Ik fiets door verlaten straten. De meeste winkels zijn gesloten, rolluiken zijn dicht. Er hangen briefjes met ‘wegens vakantie gesloten’ voor twee, drie, soms wel vier weken. Als ik iemand tegenkom, voel ik een soort verbondenheid die ik niet altijd ervaar in deze grote stad. Puur omdat we ‘er allebei nog zijn’.

M’n vrienden zijn op vakantie. Morgen zal ook mijn favoriete koffietentje voor drie weken haar deuren sluiten. Het is een donderdagmidag in mijn woonplaats Milaan en de meeste inwoners zijn vertrokken. Augustus betekent in Italië, en dus ook in Milaan: weg, naar het strand, in binnen- of buitenland.

Al jaren geleden leerde ik over de totale leegloop in Italië in augustus. Toen ik nog in Nederland woonde en werkte voor een internationale organisatie waren mijn Italiaanse collega’s onbereikbaar in die maand. Op vakantie in Kroatië zag ik ze des te meer.

Toch is het anders als je het van zo dichtbij meemaakt en de achterblijver bent. Als je je buurt ziet leeglopen en de winkels ziet sluiten. Natuurlijk, ook in Nederland gaat men op vakantie in de zomer, sluiten sommige winkels tijdelijk de deuren. Maar de intensiteit en omvang waarmee dit hier in Italië in een maand geconcentreerd is en je de klok erop kunt gelijk zetten, is indrukwekkend. Onlangs schreef Volkskrant correspondent Jarl van der Ploeg een mooi boek over deze grootse Italiaanse traditie: ‘een maand zo machtig dat al het andere ervoor moet wijken: de politiek, de maffia, het voetbal, zelfs de kerk’.

E perché?

Als ik vrienden en kennissen vraag waarom dit zo is, kijken ze me glazig aan. Het is gewoon zo. Altijd zo geweest. En hoewel er blijkbaar kleine veranderingen zijn in grote steden en bij internationale bedrijven is het idee dat het grosso modo altijd zo zal blijven. In augustus ga je naar het strand. Punt.

Als ik zeg dat dit in andere landen niet zo extreem is krijg ik de mooiste typisch Italiaanse reacties, bloedserieus en met een knipoog tegelijk: ‘Logisch, nergens anders hebben ze een zee zo mooi als die van ons’ of als het over Spanje gaat ‘daar vieren ze altijd feest, daar heb je geen augustus voor nodig’.

Een kleine internet zoektocht levert een aantal interessante theorieen op die inderdaad heel ver teruggaan. Rond 18 BC wilde Caesar Augustus – whats in a name – een aantal feestdagen combineren om arbeiders wat langer rust te gunnen. Hij deed dit in augustus als grote delen van Italie het heetst waren (en zijn). Deze traditie werd voortgezet – of zelfs gekaapt – toen de katholieke kerk zeven eeuwen later de ‘Maria-Tenhemelopneming’ (‘Maria Hemelvaart’ in de volksmond) op 15 augustus tot nationale feestdag Ferragosto doopte. Ook de fascistische Mussolini maakte gebruik van deze traditie door rond deze dagen zomerkampen en familiereizen aan zee tegen gereduceerd tarief aan te bieden en zo meer mensen (inclusief de kinderen) aan zich te binden.

Zo groeide het idee van familievakantie in augustus, van een paar dagen naar een week naar een maand. Fabrieken en kantoren sloten en winkels, zonder veel klandizie, volgden. Misschien zo gek nog niet, zeker als je een familiebedrijfje hebt. Als iedereen toch weg is, loop je ook niets mis.

Italie straatbeeld augustus

Ferragosto

Ferragosto blijft het epicentrum van de maand augustus, in al haar vaagheid prachtig beschreven door journalist Beppe Severgnini in ‘La Testa degli Italiani’ (in het Nederlands vertaald als ‘Italianen voor gevorderden’): ‘Niemand weet precies wat we vieren. Het einde van de zomer? Te vroeg. De piek? Te laat. We maken teveel herrie om echt stil te staan bij de heilige maagd Maria en we zijn ook te angstig om er daadwerkelijk een groot feest van te maken. (…) Je hoort niet echt te relaxen op Ferragosto, je doet mee. (…) Relaxen is voor Italianen iets gezamenlijks en obsessiefs.’

En natuurlijk wordt er gegeten. Een uitgebreide lunch zoals alleen Italianen dat kunnen. Met familie en soms vrienden, aan het strand, in de bergen of toch gewoon thuis terwijl alle buren de stad of het dorp hebben verlaten. Toen wij Milaan uitreden om naar m’n schoonmoeder te gaan – de beste kokkin van Italie in mijn beleving- was de stad leger dan alle andere dagen. Ik dacht terug aan de film die ik lang geleden zag en flinke indruk op me maakte, met de toepasselijke titel ‘Pranzo di ferragosto’ oftewel Ferragosto lunch. Een prachtig inkijkje in het dorpse leven, het familieleven en ferragosto in het bijzonder. Aanrader dus!

De stad uit / naar het strand

Eigenlijk komen twee dingen samen deze maand: niet alleen de heiligheid van de maand augustus voor rust en vakantie, maar ook de massale behoefte om de stad uit te gaan als men vrij is. Ik weet niet hoe het in andere steden zit, maar het is niet alleen augustus waarin Milanezen de stad verlaten. Ik heb me de afgelopen maanden regelmatig verbaasd over de exodus aan auto’s en de stille cafe’s in het weekend. Veel Milanezen hebben een buitenhuis of brengen weekenden bij vrienden of familie buiten de stad door. Ook mijn partner zou gerust meer weekenden bij zijn moeder verblijven.

Toegegeven, het is daar prachtig en we zijn hier ook voor de Lombardse natuur, maar voor mij zijn de lusten van het wonen in een (wereld)stad toch zeker ook in het weekend relevant: kunst, muziek, een wandeling naar een fijne streetfood ravioli, een aperitivo. Voor veel anderen geldt dat blijkbaar minder en ze trekken naar de het platteland, de prachtige bergen en vanaf mei natuurlijk: het strand.

Die obsessie is nog het sterkst. Hoewel het bij lange na niet zo erg is als vroeger blijft de vakantieplanning met mijn partner – gewend aan lange zomers in Sicilie – een onderhandeling over het aantal dagen aan het strand versus andere (lees: actievere) dingen doen. En ik moet zeggen: ik ben er steeds meer van gaan houden, de routine en rust van het leven op en rond het strand, met een boek in de hand en lekker eten. En ondertussen is hij het avontuur dat ik zoek steeds meer gaan waarderen, dus zo vinden we vaak een mooie balans.

Het leven van de achterblijvers

Omdat wij onze vakantie bewust buiten deze periode hebben gepland, bevinden wij ons nu dus in een rustige stad. Althans, zolang je niet naar de Duomo of andere standaard attracties gaat waar altijd wel toeristen zijn. Eerlijk gezegd vind ik het heerlijk! Toegegeven: het is wat warm, maar als je een beetje weet welke plekjes met airco of goed terras in de schaduw open zijn en je gaat af en toe een dagje de stad uit (lago maggiore is vol met lege strandjes!) dan is het goed te doen. Het voelt bijzonder om zo’n stad een beetje voor jezelf te hebben. Het is fijn eindelijk te fietsen zonder al te veel stress over de auto’s om me heen.

En ook al zijn we met relatief weinig, blijkbaar zijn er genoeg achterblijvers en toeristen om leuke activiteiten voor te organiseren. Er zijn concerten bij het kasteel en open lucht bioscopen in geheime tuinen. En mijn absolute favoriet: de danssessies in het park, compleet met animatie team en DJ, waar 70-100 jarigen middagen lang doorbrengen op de dansvloer. Van pasjes tot schuifelen. Ik geniet ervan naar ze te kijken en begin te vermoeden dat dit de daadwerkelijke achterblijvers zijn in de stad. En dat ze dat helemaal niet zo erg vinden.

mm
Ciao! Ik ben Barbara en woon sinds kort in Milaan, Italië. Nieuwsgierig als ik ben geniet ik van nieuwe plekken, mensen en gebruiken en heb ik een enorme drang deze te doorgronden. En daar heb ik m’n handen vol aan in dit complexe land waar niets is wat het lijkt. Schrijven voor De Wereldwijven biedt me een mooi excuus om op onderzoek te gaan en mensen te spreken die een verschil maken op terreinen die mij aan het hart gaan, zoals vrouwenrechten, migratie en duurzaamheid. Want dat daar nog een hoop te doen is, dat is me inmiddels wel duidelijk.