Afgelopen november was ik op het Indonesische eiland Siberut, waar ik tien dagen verbleef bij de Sakkudei, een stam die geheel zelfvoorzienend leeft in het oerwoud. De Sakkudei geloven dat alles en iedereen een ziel heeft, en ook dat deze zielen bezit kunnen nemen van een ander; iets waar we tijdens een aantal nachtelijke trance dansen getuige van mochten zijn.

Een stukje Sakkudei-ziel lijkt ook in mij te zijn achtergebleven: gedachten over hun levenswijze en wat we daarvan kunnen leren laten me niet los. Ook vraag ik me af hoe de stam terugdenkt aan ons bezoek. Heeft het hen ook wat gebracht, of zijn wij als toerist juist onderdeel van een moderne wereld die hun cultuur uitbuit en beschadigt? Tijdens mijn bezoek en erna probeer ik op deze vragen een antwoord te krijgen.

Kinderen van het bos of politieman of dokter

Gelukkig spreken sommige stamleden een beetje Indonesisch, en kan ik zonder gids met ze praten om uit te vinden hoe ze tegen het ‘moderne’ leven aankijken. Er is een duidelijke tweedeling onder de zonen van onze gastheer en stamhoofd Teu Reppa. Twee werden net als hun vader kerei (sjamaan), hun kinderen groeien op in het bos. Twee anderen kozen ervoor te verhuizen naar een dorp: zoals Paulus, die wil dat zijn kinderen modern onderwijs krijgen. Van de stam spreken die kinderen het best Indonesisch, en ik vraag ze naar hun toekomstplannen – wat willen ze worden?

Flora van twaalf weet het wel, ze wil dokter worden, zodat ze haar familie kan behandelen. Nichtje Adriana, ook twaalf, twijfelt nog, en giechelt veel. Flora pest haar; Adriana heeft niet meer ambitie dan het bereiden van de sago – de traditionele rol van een Mentawai vrouw. Broertje Patrisius van negen wil politieman worden, maar zijn zus lacht ook hem uit; daar is hij veel te stout voor. Op zondagmiddag lopen deze kinderen terug naar hun moeders in het dorp, op tijd voor school op maandag. Ze lopen alleen, drie uur door dichte jungle; ook zij zijn nog kinderen van het bos.

De rest van de stam spreekt alleen de Mentawai taal, naar de toekomstplannen van de andere kinderen kan ik dus niet direct vragen. Zij zijn duidelijk thuis in de jungle, ze kunnen niet schrijven of rekenen, maar zijn handig met een machete. Ze buitelen door de rivier, helpen met water dragen, hun speeltuin een natuurlijk paradijs. Deze kinderen lijken gelukkig in het bos, al kijken ook zij verlekkert naar YouTube filmpjes en foto’s van zichzelf op onze telefoons.

Hoe lang duurt het nog voordat hier een mobiel netwerk en telefoons komen waarop ze zullen zien hoe de rest van de wereld leeft? En: is dat erg?

Is het toerisme een noodzakelijk kwaad?

We merken keer op keer dat we weinig woorden nodig hebben om ook met deze mensen een relatie op te bouwen. We zingen en rijgen kralen met de kinderen, masseren de ouderen, delen medicijnen uit. De omhelzingen en tranen bij ons afscheid bewijzen dat iets ons nu verbindt. Maar wat zou de stam verder aan ons bezoek hebben gehad?

Teu Reppa ontvangt af en toe, ongeveer eens per jaar, toeristen in zijn uma. De stam verdient hiermee geld om kinderen naar school te sturen, of werktuigen en tabak te kopen. Maar we brengen ook plastic afval, mobiele telefoons en zoete snoepjes mee. Maakt onze aanwezigheid niet juist de authenticiteit van de stam onmogelijk? Ik leg de vraag voor aan gids Johan, en voor hem is het antwoord simpel.

Indonesië

Johan groeide op in een vissersdorp op Siberut en woonde een aantal jaren bij deze stam in Attabai, in dienst van een Unesco project op het gebied van onderwijs. Zijn vader was een van de eerste lokale gidsen in de jaren negentig van de vorige eeuw die toeristen meenam het oerwoud in. In de eeuwen daarvoor werden de Mentawai stammen gedwongen te assimileren, eerst door missionarissen, later door de Indonesische overheid: hun geloof was verboden, wie de traditionele tatoeages nam of ceremonies bijwoonde kon in de gevangenis belanden. Iedereen moest een van de vijf staatsreligies aannemen, en het sjamanisme is nog altijd niet als religie erkend.

Indonesië

Toen het ecotoerisme op gang kwam, kwam daar verandering in; de regering begon in te zien dat natuur en cultureel erfgoed ook (economische) waarde hebben. In 1992 werd een groot deel van het eiland een nationaal park: een belangrijke reden dat stammen als de Sakkudei hier nog op deze manier kunnen leven. Op de rest van Sumatra en omringende eilanden zijn traditionele stammen buiten natuurreservaten merendeels verdwenen, het bos is gekapt voor hout en palmolie plantages. Voor Johan is het antwoord op mijn vraag: toerisme heeft deze stammen gered.

Niets doen is geen optie meer

Ook vertelt Johan me hoe met name de vrouwen in de stam ons bezoek zo waarderen. De meeste bezoekers die ze hier ontvangen zijn mannen, en serieuze wandelaars. Dat er een week lang elf vrouwen te gast waren die juist geïnteresseerd waren in hen, en hun dagelijkse beslommeringen, vonden ze geweldig. Een nadeel van traditionele, hechte gemeenschappen, is dat individuele rechten, met name die van vrouwen, soms onder druk kunnen staan – de rol van de vrouw bij de Sakkudei is dan ook iets waar ik graag nog meer over zou leren.

Indonesië

Johan werkt zelf in het toerisme, en om wat bredere visie te krijgen op de problemen die de stammen bedreigen, spreek ik met werknemers van Suku Mentawai, een organisatie die zich inzet voor het behoud van de Mentawai cultuur. Suku Mentawai doceert traditionele gebruiken aan jongeren in de regeringsdorpen waar de meeste mensen op Siberut nu wonen. Nog steeds stimuleert de Indonesische regering de stammen om het bos te verlaten en in dorpen te gaan wonen. Daar worden huizen, scholen en ziekenhuizen voor ze gebouwd.

Indonesië

Het onderwijsprogramma op deze afgelegen eilanden komt uit Jakarta, en is weinig afgestemd op de behoeftes van de mensen hier; werkgelegenheid is voor afgestudeerden minimaal. Zo gauw de Mentawai de rijke voorraad aan eten en materialen die het bos hun biedt niet meer tot hun beschikking hebben, wacht hen vooral armoede. Programma’s zoals die van Suku Mentawai laten het belang zien van passend onderwijs, en hoe je dit kunt inzetten om een bijzondere cultuur levend te houden. Daarmee kunnen ze een stukje van de rijkdom van de Mentawai cultuur teruggeven aan de mensen in de dorpen. Steeds meer dringt een harde realiteit zich aan me op: niets doen en ‘de stammen met rust laten’ is geen optie meer.

Indonesië

Elkaar verrijken

Voorzichtig probeer ik tot een conclusie te komen. Voor een stam als de Sakkudei is het onmogelijk om in de huidige wereld geïsoleerd te blijven leven, op de manier dat ze dat al eeuwen doen. Ze hebben onderwijs nodig, taal en rekenkunde en kennis van de wet, om zich te beschermen tegen illegale houtkappers, hun eigen overheid en anderen die erop uit zijn hen en hun leefgebied te exploiteren. Tegelijkertijd moeten we zorgen dat dat onderwijs aansluit op hun behoeften, en ze hun identiteit kunnen behouden terwijl ze zich ontwikkelen.

Toerisme Indonesië

Ik denk dat zolang toerisme kleinschalig blijft, en opgezet is met respect voor de stammen en hun cultuur, het een positieve rol kan spelen in hun voortbestaan. Als het uitgangpunt van dit toerisme is de stammen te stimuleren zichzelf te ontwikkelen in plaats van ze uit te buiten, kan het bijdragen aan wederzijds begrip. Culturele uitwisselingen kunnen immers beide partijen verrijken.

Indonesië

Er strijden twee zielen in mij

Inmiddels strijden er twee zielen in mij: een moderne, die houdt van alles wat we de afgelopen eeuwen verworven hebben zoals individuele vrijheid, atheïsme, vrouwenrechten, boeken, medicijnen, en het internet waarmee ik met mensen over de hele wereld kan communiceren. En ook zachte bedden, een auto, kaas en vliegreizen. Kasten vol kleren en bakken met speelgoed. Dan is er dat zweempje Sakkudei dat zegt: welke van deze dingen zijn nu echt vooruitgang, welke hebben we echt nodig? Wat is echt belangrijk voor mij en mijn gezin? Kunnen we niet met wat minder toe? Vragen waar ik de komende jaren antwoord op hoop te vinden.

Indonesië

Van de whatsapp berichtjes van Johan weet ik in ieder geval dat ons bezoek op Siberut indruk heeft gemaakt, ze missen ons zoals wij hen missen. Hopelijk kan ik op een dag terug, langer blijven, en veel meer leren. Dit verhaal is nog niet uit.

Indonesië

LEES HIER HET EERSTE DEEL: APENSCHEDELS, WORMEN EN SJAMANEN; DEZE STAM BLIJFT IN MIJN HOOFD RONDSPOKEN…

mm
Selamat pagi, ik ben Karien, geboren en getogen expat, momenteel woonachtig met mijn gezin in Bali, Indonesië. Ik ben schrijfster, en werk aan mijn tweede roman voor volwassenen en een spannend kinderboek. Mijn debuutroman A Yellow House verscheen in 2018, en gaat over het wel en wee van huishoudelijke hulpen in Singapore. Graag vertel ik over onze avonturen bij de Green School en de fascinerende Balinese cultuur op De Wereldwijven.