Als eerste belde ik mijn moeder. Ik zat bij de buurman in de auto, die me naar het ziekenhuis reed. Via mijn moeder hoorden mijn zussen ervan. In de dagen die volgden, liet ik per chat aan vriendinnen weten wat er was gebeurd. Mijn wijdverspreide netwerk was op de hoogte.

In de eerste weken sprak ik dagelijks met mijn familie en soms met mijn vrienden. Allemaal mensen die Nederlands spreken. Allemaal mensen die ver weg wonen. Er is één buitenlandse persoon met wie ik bevriend ben geraakt sinds ik geëmigreerd ben. Een Canadese. Die nóg verder weg woont. Onze gesprekken gaan per mail en in het Engels. Ik schreef met haar mijn eerste roman ‘10 Minuten naar het noorden’.

De taal maakt het moeilijk

Ik spreek een klein beetje Zweeds. Ik versta best wel wat, maar kan me nauwelijks uitdrukken, waardoor het grotendeels de taal is die het voor mij moeilijk maakt, of misschien wel onmogelijk, om vriendschappen met Zweden op te bouwen.

Het hangt natuurlijk ook af van wat je zoekt in de omgang. Ik zoek diepgang. Ik wil weten wat iemand voelt, welke onzekerheden iemand heeft, welke zoektocht door het leven iemand aflegt en hoe die verband houdt met de werkelijkheid van alle dag. Ik wil iemands ziel leren kennen en in het contact met die persoon volledige openheid van zaken. Daar is een flinke woordenschat voor nodig, is mijn ervaring. Als dat niet lukt, is de omgang met die mensen voor mij verspilling van tijd en energie. Dan ben ik liever op mezelf en daar voel ik me ook prima bij.

Vergroeid met elkaar

Al heb ik natuurlijk Stef. Wij zijn al zo’n twaalf jaar bijna 24 uur per dag samen. Dat doet iets met je. Je raakt als het ware met elkaar vergroeid. Als hij er niet is, ontbreekt er iets. Ik wilde dan ook 24 uur per dag bij hem zijn toen hij in het ziekenhuis lag. Om alles, zoals we dat altijd doen, samen door te maken. Elk detail met hem te beleven, ons samen door het hele proces te laten onderdompelen.

Ik wilde me niet door anderen laten afleiden. Dus sloeg ik het lieve aanbod om langs te komen van familie en vrienden af. Als het weer beter met hem gaat, dacht ik, dan kunnen we bezoek krijgen. Als ik weer vaste grond onder mijn voeten heb.

Liever alleen?

Toch mis ik het soms om iemand vlakbij te hebben met wie ik een klik heb. Fysieke nabijheid van een vriend, of vriendin. Ik heb geen idee of die behoefte ooit zal worden vervuld. Door zo veel alleen te zijn, lijkt het steeds moeilijker te worden om mensen in mijn leven toe te laten. Mensen te vinden die op hetzelfde levensspoor zitten als ik.
Wat niet wil zeggen dat je overal dezelfde mening over moet hebben. Juist niet. Ik word graag uitgedaagd in mijn denken. Maar het gaat mij om een bepaalde focus, een soort waarde waar ik naar zoek, of die ik misschien wel al heb gevonden, en die de ander op een soortgelijke manier moet hebben, zodat ik mezelf er in kan herkennen en er een connectie is.

Vriendschappen voor het leven

Ondanks het gevoel van gemis, ben ik niet actief op zoek naar nieuwe contacten. Ik druk mij zo makkelijk uit in geschreven woorden, dat het contact per mail en chat met familie en vrienden mijn sociale behoeften voor een groot deel bevredigt. De vriendschappen die ik had opgebouwd, heb ik nog bijna allemaal sinds ik uit Nederland ben weggegaan. Het waren en zijn vriendschappen voor het leven. Hoewel met een enkeling het contact is verwaterd, maar ook bij die mensen voel ik me nog steeds welkom en andersom geldt hetzelfde.

Als ik mijn vrienden soms na jaren pas weer zie, is het altijd meteen als vanouds. Alsof het leven heeft stilgestaan en we elkaar gisteren nog gezien hebben. Het verstrijken van de tijd lijkt daarbij geen enkele rol te spelen.

Begrepen en geliefd

Misschien dat ik daardoor makkelijk lange tijd samen met Stef kan zijn, zonder anderen te spreken, en zonder dat mijn gevoel van waardering voor hen die ik lief heb wordt aangetast. Want of het nu morgen of volgend jaar is, de mensen door wie ik mij begrepen en geliefd voel, zijn er. Altijd. Ik wist dat al, maar in deze moeilijke periode is het opnieuw bevestigd. Wat een rijkdom!

LEES HIER HET LAATSTE DEEL VAN DE SERIE: Onze ontmoeting met die ander.

LEES wat hieraan voorafging: 
Deel 1: Ons Idyllische bestaan in Lapland kwam in een klap tot stilstand
Deel 2: En opeens stond hij aan mijn bed
Deel 3: Een verbrijzeld leven, de scherven en splinters moeten hun nieuwe orde vinden
Deel 4: Over een week slaat het bij hem in als een bom
Deel 5: Niets is zeker
Deel 6: Wat volgde was een lange radiostilte
Deel 7: Motherfucker complicaties!
Deel 8: In Estland is alles begonnen
Deel 9: Dag Shokolaatje

mm
Hej. Ik ben Esther en ik woon sinds 2014 met mijn partner in Västerbotten, Zweden. Daarvoor woonden we 7 jaar in Estland en oorspronkelijk kom ik uit Amsterdam. Ik houd ervan om afgelegen in de natuur te wonen, waar ik heerlijk kan schrijven aan mijn boeken en waar mijn partner zich met zijn sledehonden bezighoudt. Voor de Wereldwijven schrijf ik graag over de wisselwerking tussen de natuur, mijn belevenissen en mij als persoon.