We woonden vier maanden in Iran en het was hoog tijd voor onze eerste vakantie, weg uit de drukke, vervuilde stad Teheran. In Nederland hadden wij een Iraanse vriend, wiens voltallige familie nog in Iran woonde. Reza, zijn puberzoon, zou voor het eerst en in zijn eentje een reis naar zijn familie in Iran maken. En wij – mijn man, ons één jarige zoontje en ik – werden uitgenodigd om met hem mee te gaan. Op naar onze vuurdoop in de traditionele Iraanse cultuur.

Na een dagje rijden kwamen we aan bij het familiehuis van onze vriend, in een piepklein dorpje op het platteland in het westen van het land. De hele familie was uitgerukt om ons te verwelkomen en toen wij met Reza uit onze auto stapten, stroomde de familie op de jongen af. Huilend, armgebaren richting de hemel en al wierook zwaaiend kwam de oude oma op haar verloren kleinzoon af. Het arme jong, geboren en opgegroeid in Nederland, wist niet wat hem overkwam, en huilde met zijn oma mee. Een van de ooms nam een geit en onthoofde hem waar we bij stonden: een offer om dit heuglijke bezoek te vieren. Die avond aten we de kebab van deze geit.

De hoofddoek was hier geen wet, maar een traditie

Interessant was het om te ervaren hoe een traditionele familie woont en leeft. We woonden nog maar net in Iran en spraken de taal nog niet, dus we keken onze ogen uit.

Om te beginnen was er de hoofddoek. Ik was inmiddels wel aan het ding gewend; ik accepteerde het verplichte karakter ervan maar droeg hem binnenshuis nooit – waar ik ook kwam. Ik kende tot dan toe alleen maar Iraniërs die dat ding verafschuwden en hem waar mogelijk van zich afwierpen. Deze familie was anders. De hoofddoeken bedekten de haren volledig en ook de lange jassen bleven binnenshuis aan. Ik nam aan dat dit was vanwege de aanwezigheid van mijn man, maar mijn vragen hierover werden niet begrepen. Of werden dit soort vragen uit beleefdheid genegeerd? Hoe het ook zij: hier sprak niet de wet, maar de traditie, zoveel was duidelijk. Mij werd overigens een uitzonderingspositie gegund: vriendelijk werd gebaard dat ik echt mijn hoofddoek af kon doen, waarop ik min of meer uit automatisme ook mijn jas maar uitdeed. Met als gevolg dat ik mij de hele avond naakt voelde in mijn T-shirt met blote armen. Maar ja, mijn jas dan maar weer aandoen – dat durfde ik niet.

Onze blonde prins

Verrast was ik door de leefwijze van deze familie. Zo was het huis volledig ongemeubileerd. Het enige meubelstuk in huis was een plastic kinderstoeltje, dat eigenlijk alleen dienstdeed als speelgoed voor de aanwezige kindjes. Men deed alles op de grond, die bedekt was met aaneengesloten Perzische tapijten. Zelfs in de keuken lag tapijt en ook het snijwerk gebeurde daar al zittend op de grond. Ging men slapen, dan werd een gordijn opzij geschoven waar een hele stapel wollen dekens en dunne matrasjes achter vandaan kwam waarmee ter plekke slaapplekken werden gecreëerd.

Ook de kleine kinderen kregen dit soort ad-hoc-slaapplekken. De hele avond speelden en renden ze rond tot ze bijna letterlijk omvielen van vermoeidheid en dan middenin de woonkamer een slaapplekje zochten. Onderwijl zetten de volwassenen hun gesprekken voort.

Nee, dan ons zoontje. In een aangrenzende kamer zetten wij zijn campingbedje op. Grote ogen van de aanwezigen. Wij verontschuldigden ons: “Ons kind kan niet zo goed slapen op een matje naast twintig dinerende volwassenen.” Dus de blonde prins had zijn eigen bed.

Vol verbazing keken de vrouwen toe hoe wij (ja, dit deden wij als ouders samen, ook al vrij typisch natuurlijk) ons kindje klaar maakten voor de nacht…

De blonde prins was wel in meer opzichten uitzonderlijk. Zo was daar zijn slaaproutine. Nu is men in Nederland natuurlijk behoorlijk strikt in de slaapdiscipline voor de kleintjes, maar hier had men werkelijk nog nooit gehoord van vaste slaaptijden. De kinderen sliepen wanneer ze moe waren, en dat was niet zelden pas rond middernacht. Dat ons zoontje om strak 19:00 naar bed ging, was voor hen ongehoord. Vol verbazing keken de vrouwen toe hoe wij (ja, dit deden wij als ouders samen, ook al vrij typisch natuurlijk) ons kindje klaar maakten voor de nacht en het voor elkaar kregen het op dit bizar vroege tijdstip ook daadwerkelijk te laten slapen. Onze uitleg dat hij tot de volgende ochtend 7 uur zou blijven slapen, ging er simpelweg niet in.

Duimen draaien en binnen zitten

En dan was er de dagbesteding. Daar hadden we ons een beetje op verkeken. De familieleden hadden hun eigen schema de hele week vrijgemaakt om bij hun Nederlandse neef te kunnen zijn. En wat doe je dan? Dan blijf je dus de hele dag binnen, met en bij elkaar. Voor ons op zich prima natuurlijk, voor een uurtje. Twee uur, misschien. Maar we hadden een enorme taalbarrière, dus echte gesprekken konden we niet voeren. En zelfstandig op pad gaan was uit den boze, want wij waren te gast.

We hadden heel wat duimen gedraaid tot we de moed verzamelden om de absoluut onbeleefde vraag te stellen of we toch alsjeblieft iets van de omgeving konden gaan zien? Ja, straks, werd ons op het hart gedrukt, maar er gebeurde niets. Uiteindelijk bood een telefoongesprek met onze Iraanse vriend in Nederland uitkomst. Hij begreep ons volledig en sprak zijn familie als een echte pater familias toe dat wij geen acht uur hebben gereden om hele dagen binnen te zitten. We ontvingen excuses: “We wilden jullie niet moe maken.” Halsoverkop werd er een uitje gepland naar de stad. Het was inmiddels 17 uur en we hadden nog twee uur voor ons zoontje op bed moest. Het werd een gehaaste trip naar een fort en een berg en ons oververmoeide kind bereikte uiteindelijk om 20.30 uur zijn bedje. Maar de vakantie was nu wel eindelijk begonnen.

Wat een ervaring!

De dagen die volgden waren prachtig. We gingen op pad met Reza en zijn vrolijkste oom die ons met veel plezier de mooie natuurrijke omgeving van zijn geboorteplaats liet zien. Het werd een schitterende autorit door de bergen met machtige uitzichten. Voor de lunch stopten we langs een stromende beek, waar we zwommen en gierden van het lachen. We genoten volop. Dít was het soort vakantie waar we naar op zoek waren. We leerden de leefwijzen van de familie waarderen, er ontstond wederzijds respect. We verstonden elkaar nog steeds niet, maar we begrepen elkaar wel.

Het was tijd om terug te gaan richting Teheran. We lieten Reza achter bij zijn familie, waarmee hij nog twee weken zou doorbrengen. Wij waren blij dat we weer onze eigen gang konden gaan, maar tegelijk ook dankbaar voor de ervaring die we hier hadden opgedaan. We concludeerden met een glimlach: “later lachen we erom”. En ja, ik kan er inmiddels hartelijk om lachen.

mm
Marhaba! Ik ben Els en woon sinds begin 2016 in het Midden-Oosten. Voor het werk van mijn man woonden wij twee jaar in Teheran, Iran. Maar tegenwoordig wonen we in Dubai. Wat een wereld van verschil! Op ExpatinIran schreef ik over mijn ervaringen in Iran. Voor De Wereldwijven schrijf ik over het leven in Dubai. Van mijzelf en van vrouwen die ik hier ontmoet. En ja, aan een terugblik naar mijn ervaringen in Iran ontkom ik daarbij niet. Lees je mee?