Verborgen tussen Congo en de Atlantische oceaan aan de westkust van Centraal Afrika ligt Gabon dat nog voor 85% bedekt is met tropisch regenwoud. Dit zal de komende vier jaar mijn thuis worden. Met een brok in mijn keel vanwege het afscheid maar vol verwachtingen stappen mijn vriend en ik in Amsterdam op het vliegtuig. 

We landen aan het eind van de middag in Libreville, de hoofdstad van de sinds 1960 onafhankelijk Republiek Gabon. De tropische klamme hitte slaat ons in het gezicht als we uitstappen en in de chaos van een typisch Afrikaans vliegveld belanden…

Een korte knik en een stempel

Onze kennis van het Frans reikt nog niet veel verder dan het bestellen van deux baguettes en met de vele verhalen over moeilijkheden bij de grens en corruptie in ons hoofd staan we enigszins zenuwachtig  in de rij voor ons visum. Maar de douanebeambte gunt ons geen blik waardig. Met een stempel rijker in ons paspoort en een korte knik zijn we voorlopig inwoners van Gabon.

Het land weer uit gaan lijkt moeilijker te zijn… De in Gabon wonende Nederlanders zijn verplicht twee weken voor vertrek voor 100 euro een exit visum aan te vragen, met recente pasfoto en vingerafdruk. Pas enkele jaren geleden is door de tweede president van Gabon, de zoon van de voormalige president Bongo, het exit visum voor Gabonezen afgeschaft. Het land is een campagne begonnen om toeristen te trekken, maar het bemachtigen van een toeristenvisum voor Gabon blijft vooralsnog een crime!

Glinsterende rivieren

De stad baadt nog in de roze ochtendmist als we alweer klaarstaan voor onze tweede vlucht die ons naar ons nieuwe thuis zal brengen een uur vliegen ten zuiden van de hoofdstad. Onder ons strekt een groene lappendeken zich uit doorkruist met glinsterende rivieren, in het westen begrensd door de Atlantische kustlijn. Albert Schweitzer, de Duitse arts, filosoof, theoloog en musicus maar bovenal visionair en wereldverbeteraar die in 1952 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, moet 100 jaar geleden ongeveer hetzelfde hebben gezien. Hij kwam toen naar Gabon om in Lambarene zijn fameuze ziekenhuis op te zetten.

Het zwarte goud

Wij zijn hier echter vanwege een minder filantropische reden, namelijk een van de vele natuurlijke grondstoffen die Gabon rijk is, olie. Tot de jaren ’70 was de economie van Gabon sterk afhankelijk van de houtkap en de winning van mangaan (een metaal dat aan staal wordt toegevoegd om het sterker te maken). Totdat begin jaren ’60 olie werd ontdekt. Ondanks een daling in de productie is de oliesector nog altijd goed voor 60% van het Bruto Binnenlands Product en 75% van de export.

Surfing hippos en barracuda’s van 75 kilo

Na een uur landen we op het kleine privé vliegveld van Gamba. Gamba ligt omsloten door twee nationale parken, waarvan Loango Nationaal Park wereldfaam geniet door  de bioloog Mike Fay die met BBC beelden de ‘surfing hippos’ en olifanten op het strand liet zien.  Je kunt hier nog genieten van unieke en ongerepte natuur waar nauwelijks een toerist komt. Dit stukje paradijs op aarde lokt natuurliefhebbers maar ook sportvissers van over de hele wereld. Een visser van goede huize kan hier zijn krachten meten met een barracuda van 75 kilo.

De Bushtaxi

De geïsoleerde ligging van Gamba heeft ook nadelen. Er lopen geen wegen naar toe. Over zee of door de lucht is de enige manier om er te komen als je niet over een 4×4 beschikt en twee dagen de tijd hebt om je er door bos en over savanne een weg naar toe te banen. De armere Gabonees die Gamba wil bezoeken of verlaten betaalt 15.000 CFA (ongeveer 22 euro) voor een 20 uur durende gevaarlijke trip met een bushtaxi. Al staande op de rand van deze pick-up truck moet je je vasthouden aan de torenhoog opgestapelde bagage van jezelf en 16 andere passagiers.

Bushmeat of UNOX erwtensoep?

Ook de aanvoer van levensmiddelen vindt op deze manier plaats. De lokale restaurants in Gamba, met hun interieur van plastic stoelen en tafels en luide muziek, bieden daarom vaak het simpele maar heerlijke menu van vers gegrilde vis, rijst met tomatensaus en gebakken banaan. Lokale producten die altijd voorradig zijn. Voor de liefhebber is er ook bushmeat te krijgen, zoals zwijn en antilope, maar ook aap en beschermde diersoorten als de olifant en krokodil worden als een lekkernij beschouwd.

“Er is van alles te koop. Van opzichtige nep bloemen tot trainingsjassen van de buitendienst van de gemeente Den Haag!?”

De straten van Gamba bieden een kleurrijk aanzicht van stalletjes met groenten en fruit en winkeltjes waar een veelheid aan spullen te koop is. Van opzichtige nep bloemen tot trainingsjassen van de buitendienst van de gemeente Den Haag!? Voor een westerling is het goed zoeken naar iets bruikbaars. Van Deens design of H&M heeft men nog nooit gehoord. Als werknemer van het oliebedrijf zijn we bevoorrecht.

Er is een supermarkt alleen toegankelijk voor het personeel van het bedrijf. De bevoorrading vindt plaats met het vliegtuig of in containers over zee. Hoewel de diversiteit van het assortiment volgens velen te wensen overlaat en een bakje champignons al snel 10 euro kost, genieten wij op een koude (22 graden) en regenachtige dag in de tropen van een heerlijk kopje UNOX erwtensoep. 

Thuis behoorden we tot de middle class…

Ons huis staat op wat je een bungalow park zou kunnen noemen met wijd verspreid de huizen, veel groen en een slagboom. Op 10 km van het Gabonese dorp wonen en werken hier 250 expats, alleen of met hun gezinnen. Waren we in ons thuisland middle class, hier behoren we tot de bovenlaag met minimaal twee man personeel.

Het voelt een beetje alsof de tijd hier heeft stilgestaan en het doet me in eerste instantie denken aan het boek de Help dat zich afspeelt in de jaren ’60 in Mississippi waar zwarte hulpen uit hun zwarte wijken komen om het huishouden te doen bij witte, rijke Amerikaanse gezinnen. In ons expat dorp ligt het genuanceerder en is van een dusdanige segregatie zeker geen sprake, maar ook hier komen zwarte vrouwen, ménagères (huishoudsters), elke dag naar het dorp van de rijke veelal witte expats om onze tuinen te onderhouden, schoon te maken, te koken en onze kinderen te voeden en in slaap te wiegen.

De ‘elite noire’

Maar dit alles heeft ook een andere kant; een regelmatig, hoger dan gemiddeld inkomen, toegang tot betere gezondheidszorg, steun bij het betalen van ziekenhuis- en schoolkosten en uitjes naar het strand met de hele familie wat anders een half maandsalaris aan taxigeld kost. De ménagères werken graag voor de ‘blanc madams’. Mijn afkeer van dit systeem en voornemen om het huishouden zelf te doen, vervielen al op de eerste dag van ons verblijf toen er tientallen vrouwen aan de deur kwamen vragen om werk.

Het is schokkend te horen dat de zwarte ‘madams’ een erg slechte reputatie genieten. Van hun eigen soeurs die het juk van een leven als hulp achter zich hebben gelaten en tot de élite noire behoren moeten ze het niet hebben. Over de betaling en behandeling door zwarte madammen zegt Esperance, een ménagère die werkt voor drie blanke families, “c’est pas bon, pas bon du tout!”. Zwarte madammen zouden arrogant en gemeen zijn en ondanks dat veel van deze verhalen misschien voortkomen uit de roddels die worden verteld in de taxi’s en busjes die de ménagères van het Gabonese naar het expat dorp brengen, geloofd worden ze zeker.

Polygamie en een liefje voor ‘erbij’.

De vakbond in Gabon is sterk en goed vertegenwoordigd, een nalatenschap van de Franse kolonisatie. Maar de arbeidsrechten van ménagères zijn onbekend en veelal onbemind. Ook op het gebied van vrouwenrechten en relaties blijkt veel onduidelijkheid te bestaan. Ménagère Grace klaagt dat de Gabonese man niet wil trouwen en dat de rechten van de vrouw niet goed zijn vertegenwoordigd in de wetten van Gabon.

De wettelijke minimumleeftijd voor het huwelijk is 15 jaar voor vrouwen en 18 jaar voor mannen en polygamie is legaal volgens het Gabonese strafrecht. Op het moment van trouwen moeten koppels bepalen of ze een polygaam of monogaam huwelijk aangaan, maar alleen de man kan later nog op zijn beslissing terugkomen. In de praktijk hebben alleen mannen het recht op meerdere echtgenoten en het blijkt dat de Gabonese man vaak wel uitkijkt om zijn geliefde ten huwelijk te vragen. Meerdere liefjes tegelijkertijd en tien kinderen bij diverse vrouwen is eerder regel dan uitzondering. Gabonese mannen hebben de grootste lol als ik hier naar vraag. 

Niet dat de blanke gemeenschap haar handen in onschuld kan wassen. Het veelgehoorde cliché dat na een feestje de sleutels in een grote bak worden gedaan, waarna je met diegene naar huis gaat van wie je de sleutel trekt, kan weliswaar worden ontkracht, maar de dames van lichte zeden hebben werk te over en een Afrikaans liefje voor erbij, komt zeker voor.

Voor olifanten is ons dorp veilig

Als de avond van de eerste dag in Gabon valt maken we kennis met een derde groep wel heel bijzondere bewoners van onze gemeenschap. In het paarse licht van de Afrikaanse zonsondergang sjokt een familie olifanten gemoedelijk door onze tuin op zoek naar eten. Ik grijp mijn camera om dit beeld vast te leggen nog niet wetende dat we elke avond van hun bezoek zullen kunnen genieten.

Elk najaar bevolken grote groepen olifanten ons dorp. Waar het WWF in 2013 alarm sloeg over het aantal gedode olifanten in Afrika voor hun ivoor, kunnen de olifanten hier veilig hun jongen groot brengen met de mango’s die groeien aan de bomen in de tuinen van de expats. 

Ik heb veel van dit bijzondere land en de cultuur geleerd en ben de eigenaardigheden van het leven in een expat gemeenschap gaan waarderen. Het blijft een land met veel tegenstellingen waarmee we met onze westerse normen en waarden soms moeilijk uit de voeten kunnen. Maar bovenal is Gabon een land van prachtige natuur, goedlachse mensen en zeker het bezoeken waard.

mm
Hi, ik ben Kim en ik neem jullie graag mee in de bijzondere en ongerepte wereld van Gabon, waar ik vier jaar heb gewoond. En hopelijk over enige tijd ook in de belevenissen vanuit een nieuwe plek. Want na drie jaar Nederland gaat het bij mij al wel weer kriebelen.