Thuis. Ik heb er als expatkind zovelen gehad maar mijn allereerste thuis was Peru waar ik geboren ben. Deze zomer keerde ik er na 45 jaar weer terug! Niet alleen maar samen met mijn eigen drie pubers en manlief een trip terug naar zoveel herinneringen.

Het land waar ik mijn eerste woordjes leerde. De eerste stapjes zette. Slurpte van mierzoete fluorescerend gele Inca Cola en drilpudding at, gemaakt van chicha morada, (paarse maïs) met stukken fruit erin. OK, het meeste heb ik van horen zeggen en slechts een handvol is mijn eigen herinnering als kleuter.

Lima is waar onze reis begint. We landen in dikke mist. Het is winter in Peru en dat betekent dat Lima deze maanden vooral grauw en kil is. Reden dat mijn ouders een aantal kilometers buiten de stad woonden. Het deert me niet, ik heb zo ontzettend veel zin in deze trip!

Mijn eerste stop is hopelijk het ziekenhuis waar ik geboren ben en ik vraag onze lokale gids of we daar misschien langs kunnen rijden voordat we historisch Lima gaan verkennen. Geen probleem en even later rijden we een volledig rondje rond het gebouw. En zet de chauffeur het busje stil. De gids loopt het ziekenhuis in en wij erachteraan. Een warm onthaal en een uitgebreide toer door het gebouw volgt. Eerst naar de kapel en de binnentuin waar we even stilstaan bij het bronzen beeld en graf van de oprichtster. Ze werkte in het ziekenhuis toen ik ter wereld kwam op 8 februari 1971.

Daarna lopen we door de gangen naar het zaaltje waar ik 48 jaar geleden, in een roze dekentje gewikkeld, getoond werd aan de bezoekers. Verpleegsters leggen op die plek nu ook een baby’tje neer, liefdevol gewikkeld in eenzelfde roze dekentje. Net als toen. Ik slik en mijn zoon slaat een arm om me heen.

Nog geen uur later overvalt me een déjà vue op het Plaza de Armas. Ondanks de grauwe sluier van de winter absoluut een prachtig plein. We lopen langs het paleis van de president. De wacht staat buiten. Ik herken het plaatje. Ooit stonden daar tegen die zijkant drie blonde Hollandse kinderen. Nu staan mijn kinderen nonchalant in dezelfde pose klaar voor een foto. De wacht vindt het allemaal prima en nodigt me uit voor een foto met hen. Ze willen wel met die blonde Peruviaanse op de foto.

Saskia Peru

Onze reis gaat naar het zuiden, de Nazca lijnen. Terwijl onze luxe touring-bus zoeft over de weg door droog en kaal landschap, reden ooit mijn ouders daar ook in hun witte VW-kever. Op weg naar de beroemde lijnen met nauwelijks een toerist. De woestijn lag destijds nog vol met schedels, potscherven en stukjes stof. Sieraden ook. Een Walhalla voor kunstschat-rovers…

Mijn ouders klommen een stuk de berg op om een glimp van de figuren op te vangen. Of zetten de auto aan de kant van de weg en liepen de woestijn in. Zo vanaf de grond zagen ze lang niet alle figuren. Wij wel. Vanuit onze comfortabele stoel kijken we uit het raampje terwijl het vliegtuigje scherpe bochten draait zodat iedereen in de lijnen haarscherp de prachtige figuren ziet. Langgekoesterde fragmenten uit ietwat vergeelde fotoboeken komen na jaren ineens volledig in beeld: de aap, walvis, boom, papegaai, astronaut, spin, …

Na Nazca rijden we naar Arequipa. Ik herinner me deze stad vooral uit de vele lof beschrijvingen van de steile keien-straatjes en de Misti vulkaan die over de stad waakt. Een stad altijd in de zon. Wat een tegenstelling tot het grijze Lima dat we achter ons hebben gelaten.

De Andes lonkt in de verte en Arequipa is dé uitvalsbasis naar de prachtige en veel minder bezochte Colca Canyon. Waar alpaca’s en lama’s grazen en waar vrouwen in kleurige rokken op markten hun koopwaar aanbieden. Waar vulkanen in de verte puffen, de condor leeft en zweeft en waar in de regenmaanden een kolkende rivier door de vallei buldert. Die beelden herinner ik me nog: de chocolade rivier noemden we het. Samen met dat eeuwige panfluit deuntje van El Condor Pasa waar ik mee opgegroeid ben. Ik wilde het zien, ruiken, horen, voelen en proeven.

Na de diepten van de Colca Canyon, stond het Titicacameer op het programma. Toen pap en mam erheen voeren in de jaren 70, waren zij de attractie. Nu vormen deze drijvende eilanden van riet en hun bewoners een hoogtepunt van een reis door Peru.

Ondanks de dagelijkse stroom van toeristen, worden we allerhartelijkst ontvangen. Helemaal als ze horen dat ik in Peru geboren ben. We brengen twee bijzondere nachten door bij een familie. Ze koken voor ons, feesten met ons en stoppen ons ‘s avonds in onder een laag van vijf dekens van alpacawol. Want nee, verwarming is er niet. Een blik door het raam biedt uitzicht op een schitterende sterrenhemel. De tijd staat even stil. Letterlijk.

Onze reis gaat verder. Op zoek naar nog meer herinneringen. Uiteraard bezoeken we Cuzco en de Heilige Vallei van de Inca’s. Doen we zelfs iets wat mijn ouders überhaupt niet hebben gedaan: mountainbiken op de hoogvlaktes van de Andes via de intrigerende cirkelterrassen van Moray naar de zoutbaden van Maras. En bezoeken we een plek, dé plek, waar mijn ouders wel, maar ik nooit eerder gelopen heb: Machu Picchu.

We doen niet de hele Incatrail, een compromis dat we moesten sluiten met de factor Tijd. Bij kilometerpaal 101 stappen we uit de trein en leggen de laatste dag-klimtocht naar Machu Picchu te voet af. De trein van pap en mam is inmiddels vervangen voor een luxueuzer exemplaar, de rest is van de route is – op alle mede-toeristen na – nog identiek.

De hele dag is het stevig klimmen in de felle ochtendzon en een paar uur later in de regen met als hoogtepunt aan het einde van de dag dat beroemde uitzicht. Machu Picchu vanaf de Intipunku, de zonnepoort vanwaar ook de Inca’s hun stad betraden.

Mijn zoektocht naar de plekken van oude vergeelde foto’s met mijn tante en moeder erop kan beginnen. Maar waar begin ik? In de jaren ‘70 mocht iedereen gewoon kriskras door en over het hele complex lopen. Op de ruïnes klauteren. Nu niet meer. Uiteindelijk vind ik de plek met 95% zekerheid terug. Vlakbij de Zonnetempel. Ik krijg kippenvel. Zussen toen, zusjes nu.

Van de koele duizelingwekkende hoogte van Machu Picchu vliegen we naar de warme vochtige selva: de Amazone. Op zoek naar kleurige papegaaien, brulapen, capybara’s, luiaards en hopelijk een jaguar. Het is een lange tocht, zeven uur varen maar dan komen we in het donker aan. Diep in de jungle.

Vijf dagen lang loop ik net als mam over wiebelige bruggetjes, ontwijk ik het leger aan mieren op smalle paden en luier heerlijk in een hangmat in de namiddag. Vijf nachten, hoor ik net als pappa, de brulapen in de bomen, krijsende ara’s in het laatste avondlicht en het aanzwellend koor van insecten in de duistere nacht.

En dan zijn de drie weken om. Gevlogen. En moeten wij weer terug naar ons thuis in San Diego. Maar wat was dit een fantastische trip, zo ver terug te kunnen reizen in je kindertijd. Met mijn eigen kinderen. En te realiseren dat het klopt: home is where the heart is. En te voelen dat mijn hart niet enkel klopt op één plek. Dat is pure rijkdom.

mm
Hi! Ik ben Saskia en woon sinds kort in San Diego, Californië na jaren in Chicago en Engeland te hebben gewoond. Ik ben fulltime moeder, schrijfster, dichteres en fotografe. Een kinderboekenserie vordert gestaag. Voor De Wereldwijven blog ik over ‘emancipatie’ dat in een ontwikkeld land als de VS nog een lange weg heeft te gaan: seksualiteit, ras, sociaal-, en culturele achtergrond, armoede en geloof.