hadden de mensen die zijn overleden aan een bloedinfectie misschien minder weerstand of kregen ze complicaties, waardoor ze extra vatbaar waren? Of hebben ze stomme dingen gedaan, dingen die ik nooit zou doen, ook niet als ik de teugels een beetje zou laten vieren?

Over waar de grens ligt tussen wat nodig is en wat overdreven, tast ik volledig in het duister. Er is niet eens een eenduidig antwoord te vinden op hoeveel lucht in de bloedbaan onder welke omstandigheden precies gevaarlijk is. Niemand lijkt het te weten en het uitzoeken voegt alleen maar meer gangetjes toe aan het toch al enorme doolhof in mijn hoofd.

Eén groot experiment

Niet weten; dat besef is altijd en overal aanwezig. De mens is geen allesweter. Er is schijnveiligheid te over, mensen die denken het te weten, mensen die doen alsof ze het weten, hele overheden en instituten met uitnodigende imago’s van wetenschap, maar in de afgelopen maanden zijn we al tegen zoveel onwetendheid aangelopen, dat het leven een groot experiment lijkt te zijn geworden.

Kunnen we het ons eigenlijk wel permitteren om de grenzen van wat mogelijk is op te zoeken als dat gepaard gaat met leed en vernietiging? Krijgen we daarmee bevestiging dat de mens oppermachtig is en de wereld maakbaar, of wacht ons een gapende afgrond, die ons met een ruk terugbrengt naar het besef dat we als mens in deze wereld niet alles voor elkaar kunnen krijgen?

LEES HIER het volgende deel: Wat volgde was een lange radiostilte

LEES wat hieraan voorafging: 
Deel 1: Ons Idyllische bestaan in Lapland kwam in een klap tot stilstand
Deel 2: En opeens stond hij aan mijn bed
Deel 3: Een verbrijzeld leven, de scherven en splinters moeten hun nieuwe orde vinden
Deel 4: Over een week slaat het bij hem in als een bom

mm
Hej. Ik ben Esther en ik woon sinds 2014 met mijn partner in Västerbotten, Zweden. Daarvoor woonden we 7 jaar in Estland en oorspronkelijk kom ik uit Amsterdam. Ik houd ervan om afgelegen in de natuur te wonen, waar ik heerlijk kan schrijven aan mijn boeken en waar mijn partner zich met zijn sledehonden bezighoudt. Voor de Wereldwijven schrijf ik graag over de wisselwerking tussen de natuur, mijn belevenissen en mij als persoon.