“Zolang als ik me kan herinneren, zetten mijn ouders zich in voor Israël en het Jodendom. Mijn achtergrond is bepalend voor de manier waarop ik leef.  Religie, traditie, Israël, generaties op mijn schouders die nooit zijn teruggekomen, kind en kleinkind zijn van overlevenden, behoren tot een mooi volk, lachen en huilen.

Maar ik ben niet alleen Joods, ik ben ook  onderdeel van een grote wijde Wereld. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Die voel ik sterk. Ik ben daar al van jongs af aan mee bezig. Onlangs hoorde ik van een vroegere buurvrouw dat toen ik een jaar of 15 was al diepe gesprekken met haar voerde over de toestand in de wereld. Zo heb ik haar eens gezegd dat als iedereen in de wereld tegelijk een gebed zou zeggen, er vrede zou zijn.” 

Waarom ben je naar Israël verhuisd? 

“Het was een natuurlijke move, ik kwam er zo vaak per jaar. Mijn ouders verhuisden er meer dan dertig jaar geleden naartoe, samen met een van mijn zussen. Ik heb ook nog een zus in Nederland wonen. Eigenlijk wilde ik het al mijn hele leven, maar steeds weer kwam er iets tussen, zoals dat in het leven gaat. Toch is het ingewikkeld.  

Toen ik nog in Nederland woonde, miste ik Israël. Als ik in Israël was, voelde ik het draadje met Nederland. Israël mijn thuis, Nederland mijn moederland, waar ik ben geboren en opgegroeid. Het voelt altijd onrustig, niet vervelend, maar wel onrustig en dat zal altijd zo blijven.”

Hoe omschrijf je Israël in één zin?

“Een mengelmoes van emoties en ontmoetingen met bekende onbekenden, hun verhaal en hun geschiedenis zijn de mijne.” 

Wat heeft het wonen in Israël je geleerd?

“Het heeft me vooral geleerd genuanceerder te denken. Ik woon in het noorden van het land, in een Joods dorp, omringd door Arabische dorpen. Daar doe ik een groot gedeelte van mijn boodschappen en heb ik vrienden wonen. Door mijn werk, ik ben sinds 13 jaar journalist, leerde ik een ander Israël zien dan dat ik kende van al die jaren dat ik er met mijn ouders kwam. Dat waren toch meer vakanties. 

Zo ontdekte ik dat er geen oorlog is op het niveau van de mensen. Oorlog is iets van politici. Israël is een gemengde maatschappij.  Joden, Palestijnen en Arabieren, liberaal en orthodox, komen elkaar op allerlei momenten in het leven tegen. In ziekenhuizen, het openbaar vervoer, in winkelcentra, op universiteiten, bij artistieke bijeenkomsten en nog zo veel meer. Ook zijn er een aantal steden waar zowel Joden, Arabieren als Christenen leven. Daarnaast zijn er veel uitwisselingen met de bevolking van een aantal omliggende Arabische buurlanden, ook al is Israël met sommige in oorlog. 

Ik ben positief ingesteld, ik geloof in het goede. Dat is door mijn leven hier versterkt. Het antisemitisme is weer aan het opkomen, misschien is het wel nooit weggeweest. Als ik lees hoe het de media er mee omgaat, in Europa, vooral in Nederland, dan heb ik daar moeite mee. Het zorgt voor een angstspiraal die mensen bang maakt.  Ik geloof in kijken waar het probleem ligt en daarmee aan de gang gaan.  Ook al lijkt de uitkomst soms onmogelijk. 

Als ik het samenvat, heeft het leven me hier geleerd dat er geen goed of slecht is, geen ja of nee, geen zwart of wit. Elk  verhaal heeft heel veel kanten, hoe moeilijk dat soms ook te begrijpen is.”

Geloof je in vrede?

“Absoluut. Alleen niet meer door de generatie van mijn ouders,  overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Hun rugzak is veel te zwaar. Dat geldt ook voor alle generaties die oorlogen in Israël hebben meegemaakt.  

Mijn hoop is gericht op de jongere generatie. Door internet, goedkoop vliegen en open grenzen, denken zij niet in ‘dit stukje land’ is van mij en dat is van hen.  Voor hen bestaan grenzen helemaal niet meer.  Ook is de communicatie onderling veel gemakkelijker, waardoor ze ontdekken hoeveel ze gemeen hebben en dat de zogenaamde vijand eigenlijk niet bestaat. 

In jouw artikelen laat je graag een andere kant zien van Israël dan de kant die vaak in het nieuws verschijnt. Waarom wil je dat?  

“Ik laat zien wat hier gebeurt en dat dat heel veel meer is dan wat de media in het algemeen brengen. Helaas! De meeste redacties denken dat hun kijkers en lezers vooral geïnteresseerd zijn in slecht nieuws en focussen daarop. Het is eigenlijk heel treurig hoe geïndoctrineerd we zijn.”

Je hebt een nieuw project: Words Matter. Hoe kwam dat idee tot stand? 

“Ik hoorde het verhaal over een man die zwaar depressief was. Hem werd geadviseerd iedere keer als hij het woord depressie of depressief uitsprak, dat te vervangen met iets wat hij lekker vond. Het werd ‘aardbeienijs’.  Iedere keer als hij dat woord uitsprak, veranderde er iets in zijn energie.

Zo kwam ik op het idee om nare en beladen woorden te vervangen. Ik besprak dit jaren geleden met een groep Palestijnse en Joodse vrouwen. Ik zei tegen de Palestijnse vrouwen: “Jullie wonen op wat ‘bezet gebied’ wordt genoemd en voor jullie ben ik ‘de bezetter’. Toch zijn we vriendinnen, we zitten hier gezellig met elkaar te praten. We eten en drinken iets samen. Als we deze beladen woorden vervangen, want een woord is maar een woord, dan krijg je een andere sfeer.” Ze waren het met me eens. 

Jaren geleden was er een vredesconferentie in Jeruzalem. Iedereen met een vredesplan was uitgenodigd. Ik presenteerde er ‘mijn plan’. Er waren honderden mensen, orthodox, liberaal, Joden, Arabieren en Palestijnen. Ik was de enige met een niet-politieke oplossing. 

Het sloeg aan, maar ik had geen idee hoe het verder uit te werken. Tot een maand geleden een vriend tegen me zei: ‘Maak een woordenboekje. Begin met een aantal woorden en kijk hoe er gereageerd wordt.’ En dat ga ik doen.” 

Wat heb jij met woorden? 

“Woorden zijn een van de belangrijkste gereedschappen in ons leven. Ze brengen veel moois, maar ook veel niet-moois. Ik vind het heerlijk om met woorden te spelen, ook in mijn artikelen. Die vrijheid mag van mij veel groter zijn.  Soms wil ik iets uitdrukken wat dan grammaticaal niet ‘correct’ is. Dat vind ik altijd jammer. Ik heb het niet over d’s en t’s maar over bijvoorbeeld een andere combinatie van woorden.” 

Je wil een woordenboek creëren waarin woorden met negatieve connotatie een positieve equivalent krijgen? Is het gevaar niet dat dat ‘eufemistisch’ gaat werken en de ‘impact’ van de situatie niet ‘hard’ genoeg overkomt om mensen in beweging te krijgen? 

“Het gaat niet om een positieve equivalent, het gaat om een ander woord. Dat kan van alles zijn. Het is out of the box denken.

We noemen een stoel een stoel, een kaars een kaars.  Maar een stoel kunnen we ook een kaars noemen. Stel je noemt ‘oorlog’ voortaan een ‘zonnebloem.’ Dat klinkt toch al heel anders. Nieuwe, zelfbedachte woorden mag ook. 

Ik denk dat kinderen het beste andere woorden kunnen vinden, een goede vriendin bracht me op dit idee. Kinderen zijn puur en denken nog simpel. Ik ben nu bezig om scholen voor mijn project te benaderen.”

Hoe denk je met dit project een verschil te kunnen maken?  

“Ik hoop dat ik een klein druppeltje mag zijn, dat in de vijver valt en iets teweegbrengt, al is het maar een heel klein beetje.

Foto credit: Malka Nihom

Hoe reageert jouw omgeving op jouw idee en wat maakt het zo anders dan andere vredesplannen? 

“Het is geen politieke oplossing, dat is het grote verschil. De reacties zijn positief en negatief, maar dat maakt het interessant. Sommige mensen noemen me naïef, dat is prima. Ik voel dat dit iets goeds is, niet makkelijk, een mooie uitdaging. 

Wat denk jij dat er nodig is om het vredesproces weer op gang te krijgen? 

“Mensen die out of the box denken. Geen politici, want die denken op een bepaalde manier en lijken bijna niet anders te kunnen. Na meer dan 70 jaar is er nog steeds geen oplossing in het Midden- Oosten, dat betekent toch dat de aanpak niet klopt en geen van de partijen echt interesse heeft. Als alle partijen echt zouden willen, heb je gisteren vrede.

Ook hier word ik naïef in genoemd maar als we willen dat onze kinderen en kleinkinderen een mooie toekomst hebben, dan zal er toch iets moeten veranderen.”

Hoe kunnen wij daar een rol in spelen? 

“Door anders naar het nieuws  te kijken. Door je te realiseren dat heel veel van wat je leest, gekleurd is. Door geen partij te kiezen. Door met elkaar in gesprek te gaan en te blijven. Door na een impasse toch weer door te gaan en nooit op te geven. Door initiatieven zoals ‘de Wereldwijven’. 

Ik hoop dat door dit interview ‘Wereldwijven, Wereldmannen en Wereldkinderen’ vanuit de hele wereld met mij mee gaan denken. Ik ben zo benieuwd of het vinden van andere woorden ook invloed heeft op waar je woont.”  

En tot slot wat betekent het woord Wereldwijf voor jou?

“Een frisse wind, een andere benadering en open naar elkaar kijken. Vooral contact met elkaar hebben en ervaringen uitwisselen. Want waar je ook woont, wie je ook bent, welke religie of kleur je ook  hebt, we lijken zo ontzettend veel op elkaar!”

Het project van Joanne heet: Words Matter

Voor reacties:  Joannenihom@bezeqint.net

HIER LEER JE MEER INSPIRERENDE WERELDWIJVEN KENNEN

mm
Hi! Ik ben Ingeborg en woon sinds 2010 met mijn gezin in New York. Ik schreef tot nu toe voor online platforms en tijdschriften, publiceerde de bundel #Familie Jansen Goes New York en mijn debuutroman #Kroniek van een erfenis. Voor De Wereldwijven schrijf ik over vrouwen in de USA waar ongelijkheid, onrecht en seksisme maar ook vrouwelijke strijdkracht en energie dagelijkse kost zijn!