Een keer per week wordt de vlag op school gehesen, terwijl er door de schoolkinderen vrolijk wordt gezongen. Ze zijn blij, want het is een My Book Buddy dag. Een dag waarop de kinderen een leesboek mogen uitkiezen en mee naar huis mogen nemen. Iets wat voor ons normaal is, maar wat voor kinderen in landen als bijvoorbeeld Ghana, Libanon of Nepal helaas niet altijd geldt.

Cathy Spierenburg (72) is de oprichtster van deze stichting die het lezen toegankelijk maakt voor kinderen in verschillende landen in de wereld. Maar wie is deze vrouw en wat heeft haar er doe toen zetten om My Book Buddy op te richten?

Het begon toen de Tsunami in 2004 toesloeg in Zuidoost-Azië. Delen van landen als Thailand, Indonesië en Sri Lanka werden in één klap verwoest. Cathy Spierenburg, die toentertijd als netmanager werkte voor de bekende kinderzender Zappelin en Zapp, besloot actie te ondernemen. Ze wilde met de zender wat kunnen betekenen voor de kinderen in die landen en zo kwam ze voor het eerst in contact met verschillende organisaties in de door de tsunami getroffen landen. Het opende haar ogen.

“Ik kwam er achter hoe lang bepaalde processen duurden en welke wegen bewandeld moesten worden om iets voor elkaar te krijgen”, vertelt Cathy.

Ik leerde hier veel van en wist dat ik later meer voor kansarme kinderen iets wilde betekenen.

En nu heb je My Book Buddy opgericht. Waarom kinderboeken?

Wij hebben hier in Nederland een overvloed aan media en dus is het raar te bedenken dat een grote groep mensen elders in de wereld niet eens elektriciteit heeft. Dus laat staan een tv, radio of andere elektronica. Alle  kinderen willen op een bepaalde leeftijd onafhankelijk zijn en ze zijn van nature leergierig. Toen ik met pensioen ging wilde ik graag wat voor deze kinderen betekenen. Ik heb voor mijn werk veel gereisd en kwam veel in contact met de lokale kinderen. Ik heb gezien en geleerd waar ze behoefte aan hebben en wat wel de mogelijkheden zijn. Hoewel ik uit de televisiewereld kom werd het geen TV item, maar ging ik juist terug naar de basis. Iets waar elk kind wat aan heeft. En zo wist ik dat het iets met kinderboeken moesten zijn. Het idee van een boekuitleensysteem begint dan te rijpen en met de kennis en ervaring die ik heb is My Book Buddy ontstaan.

Een mooi idee, maar gaat het ook werken?

Mijn filosofie is boeken zo dichtbij mogelijk bij de kinderen brengen. Ik had dus wel wat voorwaarden waar het plan aan moest voldoen. Dus geen gebouw of bibliotheek waar kinderen kilometers naar toe moeten lopen om een boek te kunnen lezen. Nee, het moest bij de school zelf zijn. Het moest in de eigen cultuur toepasbaar zijn en de leesboeken moesten in de eigen taal te verkrijgen zijn. Daarbij vind ik het belangrijk dat zoveel mogelijk dingen lokaal geregeld of geproduceerd kunnen worden. Niet alleen om de lokale economie te stimuleren, maar ook om betrokkenheid te genereren. Zo worden de boekenkasten lokaal gemaakt en geplaatst op een school en de leraren krijgen training van ons hoe het systeem werkt. Het is een heel eenvoudig bibliotheeksysteem waar de leraar gewoon in een map noteert wie welk boek mee naar huis neemt. Maar het werkt. De My Book Buddy tasjes worden ook in het land zelf geproduceerd, zodat de kinderen de boeken beschermd mee naar huis kunnen nemen, met als bijkomend voordeel dat de ouders thuis ook mee leren. We hebben zelfs een My Book Buddy lied gemaakt dat met het hijsen van de vlag wordt gezongen, want het moet voorop staan dat lezen leuk is.

Waar zijn de My Book Buddy projecten nu te vinden?

We zijn in 2010 in Kenia begonnen en zo onze activiteiten uitgebreid naar andere Afrikaanse landen. Maar toen in 2015 de aardbeving in Nepal plaatsvond bleek dat ook in een rampgebied de kinderen erg blij waren met zo’n systeem als dit. Een kinderboek biedt ze houvast in zulke omstandigheden. Het is iets van hen en ze kunnen op deze manier ook hun emoties een plekje geven. Lezen moet voor ieder kind toegankelijk zijn. Het is belangrijk dat we nu investeren in kinderen en dus in hun en onze toekomst. 

Als een land nieuw is voor ons draaien we altijd eerst een pilot. Dan kunnen we kijken of het werkt en bijsturen waar nodig. Het is belangrijk om kennis over te brengen, maar het moet wel duurzaam zijn. Wat inhoudt dat je dingen niet moet gaan regelen voor ze. Je moet ze juist handvaten geven en ze zelf laten meedenken en laten uitvoeren. Op deze manier maken ze het hun eigen en kan het project zelf voortbestaan zonder dat wij er zijn. 

Wat kunnen de lezers doen om te helpen?

Volgend jaar in 2020 bestaan we alweer tien jaar. We hebben nu zo’n 218.000 kinderen weten te bereiken en hopen dat dit aantal volgend jaar 250.000 wordt. 

Er zijn verschillende manieren om een steentje bij te dragen. Zo kun je natuurlijk zelf een donatie doen, maar je kunt ook een inzamelingsactie met het bedrijf waar je werkt organiseren of op de school van je kinderen een leesmarathon initiëren. Als je in een ander land woont en denkt: Hey, dit kunnen ze hier ook wel gebruiken en je wilt daar graag een coördinerende rol in spelen dan horen we graag van je. We hebben allemaal verschillende opties en denken graag met je mee!

Denk jij dit wereldwijf weer verder te kunnen helpen om haar doel te bereiken? Ga dan hier naar haar website.

Bron: YouTube

[Deze week is het kinderboekenweek, sinds 1955 een jaarlijks terugkerend ‘week’ van 10 dagen die rond deze tijd van het jaar plaatsvindt ter promotie van het kinderboek. Het lezen van kinderboeken is iets wat voor ons heel normaal is, maar dat geldt niet voor ieder kind.]

Jennifer Joedo - Nederland
Hi! Ik ben Jennifer Joedo. In 2008 reden mijn vriend en ik in onze eigen Landrover Defender overland naar Australië en weer terug naar Nederland via de oostkust van Afrika. Vervolgens verruilden we Nederland voor Kuala Lumpur en daarna voor Sydney om te eindigen op een boot in Griekenland. Toen ik zeven maanden zwanger was keerden we terug naar Nederland. Nu deel ik mijn reiservaringen en die van anderen op mijn website Travelguppies.