Afgelopen week keek ik naar De Wereld draait door. Aan tafel zaten twee jonge mensen van ExtinctionRebellion die bij de blokkade op de Stadhouderskade waren geweest. De reacties aan tafel en in Nederland klonken verontwaardigd. De week ervoor was er nauwelijks politieke of media-aandacht voor de 38.000 klimaat-stakers in Nederland en over de open klimaatbrief opgesteld door drie Nederlandse vrouwen en ondertekend door honderden andere vrouwen, hoor ik ook bijna niemand. Over Greta Thunberg, een meisje van 16 die de wereld in beweging krijgt, mag je blijkbaar ook de meest vreselijke dingen zeggen…

Twee weken geleden stond ik urenlang in de file vanwege het boerenprotest. Gek genoeg was niemand daar ‘boos’ over. 1100 kilometer file, tractoren op het strand, hekken die omver werden gereden, de minister die voor rotte vis werd uitgemaakt… Het maakte niks uit, ze werden met open armen en begrip ontvangen op het Malieveld. Blijkbaar vinden we de boer die benadeeld wordt door klimaatregelingen volledig in zijn recht staan…

Verandering stuit altijd op weerstand

Ik begrijp echt niet waarom de politiek en de publieke opinie zo kleinburgerlijk kan zijn als de wereld langzaam afsterft en de toekomst van de mensheid bedreigd wordt. Hebben we er nog te weinig last van in het Rijke Westen? De mensen in arme landen die vaak als eerste de dupe zijn, kennen we immers niet persoonlijk. Is het wellicht niet goed voor het electoraat? Want je dagelijkse natje, droogje, gemak, tradities en gewoontes opgeven dat is voor Nederlanders toch heel moeilijk en stuit op veel weerstand…

Een aantal Wereldwijven woont in de vaak arme gebieden die de klimaatveranderingen iedere dag bemerken. Daar is het dus helemaal geen ‘ver van hun bed’ probleem. En tegelijkertijd wonen er ook veel in landen waar nog weinig tot niets gebeurt aan klimaatbeheersing. Ik besluit mijn vraag in de groep te gooien.

Is de klimaatcrisis een ‘ver van mijn bed’ probleem of komt het juist te dichtbij?

Heidi (Duitsland en Tunesië): Het contrast tussen de reacties op het boerenprotest en op de klimaatactivisten slaat inderdaad nergens op. Ik keek pakweg anderhalve minuut naar de live NOS uitzending op Facebook, over de blokkade in Amsterdam. Anderhalve minuut, omdat ik beroerd werd van het negatieve commentaar dat ik naast de video zag verschijnen. Niet normaal, vond ik het.

Astrid (Zuid Afrika): Ik hoorde Jurgen Rayman iets moois zeggen…In de trant van: “kijk nou eens wat jezelf al kunt doen.” Hij kocht bijvoorbeeld geen plastic flesjes water meer en dan kun je zeggen ‘ach die paar flesjes’ maar tel eens uit op jaar basis. En ik zag een mooi initiatief voorbij komen van twee boeren die acht koeien hebben, de melk van die koeien gaat regelrecht zonder tussenpersoon naar een lunchroom /winkel waar ter plekke allerlei verse producten gemaakt worden en alles in glas.
Kleine dingen maar wel doen!

Esther (Zweden):  Ik heb de indruk dat we in een tijd leven waarin de focus langzaam verplaatst van ‘de ander’ naar onszelf en dat dit gepaard gaat met weerzin. Het is niet vol te houden dat de politiek, de ondernemer, de boer, etc. de problemen moeten oplossen. Ontbossing, vervuiling, dierenleed, het is er allemaal zodat we met zijn allen een nieuwe keuken kunnen kopen, terwijl de oude nog bruikbaar is, nieuwe meubelen kunnen aanschaffen, terwijl de oude nog goed genoeg zijn om te gebruiken, nieuwe kleren kunnen kopen, terwijl de kast nog vol hangt, weer op vakantie kunnen gaan, dagelijks verzorgings- en schoonmaakproducten gebruiken, die strikt genomen niet nodig zijn, etc.

Volgens mij is een groot deel van de oplossing: aanpassing van het eigen gedrag. De politiek, de ondernemer en de boer zullen noodgedwongen volgen. Bewuste keuzes maken bij alles wat we doen. Maar dat is denk ik voor velen nog een te zure appel om op te bijten.

Ingeborg (VS): Ik ben helemaal geen heilige maar inmiddels is de boodschap wel duidelijk toch? Dat je zelf een bijdrage moet gaan leveren aan het klimaat, al lijkt ie klein maar dat die bijdrage tegelijkertijd niet groot genoeg kan zijn. De oplossing ligt mijns inziens ook echt in verandering van eigen gedrag en dat komt blijkbaar voor het merendeel van de mensen toch veel te dichtbij.

Patricia (Sierra Leone): De toon van het debat in Nederland maakt mij eigenlijk ontzettend treurig en bang voor de toekomst. Het gebrek aan zorg voor de ander, voor later, is toch schokkend?!

Ik krijg een land als Sierra Leone, waar milieu en klimaat echt geen top priority zijn, toch soms meer hoop dan van Nederland. Maandelijkse nationale schoonmaak ochtenden, een poging om illegale visserij aan te pakken en een publiek debat over een verbod op plastic, zijn echt kleine lichtpuntjes.

Wat me dan weer terug brengt naar Nederland. Als een van de armste landen in de wereld in ieder geval iets probeert te doen, dan moet Nederland en vooral Nederlanders dat toch ook kunnen!!!

Hoe zit dat in het land waar jij woont?

Ceciel Huls (Peru): In Peru staat klimaatbewustzijn nog erg in de kinderschoenen. Ik vrees dat daar waar veel mensen nog moeten knokken voor goed onderwijs voor hun kinderen en waar een belegde boterham voor niet alleen vandaag maar ook volgende maand geen vanzelfsprekendheid is, het klimaat vaak nog een ondergeschoven kindje is. Ontbossing is bijvoorbeeld een enorm probleem in Peru en Bolivia. De ellende is, zo lang er geen alternatief wordt geboden dan landbouw, blijft dit een issue. En in Nederland zie je nu ook dat de landbouw-lobby enorm machtig is.

Sinds kort mogen er hier echter geen gratis plastic zakjes worden verstrekt in supermarkten en zie je eindelijk de herbruikbare tas een opmars maken. Dat maakt me blij. Het onbegrip (ook van expats!) erover, verbaast me zo! En dan hebben we het alleen nog maar over het gebruik van plastic zakjes! Op de fiets of te voet in plaats van de taxi of eigen auto (al dan niet met chauffeur) is ook al geen gemeengoed in Lima. Fietsen is dan ook gevaarlijk. Er zijn nauwelijks fietspaden en het verkeer is een gevalletje recht van de sterkste…

Astrid (Zuid Afrika): Van dat kleine stapje in Lima kan Zuid-Afrika nog heel wat leren. Plastic tasjes liggen hier bij de kassa en worden je haast opgedrongen, terwijl de papieren tas bij de ingang hangt en veel meer kost en dus vergeten wordt. Ik neem mijn eigen tassen mee maar ik ben echt één van de weinigen. Alle groenten en fruit zit hier in plastic folie of bakjes. Als ik een etentje heb, hou ik een vuilniszak vol aan verpakkings materiaal over. Geen vlees? Nog niet mijn ding maar wel al heel veel minder. Als we allemaal iets doen dan gaat er wat veranderen.

Patricia (Sierra Leone): Ik moet meteen denken aan allerlei maatregelen die in Nederland genomen worden die zo gezegd milieu-bewust zijn. Neem bv ‘schone auto’s’. Dit soort maatregelen steun ik van harte, maar wat men in Nederland niet ziet is dat we zonder problemen onze vieze auto’s exporteren we naar landen zoals Sierra Leone. En dus leven we hier in Freetown continue in de smog, en daar gaat de aarde netto dan ook niet op vooruit. Dus zelfs de paar goede dingen die gebeuren lijken mijns inziens soms zinloos.

Heidi (Duitsland en Tunesië): In Tunesië krijg je zo’n beetje voor elk brood een apart plastic tasje mee en de bermen liggen er vol mee. Maar moeten wij daarom ook niets aan het milieu doen? In de privésfeer merk ik dat we op dat gebied ver uit elkaar liggen. Wie maakt zich druk om plastic tasjes als er geen banen zijn en de olijfolie alleen maar duurder wordt?

Wendy (Dominicaanse republiek): Hier wordt afval ook werkelijk óveral gedumpt en dat was toen ik in Curaçao woonde niet anders. Een enorme tegenstelling met het park El Mirador (groot stadspark) dat wel na ieder weekend behoorlijk goed wordt opgeruimd. Het ligt ons erg aan het hart. Eerst in Curaçao waar het bewustzijn bij de lokale bevolking echt heel laag is en nu idem in de Dominicaanse Republiek.

Monique Teggelove (Mali): Ik zou graag willen zeggen dat het in Mali in de kinderschoenen staat, want dan zou er nog enige aandacht voor zijn. De realiteit van alle dag is dat er totaal geen aandacht voor is. Enerzijds zijn veel mensen simpelweg bezig met overleven en voorzien in hun basisbehoeften, anderzijds is de politiek vooral geïnteresseerd in dingen, die geld in het laatje brengen.

Er wordt hier voornamelijk op hout en houtskool gekookt. Ontbossing is ook hier een groot probleem. Formeel mag er niet gekapt worden, maar er zijn genoeg corrupte ambtenaren, die voor een zakcent een oogje dicht doen. Zolang daar geen sancties op staan, zal de ontbossing nog wel door blijven gaan, vrees ik. Komt bij dat koken op gas voor het gemiddelde huishouden hier echt onbetaalbaar is.

En wat in Europa en Amerika al lang en breed verboden is, wordt gewoon naar Afrika geëxporteerd. Zo is het gebruik van Roundup-achtige producten hier nog aan de orde van de dag, worden lege batterijen weggegooid op de plek waar ze overbodig geworden zijn en het gebruik van plastic zakjes vindt men de normaalste zaak van de wereld. Je vindt ze dus ook echt overal, ook al zijn ze volgens de wet al vele jaren verboden. Maar goed, het dragen van een motorhelm is ook verplicht en geen van beide wetten wordt nageleefd.

Afvalophaaldiensten worden hier door de gemeenten eigenlijk niet geregeld. Iedereen ziet dus zelf maar hoe-ie van z’n afval afkomt. Wie het op laat halen, betaalt, en mag dan hopen dat de ophaler het netjes op de door de gemeente aangewezen plek dumpt. Wie niet wil betalen (de meerderheid), dumpt het op straat (om gaten in de weg te dichten bijvoorbeeld), op een verlaten plekje, gooit het over de schutting, dumpt het in de rivier of verbrandt het.

Karien (Indonesië): Het milieubewustzijn is hier klein. Daarentegen is de ecologische footprint van de gemiddelde Indonesiër een fractie van die van een Nederlander. Dus wie zijn wij om te oordelen dat zij nog veel plastic gebruiken, een beetje vlees eten of afval in de tuin verbranden? Overigens is er hier op dat laatste gebied wel een kentering te zien. Bali heeft als eerste in Indonesië plastic zakjes in winkels verboden. Veel dorpen houden clean-up walks en alle scholen doen de walks met de kinderen.

Vuil verbranden is nu verboden alhoewel het nog wel gebeurd, maar in steeds meer dorpen komt een afval ophaal service. Bali loopt hierin wel voorop op de rest van Indonesië, ze hebben door dat toeristen graag een schoon eiland willen – ook is er vanwege de toeristen meer geld te besteden.

Ingeborg (VS): Het zal geen verrassing zijn dat de Verenigde Staten echt verschrikkelijk slecht zorgt voor het milieu. Werkelijk alles zit in plastic, iedereen heeft twee of drie auto’s voor de deur staan, de wegen zijn heel slecht, de huizen zo ongeveer van waaiboom-hout want daar kun je relatief goedkoop nog makkelijk een verdiepinkje op of vleugel aanbouwen. Het openbaar vervoer is rond de steden redelijk goed verzorgd maar kom je in wat meer ruraal gebied, is het belabberd en is vliegen de enige oplossing. En ook al zijn in de staat New York plastic zakjes en rietjes verboden, ze zijn nog overal volop verkrijgbaar. Trump met zijn kolenindustrie en weinige milieubewuste politiek is natuurlijk ook geen aanwinst voor de wereld. Gelukkig valt het de jonge generatie ook op en zijn zij het die de noodklok luiden. Wat dat betreft is mijn hoop vooral op die generatie gevestigd.

Wat doe jij zelf aan de klimaatcrisis?

Heidi (Duitsland en Tunesië): Ik heb geen last van vliegschaamte. Zolang Europa het vertikt om mijn man een inreisvisum te verstrekken, vlieg ik naar hem toe en vertik ik het om minder te vliegen. Buiten dat ben ik een behoorlijk brave burger en in Duitsland, waar ik woon, wordt afval ook gescheiden opgehaald. In Duitsland, Nederland of Tunesië neem ik mijn eigen tas mee naar de winkel en ik vertik het om zomaar iets op de grond te mieteren omdat iedereen dat nu eenmaal doet. Ik krijg het niet over mijn opgeruimde Nederlandse hart!

Wendy (Dominicaanse Republiek): In Curaçao hebben we al besloten alles wat we kunnen doen te zullen doen, om zelf zo min mogelijk bij te dragen aan de vervuiling. Simpele zaken als zelf boodschappentassen meenemen, het consequent weigeren van extra plastic zakjes voor fruit en vlees en we eten al een aantal jaar veel minder vlees.

Thuis doen we het afval zo min mogelijk in plastic vuilniszakken, maar rechtstreeks in de tonnen op straat. We hebben een ‘regel’ dat iedereen tijdens een wandeling drie stukken zwerfafval meeneemt uit de natuur. Daarentegen nemen we hier wel iedere dag deel aan het verkeer, vliegen we de wereld rond (mijn man voor zijn werk zelfs zeer frequent) en kunnen we kunnen hier maar beperkt afval scheiden. WC-papier kan bijvoorbeeld niet in de wc, dus moet het in plastic zakjes in vuilnisbakken i.v.m. de hygiëne. Afijn, verre van ideaal.

Ceciel (Peru): Wijzelf proberen zeker ons steentje bij te dragen. Veel mensen weten niet dat de gemeente waar we wonen recyclebaar afval ophaalt. Gratis. Wij scheiden dus wat in Lima gescheiden kan worden. Onze hulp vond dat eerst maar raar en onhandig maar doet het nu thuis ook. In de supermarkt gaan de courgettes, aubergines en wortels zonder zakje mijn kar in. We eten geen vlees meer. Dat laatste was niet alleen de wens van mijn man en mijzelf, maar ook van onze kinderen. Heel af en toe eten ze nog wel eens een (goede) hamburger buiten de deur. Dat mag maar dan is dat vaak met mixed feelings.

Onze kinderen hebben ook aangegeven dat het vliegen wel een stukje minder mag: ‘Dat kan echt niet meer in deze tijd’. En ze hebben gelijk. Nu wonen we nog in Zuid Amerika en omdat we dit laatste jaar in Peru zoveel mogelijk willen zien en de afstanden gigantisch zijn, vliegen we nog veel. Maar als we over een jaar weer in Nederland wonen is dat afgelopen. Daar zie ik wel naar uit want ik vind dat de kinderen een punt hebben. Wel recyclen en vlees laten staan om vervolgens de ene vlucht na de andere te nemen, is niet erg consequent. Onze zonen zijn zwaar onder de indruk van Greta en dromen ervan zelf een bijdrage te kunnen leveren aan een betere wereld als ze later groot zijn. Wat een fantastische generatie kinderen is dit toch!

Ingeborg (VS): Ploggen (joggen en tegelijkertijd zwerfafval in een vuilniszak doen), op school een vak als Milieukunde kiezen, weinig tot geen vlees eten, minder plastic verbruiken, afval scheiden en compost maken van organisch afval. Daar doen we als gezin enthousiast aan mee. Gelukkig maar! Maar lang niet iedereen hier heeft dat bewustzijn. Tegelijkertijd maak ik mijn ook schuldig aan vliegen en neem ik hier veel vaker de auto dan dat ik in Nederland zou doen…

Monique (Mali): Ik ga trouw met mijn eigen boodschappentassen op stap en wordt nog wel eens uitgelachen als ik plastic zakjes weiger. Ik probeer zelf zowel privé als zakelijk zo goed mogelijk met alles om te gaan. Een hele klus, omdat ons team echt niet altijd snapt, waarom ik ‘zeur’ over die plastic zakjes.
Terwijl ik aan de ene kant hard m’n best doe, vlieg ik ook regelmatig en verbruiken boten en auto’s simpelweg brandstof. Het is echt zoeken naar een balans, waarbij ik probeer op alle fronten zo bewust mogelijk te zijn en te compenseren, door bijvoorbeeld de aanplant van bomen.
Ik zal de dag zegenen dat we onze boten kunnen laten varen op zonne-energie, en de dag dat de Malinese overheid een punt gaat maken van het klimaat. Het zal voorlopig nog wel even dromen blijven…

Esther (Zweden): Mijn voetafdruk is waarschijnlijk bijzonder klein vergeleken bij een gemiddeld westers huishouden. Maar het is niet zo dat ik vind dat iedereen maar zo eenvoudig en zuinig moet leven en ik leef ook niet perse zo omwille van het klimaat. Bovendien vraag ik me bij veel zaken af of ze wel helpen. Zo hebben wij bijvoorbeeld zonnepanelen en een kleine windmolen en ons laten afsluiten van de netstroom. Maar de panelen en de batterijen zijn geproduceerd en vervoerd tot bij ons. Is dat hele proces werkelijk goed geweest voor het milieu? Het zal ook allemaal op den duur weer vervangen moeten worden, dus hoe dat zit op het einde van de rit, weet ik echt niet.Waar ik wel omwille van het milieu sterk op let zijn chemische middelen. Die gebruik ik echt zeer minimaal. Het afvalwater gaat hier zo de grond en het meer in, dus dan weegt een theelepel afwasmiddel plotseling heel zwaar.

Ik vind het vooral fijn om niet zo sterk onder invloed te staan van sociale druk en alles wat de economie aan nieuwigheden biedt. Het leidt namelijk ontzettend af van voor mij veel waardevollere zaken in het leven. En eigenlijk geloof ik dat vooral daar nood aan is: bewustzijn van jezelf in relatie tot anderen en de omgeving. Als dat groeit, ga je vanzelf bewuster om met jezelf, anderen, de omgeving en dus ook het milieu.

Merk je in jouw land de gevolgen van de klimaatveranderingen?

Ceciel (Peru): De gevolgen van de klimaatveranderingen zijn erg goed merkbaar en zichtbaar in delen van Peru. Rondom Huaraz smelten de gletchers. Ik sprak daar eens met een lokale gids over. Hij vertelde hoe vreselijk is jaar na jaar te zien hoe het ijs verdwijnt.

Jammer genoeg ontbreekt een flink stuk ontwikkeling bij veel mensen in Peru. Men weet vaak echt niet dat het gewoon op de grond gooien van een lege koffiebeker of het niet / beperkt eten van vlees bijdraagt aan een beter milieu. Veel afval op straat is hier heel normaal en of er een goede afvalophaaldienst is, ligt aan de gemeente waar je woont. Dat is vaker niet dan wel het geval. Als ik organic groenten wil kopen zit dat ook in plastic. Ik ben maar niet-organic gaan kopen. Maar in juli is er een wet afgekondigd dat de komende drie jaar het gebruik van plastic tasjes moet uitfaseren. Plastic rietjes zijn ook verboden.

Karien (Indonesië): Indonesië is een van de grootste uitstoters van CO2 wereldwijd. Waarom? Vanwege de gigantische ontbossing, voor houtkap en afbranden van regenwoud voor plantages. Het grote probleem is dat primair regenwoud gekapt wordt. Sancties zijn er wel, ook hier, veel lokale corrupte bestuurders krijgen kickbacks van de bedrijven. Is dat de schuld van Indonesië? Ja er is hier ontzettend veel corruptie en wanbeleid maar…de meeste bedrijven die schuldig zijn, zijn internationaal. Het grote probleem is kapitalisme en neo-kolonialisme. Hebzucht. Dit gaat de hele wereld aan, de westerse wereld is mede-schuldig. Indonesië kan dit niet alleen oplossen. Deze grootschalige issues zijn wat mij betreft veel urgenter dan de kleinere.

Maar hoe keren we het tij? Is ‘beginnen bij jezelf’ een druppel op de gloeiende plaat?

Karien (Indonesië): Het is een wereldwijd probleem. hier is het de palmolie lobby die nauwe banden heeft met corrupte lokale regeringsleiders. Ik denk dat alleen een sterke overheid het met beleid kan oplossen. Als boeren de dupe zijn moeten ze gecompenseerd worden maar collectief belang gaat voor dat van de individuele boer.

Ik ben het zeker eens dat mensen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en hun gedrag moeten aanpassen. Wat alleen ook belangrijk is dat men moet beseffen dat dat niet genoeg is. Het systeem dat grote bedrijven de macht hebben en de wereld uitbuiten moet op de schop. En daar is meer voor nodig dan minder vlees eten en geen plastic gebruiken en minder reizen. Niet dat we dat niet ook moeten doen natuurlijk! We moeten af van de hebzucht, steeds meer willen, op klein niveau voor onszelf eerst, en dan eisen dat de politiek volgt en dit grootscheeps aanpakt.

Janneke (Nederland): Het is inderdaad een groter en mondiaal probleem. Het huidige systeem, een web van winstmaximalisatie en korte­termijndenken, moet om. Bedrijven en overheden verschuilen zich achter elkaar, achter duurzaamheidsstrategieën en MVO-convenanten. Het een zeggen en het tegenovergestelde belobbyen. Met als motto: als het van de wet mag, is het in orde; hoe vervuilend een verdienmodel ook is of zolang we niet teruggefloten worden door de rechter, mag het.

De verantwoordelijkheid wordt hierbij vaak afgeschoven op de consument; want die vraagt per slot van rekening om goedkope vliegtickets, goedkope energie, voorverpakte snacks vol palmolie, elk jaar een nieuw mobieltje, aardbeien in de winter, slurpende auto’s, kiloknallers, fast fashion etc.

En ook de boeren zijn slachtoffer van het systeem van winstmaximalisatie en kortetermijndenken waarin ze vastzitten. Ze moeten zoveel mogelijk en tegen lage prijzen produceren om niet kopje onder te gaan. Door handelsverdragen (zoals CETA) komen er nog goedkopere producten op de markt en kan de Nederlandse boer het helemaal schudden.

Een mentaliteitsverandering dus?

Janneke (Nederland): Ja natuurlijk moet er een mentaliteitsverandering plaatsvinden, maar dan vooral ook bij overheden en bedrijven! Het ware probleem zit in het aanbod. In het feit dat veel producten die schadelijk zijn voor mens, dier en natuur goedkoper zijn dan niet schadelijke producten. Dat het bijna 50 jaar oude beginsel “de vervuiler betaalt”, een wassen neus is. De vervuiler betaalt helemaal niet!

Het probleem ligt in het feit dat er geen bindende regels zijn voor bedrijven om mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling uit hun productieketen te weren.
Dat financiële instellingen niet aan banden worden gelegd als zij investeren in vervuilende bedrijven of in bedrijven die mensenrechten schenden, waar dan ook ter wereld. Dat er handelsverdragen worden gesloten die multinationals enorm veel macht geven. Multinationals kunnen zelfs overheden buiten de rechter om aanklagen indien ze winst mislopen als gevolg van strenge (milieu)wetten.

Maandag vangen in Geneve de VN onderhandelingen aan voor een Verdrag Business & Human Rights.

“Mijn treinticket naar Geneve om de onderhandelingen bij te wonen kost bijna 500 euro en ik zal 2×10 uur onderweg zijn; een vliegticket kost 150 euro.”

Er ligt een concept waarover onderhandeld wordt. Zo’n verdrag betekent vergaande verplichtingen, met name voor bedrijven die internationaal opereren en een grote ecologische voetafdruk achterlaten. Een afdruk die wij hier in het Westen vaak niet zien. De EU en haar lidstaten houden zich vooralsnog afzijdig.

“Zolang burgers elkaar de maat nemen en worden opgezadeld met een schuldgevoel, overheden zich achter burgers verschuilen en daar de verantwoordelijkheid neerleggen, zijn vervuilende bedrijven de lachende derden!”

mm
Hi! Ik ben Ingeborg en woon sinds 2010 met mijn gezin in New York. Ik schreef tot nu toe voor online platforms en tijdschriften, publiceerde de bundel #Familie Jansen Goes New York en mijn debuutroman #Kroniek van een erfenis. Voor De Wereldwijven schrijf ik over vrouwen in de USA waar ongelijkheid, onrecht en seksisme maar ook vrouwelijke strijdkracht en energie dagelijkse kost zijn!