Wat heb jij toch met vogels, vraagt een vriendin. Ze schuift haar bord met een stuk taart en twee lepeltjes naar het midden. “Waarom vraag je dat? Enigszins verbaasd over deze vraag bedank ik met een handgebaar voor de zoetigheid.

 “Het valt me gewoon op dat je vaak vogels schildert.” Ze heeft gelijk. Eerlijk gezegd heb ik daar nooit zo bewust bij stil gestaan. Onze koffiekopjes zijn al lang leeg. In Venezuela, Caracas, kun je rustig anderhalf uur blijven zitten zonder dat de bediening met een veelzeggende blik van de afgeruimde tafel naar de deur kijkt. Ze zijn blij met iedere klant. We zijn al een paar keer van onderwerp veranderd, als ik opeens begrijp waarom ik zo vaak vogels schilder.

Geluid vertalen naar beelden

Als kind werd ik al blij van alle getjilp in de lente. Al helemaal als ik wakker werd door koerende duiven onder mijn slaapkamerraam. In Australië, waar we jaren woonden, lag ik wel eens in mijn ochtendjas op de loer om een serenade van een magpie op te vangen. Toen bleek dat die prachtige tonen van een simpele kraai-achtige vogel kwamen, was ik nogal teleurgesteld. Mijn fascinatie komt blijkbaar niet door hoe ze eruit zien, maar door hun gezang. Dat ik geluid vertaal in beelden was voor mij een echte openbaring.

‘Dat zorgde ervoor dat ik bewust ging luisteren naar wat ik hoor in onze buurt’. 

In Altamira, een van de betere wijken in Caracas, word ik meestal vroeg wakker van het onheilspellende geluid van guacharaccas. Deze onschuldige boskalkoenen overstemmen de kleinere grikibis, die de hele dag door zijn eigen naam blijft roepen: “grietsjebee, grietsjebee”. Nog voordat ik aan mijn ontbijt begin, voel en hoor ik tergende drilboren en eindeloos gehamer. Hier wordt steeds wel boven, onder of naast ons verbouwd. Rammelende cementmolens, schurende bezems, geschraap van een schep over grind. Het aanhoudend geblaf van buurthonden zodra er weer een alarm afgaat. In een paar van die nieuwe gebouwen wonen slechts enkelen met hun bewakers en honden. 

Tegen 12 uur rinkelt de ouderwetse huistelefoon. Het is de beveiliger die laat weten dat we een half uur water hebben. Door de open ramen hoor ik het gekletter met potten en pannen bij een van de buren. Boven mij trilt in dat halve uur de wasmachine over de betonnen vloer. Als het water er mee stopt, blijft het een poos rustig. Ik hoor weinig verkeer of gekef, misschien eten de honden ook. Het werk wordt hervat, bouwgeluiden tot rond 5 uur. Dan weer die stilte. Gek eigenlijk, want in Latijns-Amerika zegt men:  lawaai is leven

Een vriendin vertelde mij over een verjaardagsfeestje van haar broer die in Duitsland woont. Ze zei: “Ik denk dat ik het meteen bij binnenkomst voor mezelf heb verpest toen ik vroeg wie er begraven werd. Het was er werkelijk doodstil”. 

Tegen schemering begint het regelmatige getjilp van krekels en kikkers, we wonen tegen een begroeide bergwand aan. Het geblaf en loeiende alarmen gaan gewoon door. Om klokslag 7 klinkt het Ave Maria uit een lager gelegen kerktoren. Verder hoor ik weinig verkeers- en leefgeluiden. Dat voelt vreemd als je bedenkt dat we in de hoofdstad van Venezuela wonen.

Venezuela, Caracas, kunst
Vrij vertaald ¨Wie heeft de schuld?¨

Omgevingsgeluiden uit het recente verleden

Door de stilte valt het lawaai van de kapotte uitlaten extra op. De waterwagens met hun zware benzinemotoren zijn oud. Nieuwe auto-onderdelen zijn schaars, ze blijven rijden zolang ze vooruit komen. Nu pas realiseer ik me dat ik al een tijd niet meer ben geschrokken door luide vuurwerk klappers. Tot voor kort hoorde ik dat een paar keer per week. Ze zijn er in deze buurt dol op. Ik word ook niet meer op een doordeweekse dag uit mijn slaap gehouden door lawaaiige feestjes waartegen geen enkele oordopjes bestand zijn. Na de laatste protesten heb ik geen knallende traangasbommen meer gehoord. De bouwvakkers gaan jammer genoeg door. Alsof het geld op moet aan vastgoed. 

Opgeschrikt uit deze gedachten, hoor ik een bekend fluitje van een buurt venter. Vroeger verkocht hij koffie aan de bouwvakkers. Nu probeert hij zijn groene mango’s te slijten maar raakt ze aan niemand kwijt. Door de armoede en honger halen veel mensen de vruchten uit de bomen voordat ze de kans krijgen om te rijpen totdat ze zoet en sappig zijn.   

Wanneer ik een berichtje krijg met de vraag of het ‘nu weer rustig is bij jullie’ kan ik dat naar eerlijkheid bevestigen.

Nooit hield ik het voor mogelijk dat ik lawaai kon missen, vooral niet toen ik er last van had. Vroeger had ik rust nodig om te kunnen schilderen, nu weet ik dat geluiden ook inspiratie bieden.

Graag wil ik benadrukken dat ik mijn omgeving beschrijf en dat dit niet representatief is voor Venezuela. Naast het feit dat een grote meerderheid moeite heeft het hoofd boven water te houden, is het ook waar dat zo’n 8%  van de Venezolanen het goede leven leeft. Hoewel ik mij ook bevoorrecht voel, ben ik niet blind voor wat er zich buiten die bubble afspeelt.

mm
Hola. Mijn naam, Edith, klinkt gelukkig internationaal. Eerder woonde ik in Duitsland en Australië. Sinds een jaar ben ik thuis in Caracas. Venezuela is in een diepe economische en humanitaire crisis. Ik schrijf graag voor De Wereldwijven, omdat ik geloof in de kracht van persoonlijke verhalen. Ervaringen die ontroeren, inspireren en vooral verbinden.