Ik woon in Kaapverdië, een eilandengroep zo’n beetje honderd kilometer voor de Westkust van Afrika in de Noord Atlantische Oceaan. Vandaag ga ik even naar ‘de landjes’: de stukjes grond die ik dit jaar in bruikleen heb gekregen van twee eiland-vriendinnen, en waar de maïs en bonen en pompoen momenteel floreren.

Met huisvriend Appa en toerista Hilga besluiten we er een dagje van te maken. Al liftend verplaatsen we ons met een passerende auto vanuit ons vissersdorpje naar 800 meter boven zeeniveau. Vervolgens maken we een mooie wandeling langs een paar schitterende uitkijkpunten, zodat onze gast een indruk krijgt van het hele eiland. Dit alles gaat op ons dooie akkertje, want voor Appa en mij is het een welkom dagje uit, en voor de toerista is sowieso alles nieuw. Dus gaan we en passant ook even langs bij Arsène.

Kaap Verdië geiten

Even een bakkie doen

Arsène is de dochter van Luís en Judite. Haar ouders woonden tot vorig jaar bij ons in het dorp: Luís een oude, doorgewinterde visserman en zijn vrouw Judite na een beroerte voor eeuwig aan haar schommelstoel gekluisterd, met uitzicht over zee. Met die mensen heb ik een heel speciale band, maar nu zijn ze vanwege gezondheidsredenen naar hun geëmigreerde kinderen in Amerika getransporteerd, en alles wijst er op, dat we ze nooit meer zullen terugzien. Door de vriendschappelijke banden met haar ouders is dochter Arsène automatisch vriendin, ofwel familia, en die heb je hier hard nodig. Vanaf de Kaapverdische eilanden wordt van oudsher geëmigreerd, omdat het leven hier zwaar en soms uitzichtloos is. De achterblijvers maken er samen het beste van.

We treffen Arsène thuis en doen een bakje koffie; Appa en Hilga in de ‘mooie kamer’ en ik ga zelf m’n koffie bij Arsène in de keuken opdrinken, want zij is daar druk bezig met het koken van de lunch.

Kaap Verdië

De eenzaamheid van achterblijvers

Al gauw zitten Arsène en ik samen wat tranen weg te pinken vanwege het gedeelde gemis van haar vader en moeder. Goed en warm, maar niet minder rauw. Om de boel wat luchtig te houden, vraag ik vervolgens naar de kinderen en het vee, want zo doen wij dat hier op Brava. Jessica, de oudste dochter, heeft dit jaar de middelbare school afgerond en wacht op een studiebeurs. Ze wil in hoofdstad Praia, twee eilanden verderop, de verpleegstersopleiding gaan doen. De jongste dochter zit in het laatste jaar van de lagere school. Weer tranen. “Volgend jaar zit ik hier helemaal alleen thuis, want dan gaat ook Daniëlle de hele dag naar school” Ik klop wat onbeholpen op haar rug en geef nog maar eens een knuffel.

Kaap Verdië

Gepassioneerd geitenboerin

Dan zegt Arsène, zonder duidelijke overgang: “Ik ga m’n geiten verkopen. Dat wordt me te vermoeiend, dat voer plukken elke dag. Ik houd ‘t alleen nog bij kippen.” Nu ben ik, sinds ik op Brava woon, gepassioneerd geitenboerin, dus vraag ik geïnteresseerd naar aantallen en prijs en of ik even een blik mag werpen, want mijn Hollandse koopmansgeest blijft me parten spelen: 15.000 escudos is een mooie prijs voor drie zwangere geiten – ongeveer 50 euro per stuk. En je koopt er drie, maar eigenlijk vijf of zes of zelfs zeven! Samen lopen we haar berg af, naar de geiten- annex kippenstal. De drie dames staan goedmoedig op wat hooi te kauwen en zien er goed uit. We sluiten de koop: ik kom ze volgende week ophalen en neem dan 12.000 escudos en zes kippen -ter waarde van 3000 escudos- voor haar mee. En dan doen we weer een bakkie, beloofd! 

Kaap Verdië
mm
Oi, ik ben Marijke en woon sinds 2012 op het kleinste en meest afgelegen Kaapverdische eilandje Brava. Samen met mijn (ook Nederlandse) vriend bestier ik in het vissersdorp Fajã d’Água onze Kaza di Zaza en maken we actief deel uit van de gemeenschap. Als een echte Kaapverdiaan mis ik m’n overzeese familie, houd ik kippen en geiten en probeer ik van elke dag een feestje te maken.