Ik zit in een bar wat te kletsen met een Amerikaanse meid van ongeveer mijn leeftijd. Zij reist samen met haar Colombiaanse vriend al een aantal jaren door Midden- en Zuid-Amerika. Op zoek naar… Ja, op zoek naar wat eigenlijk? 

“Ja, het lijkt ons ook geweldig om ons ergens definitief te vestigen. Huisje bouwen en zo, maar we hebben ons thuis nog niet gevonden. We willen eerst ook nog naar Europa en Azië en Australië. Want wie weet is daar wel onze ideale plek en anders zouden we dat misschien missen. Dus de komende jaren zijn we nog onderweg, denk ik.”

Klaar met zwerven

Een Chileens muzikaal talent zit in dezelfde bar een beetje op zijn gitaar te tokkelen en mengt zich in het gesprek. Hij is vanuit zijn geboorteland via de Verenigde Staten, Europa en weet-ik-hoe-veel landen in Zuid-Amerika nu per toeval in Guatemala terecht gekomen. Hij zucht vermoeid. “Ik ben wel jaloers op die mensen die ergens een lapje grond kopen, een huis bouwen en gewoon relaxed en gelukkig zijn. Ik ben wel klaar met het zwerven, tijdelijke baantjes, steeds opnieuw niet weten waar ik nu weer heen zal gaan. Ik zou er ook wel mee willen stoppen.”

“Oh, wat een geweldig huis! En dat uitzicht! Ja, wij zijn ook wel weer toe aan een écht huis met een tuin, hè jongens?” roept een vriendin uit Alaska die met haar zoontjes even op flits-bezoek is en inmiddels al weer anderhalf jaar met haar gezin in een pick-up met caravan rondreizend leeft.

Moeten, moeten, moeten

Had ik meer moeten reizen? Had ik ook Azië, Afrika en Australië moeten verkennen voordat ik me definitief in een willekeurig dorp in Guatemala vestigde dat ik nu mijn thuis noem?

Als je een beetje rondkijkt op internet lijkt het wel de trend te zijn: je móét reizen! Je moet alles doen wat er te doen is en alles zien wat er te zien is. Maar om nou de hele wereld jarenlang af te blijven struinen op zoek naar die éne perfecte,  ideale plek…? En bestaat die plek eigenlijk wel…?

Ik ben ook ooit gaan reizen als backpacker, want ook ik vond dat je dat toch écht gedaan moest hebben. In Nederland had ik geen huis meer. Ik was uitgeschreven en dus officieel dakloos. Ik had ergens een uitspraak gelezen van iemand die zich overal thuis kon voelen, als ze maar haar rugzak had en een vierkante meter om haar spullen neer te leggen. Mooi vond ik dat!

Alleen kwam ik er al snel achter dat ik helemaal niet zo ben! In mijn uppie rondreizend, voelde ik me vooral al heel snel alleen en ontheemd. En ik bleef maar terugkomen naar Guatemala, naar het dorp dat ik inmiddels kende, waar ik vrienden had gemaakt.

Waar dan?

Ik heb een vaste plek nodig. Een fysieke locatie die mijn thuis is en waar ik steeds naar terug kan keren. Maar hoe besluit je waar je gaat wonen? In welk land? In welke stad? In welke wijk of straat? Hoe bepaal je waar je je thuis kunt voelen? 

Er zijn natuurlijk redenen genoeg te bedenken om ergens wel of niet te gaan wonen: de liefde, het weer, een baan, de cultuur. En het is zeker niet vanzelfsprekend dat die plek waar je uiteindelijk terecht komt altijd mooier, beter of veiliger is dan waar je vandaan komt! Er is namelijk ook nog dat onderbuik gevoel, dat onverklaarbare gevoel van ‘thuis komen’ wanneer je ergens uit het vliegtuig of de bus stapt. 

Meer dan een voordeur

Ik hoor je denken: “Ja, met zo’n uitzicht kan ik me ook wel thuis voelen!”

Inderdaad, wij hebben een geweldig, zelfgebouwd huis en een fantastisch uitzicht. Daar hebben we het afgelopen decennium ook heel hard voor en aan gewerkt en tóch heb ik zeker in het begin ook momenten gehad dat ik me nog niet thuis voelde. Hoe mooi de plek ook was, er miste iets.

Thuis heeft niet alleen met een prachtige locatie te maken. Het is niet alleen een voordeur, vier muren en een dak, maar ook (of juist vooral) alles eromheen. Voor mij is thuis die plek waar je je het meest ‘jezelf’ voelt, waar je in balans bent. Mijn eigen betrouwbare stukje wereld, waar alles klopt.

En ja, er moet nog een hoop gebeuren aan ons huis en onze tuin. Onze droomplek is nog lang niet af. En we gaan in een tropisch tempo, dus ik vraag me af of het ooit werkelijk afkomt. Het dorp (en het land) waar wij wonen is verre van stabiel, eerlijk en perfect. Maar wij voelen ons hier goed. 

Ik voel me hier thuis! 

Maar waarom? Wat maakt dat ik me ergens thuis voel?

Blijkbaar niet de nabijheid van familie, want dan was ik niet 9000 kilometer verderop gaan wonen. Ook mijn eigen taal en cultuur zijn geen dingen die ik vreselijk mis en waar ik niet zonder zou kunnen. Nee, mijn thuisgevoel heeft te maken met mijn dieren en mijn planten. Een huis zonder planten en dieren is voor mij een huis zonder leven, zonder ziel.

Misschien trok het backpacker leven me daarom niet, want het reist nou eenmaal een stuk moeilijker met een konijn en een sanseveria in je rugzak.

Wellicht voelde ik me hier daarom in het begin ook niet thuis met een tuin die op een vuilstortplaats leek en niets pluizigs om te knuffelen. Mijn Guatemalteekse man deelt mijn liefde voor dieren niet echt, maar hij weet inmiddels ook dat ze mij wel erg gelukkig maken. Hoe blij was ik dan ook toen hij met een doosje aan kwam zetten met daarin een kitten met een grote strik rond zijn nek!

Inmiddels staat de tuin vol met fruitboompjes, bananenplanten, kokospalmen, bloemen en alles wat maar groen is. Naast een paar extra straatkatten die ik in huis gehaald heb, zijn er naderhand ook nog eenden en kippen bijgekomen.

Ja, ik voel me helemaal thuis!

mm
Buen dia, ik ben Ingeborg. In 2004 kwam ik voor het eerst in Guatemala en ik wilde eigenlijk niet meer weg! Mijn Guatemalteekse man en ik hebben tussendoor nog een aantal jaren in België gewoond, maar we hebben uiteindelijk besloten dat we toch het liefst in ons ietwat geïsoleerde dorp Livingston wonen. Ik probeer zo duurzaam mogelijk te leven in een cultuur waar dat helemaal (nog) niet belangrijk gevonden wordt… hopelijk doet een groen voorbeeld volgen!