‘Nou ja, dit hier is alleen voor de señora de servicio.’ Met een opgetrokken neus trekt de makelaar snel de deur van een badkamer dicht. In de keuken blijft ze staan. Ze straalt en wrijft nog maar eens over het aanrechtblad. Het is splinternieuw.

Het appartement is modern, ruim en van alle gemakken voorzien. Ze zou er zelf wel willen wonen, verzekert ze me. Als ze weg is poets ik eerst grondig de kamertjes die bedoeld zijn voor een inwonende hulp. De rest is al smetteloos. Blijkbaar vond men het niet de moeite waard om de kamer voor personeel ook netjes op te leveren. Dat dit verschil metaforisch is voor wat zich buiten onze woning afspeelt, ontdek ik snel.

Geld geef ik zelden, wel eten

Ver hoef ik niet te zoeken om de tegenstelling tussen arm en rijk te zien. Wanneer ik ons mooie appartement verlaat, opent de beveiliger de zware ijzeren poort. Zijn versleten broek is een paar maten te groot geworden. Achter mij sluit hij het hek en ik rij de berg af richting het centrum.

Inmiddels herken ik de vaste bedelaars bij de verkeerslichten. Wanneer ik voor rood stop controleer ik automatisch of de deuren op slot zijn. Een oude vrouw strompelt verrassend snel op mijn auto af en tikt onophoudelijk tegen mijn raam. Haar onderbeen staat in een kromme bocht boven haar enkel. Geld geef ik zelden, wel eten. Deze keer heb ik niets bij me en hou mijn raam gesloten. Als ik door rij slaat ze chagrijnig met een van haar krukken tegen de zijkant van de auto. “Nou lekker dan’ denk ik, ‘een volgende keer kun je het wel vergeten’. Maar ergens begrijp ik het ook wel.

Klagen leer je hier snel af

In Venezuela heeft het merendeel van de bevolking structureel te weinig inkomen om in hun levensonderhoud te voorzien. Op de meeste plaatsen is de armoede schrijnend. Sinds ik hier ben komen wonen is die tegenstelling alleen maar groter geworden. Hoewel ik in Nederland tot de middenklasse behoor, woon ik in Caracas tussen de rijksten van het land. Dit omwille van de veiligheid. Dat voelt enigszins vreemd. Als echte Hollander voel ik meer voor gelijkwaardigheid.

Caracas

Veel van het personeel dat in ons gebouw werkt, komt uit de sloppenwijken. Sommigen hebben al maanden, of zelfs langer, geen stromend water. Ze dragen zware waterflessen mee naar huis. Een van de tuinmannen doet er drie uur over om thuis te komen als de metro weer eens niet werkt. Stel je voor, in die hitte en dan met honger. Klagen over de slechte watertoevoer bij ons thuis heb ik snel afgeleerd. Tweemaal daags een half uur stromend water is in vergelijking met al dat gesjouw een enorme luxe.

Caracas

Vergeleken met mijn leven in Nederland is het voor mij hier soms behoorlijk moeilijk. Ten opzichte van de gemiddelde Venezolaan leef ik echter als God in Frankrijk. Dat zet alles weer in een ander perspectief. Vaak word me gevraagd waarom ik hier nog woon. Ik kan immers direct terug naar Nederland. Een goeie vraag. Nog maar kort geleden was ik even in Nederland. Tijdens een lunch besprak ik met een vriend het toenemend aantal Nederlanders dat onder de armoede grens leeft. Hij onderbrak ons gesprek en zei:

‘Jeetje, die Venezolanen zullen wel van ellende over het balkon willen springen’. Zonder ook maar een moment daarover na te denken, antwoordde ik: ‘Dat is een misverstand’.

Natuurlijk heeft men hier problemen. Echt serieuze problemen, die niet zo één, twee, drie op te lossen zijn. Maar over het balkon willen springen? Het valt me altijd op dat hier minder wordt gezeurd. Men lijkt eerder te berusten in wat er niet op te lossen valt. De focus ligt op wat er wel mogelijk is. Misschien is het ‘bij de pakken neer zitten’ gewoon geen optie. Misschien is er geen tijd om te kniesoren als je wilt overleven. Men is voortdurend bezig om iets te ritselen. Geld/werk, eten, spullen. Venezolanen zijn daarin creatief.

Wat er is, wordt gedeeld

Soms schilder ik met een aantal anderen in een atelier. Het zijn dagen waarvan ik nu al weet dat ze later dierbare herinneringen zullen zijn. Er wordt gewerkt en flink gelachen, ondanks het gebrek aan van alles. Natuurlijk praten we over problemen, maar er wordt ook gedanst en gedeeld. Datzelfde ervaar ik als ik samen ben met vrienden die moeite hebben het hoofd boven water te houden; wat er is, wordt gedeeld. Die saamhorigheid, die noodzaak elkaar te helpen, dat is fijn. Wat goed voelt is ook de voldoening als het lukt om een van de dagelijkse problemen op te lossen. Ik geniet ervan als mijn creatieve brein wordt aangesproken. ‘Is dit er niet? Laten we dan kijken hoe het wel kan.’

Als ik dan weer even in Nederland ben, hoef ik dat niet te doen. Alles doet het gewoon en is al geregeld. Het valt me wel op dat iedereen zo druk is. Alsof mensen voortdurend iets moeten. In gedachten hoor ik Herman van Veen (een lied uit 1979):

opzij, opzij, opzij
want wij zijn haast te laat
we hebben maar een paar minuten tijd
we moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en …

Mijn sociale rijkdom

Misschien ben ik ondanks alle negatieve berichten graag in Caracas omdat ik een sociale rijkdom ervaar. Het herinnert mij aan mijn kindertijd. Toen men nog zonder agenda tijd vond voor een kop koffie en een praatje. In Venezuela heb ik geleerd om los te laten. Dat geldt ook voor mijn zelfbeeld en het idee dat ik altijd iets moet doen. Ha, after all blijk ik toch geen super woman te zijn en kan met die conclusie best leven. Nu hou ik het erop om dagelijks iets goeds te doen. Dat mag iets kleins zijn zoals extra eten koken voor de beveiliger. Of om mensen uit mijn netwerk met elkaar te verbinden. Soms is het niet meer dan een luisterend oor te bieden.

Inmiddels heb ik er weinig moeite mee dat er goeie en moeilijke dagen zijn. Ik hoop nog steeds iets meer bij te kunnen dragen, met een kunstproject bijvoorbeeld. Maar zelfs als dat er niet van zal komen is dat prima. Door mijn leven in Caracas sta ik anders in het leven en ben daarover dik tevreden.

mm
Hola. Mijn naam, Edith, klinkt gelukkig internationaal. Eerder woonde ik in Duitsland en Australië. Sinds een jaar ben ik thuis in Caracas. Venezuela is in een diepe economische en humanitaire crisis. Ik schrijf graag voor De Wereldwijven, omdat ik geloof in de kracht van persoonlijke verhalen. Ervaringen die ontroeren, inspireren en vooral verbinden.