Je hoeft niet lang in Tokio rond te lopen om te merken dat ‘Tokyoites’ op een bijzondere manier omgaan met hun honden. Overal zie je honden met kleren aan en alleen al op de weg van mijn appartement naar het station, wat zo’n 10 minuten lopen is, kom ik zeker zes hondenkappers tegen en minstens zoveel honden-kledingwinkels.

Er gaat veel om in de Japanse huisdierenindustrie namelijk zo’n 3,5 miljard dollar in 2013. Geen wonder ook, want uit cijfers blijkt dat er in 2009 in Japan maar liefst 6 miljoen meer honden en katten zijn dan kinderen onder de 16.

Mijn nieuwsgierigheid is inmiddels danig gewekt en ineens realiseer ik me dat het Japanse ‘hondenvirus’ ook is overgeslagen op twee Nederlandse vriendinnen hier in Tokio. Ik besluit een dagje met ze op stap te gaan en zo word ik ingewijd in de wondere hondenwereld van Tokio. Saillant detail: in de expatcommunity heet een hond niet gewoon hond maar een furbaby.

Klein en pluizig in de mode, adoptie is tweedehands

We beginnen onze trip bij de dierenwinkel. In Nederland is dat een winkel met voer voor de vissen, kattenbakgrit en een rad voor de hamster, hier kun je er enkel hondjes kopen. Grote etalages met vitrines vol puppy’s. De meeste mensen kopen hun nieuwe harige vriend in deze dierenwinkels, die overal in Tokio te vinden zijn. Japanners hebben een voorkeur voor kawaii (schattig), en bij honden is dat synoniem voor klein en pluizig. En ik moet toegeven, in de ene vitrine zit een nog schattiger exemplaar dan in de andere. Je ziet de mensen ter plekke smelten voor zo’n guitige pup, en ik stiekem ook. Er worden dan ook flink wat impulsaankopen gedaan, met alle gevolgen van dien wanneer blijkt dat zo’n beestje toch meer verzorging nodig heeft dan gedacht of blaft en daarmee overlast bezorgt voor de linker-, rechter-, boven- en onderburen in de flat.

De beestjes in deze winkels komen vaak uit wat in de volksmond de puppymill genoemd wordt. Dat is het systeem waarbij teefjes het ene na het andere nest puppy’s moeten produceren om aan de vraag te kunnen voldoen. Dit concept bestaat natuurlijk over de hele wereld, maar in Japan is er een aantal unieke factoren waardoor de puppymill op volle toeren draait. Zo is de vraag tamelijk eenzijdig, namelijk vooral kleine hondjes, omdat Japanners erg klein wonen. Ook is adopteren uit een asiel erg ongebruikelijk; door Japanners worden honden uit een asiel als ‘tweedehands’ en daarmee ‘tweederangs’ gezien en, last but not least, in Japan het soort hond dat mensen willen hebben erg onderhevig aan modetrends. Na een jaar of twee raakt een hondenras, net als kleding, uit de mode.

Het treurige lot van een asielhondje

De populariteit van de hond als huisdier begon in de jaren ’80, toen de film ‘Antarctica’ populair was. Daarin speelden husky’s een grote rol, waarna deze massaal werden gekocht. In de jaren ‘90 was, dankzij Disney, een piek te zien in de populariteit van dalmatiërs. Ook chihuahua’s, teckels en terriërs hebben inmiddels hun ‘5 minutes of fame’ gehad. De nieuwste trend lijken de toy poedels. Veel van deze dieren belanden uiteindelijk in asiels, waar het merendeel een treurig lot wacht (volgens cijfers van Peta overleeft 82% van de honden in een Japans asiel het niet).

Het hondje van een vriendin bleek, nadat ze haar in zo’n dierenwinkel had gekocht, ondervoed te zijn. Dat schijnt vaker te gebeuren omdat ze dan langer klein, en dus schattig, blijven. De dierenwinkels werken met een roulatiesysteem: als de hondjes nog heel klein zijn worden ze in de winkels op de A-locaties neergezet en zijn de prijzen vaak astronomisch hoog, tot wel 1 miljoen yen (ruim 8.000 euro). Worden ze daar niet verkocht, dan worden ze steeds verder naar de buitenwijken gebracht en dalen ook de prijzen. Als een puppy uiteindelijk ook in de verste buitenwijk niet verkocht wordt, loopt het niet goed met ze af…

De hond als aankleedpop

De meeste Japanners zijn echter gek op hun hondje en pamperen en vertroetelen het als ware het hun kindje. Ze maken zich zorgen of het beestje het niet te koud heeft, dus zelfs bij het lichtste briesje krijgt het schatje een truitje aan. Maar deze hondenkleding is natuurlijk vooral een mode-accessoire. En daarin is ‘the sky the limit’. Met Pasen was de trend om je viervoeter in een paashaas-outfit, compleet met konijnenoren, te hijsen. Goed voor een honden-identiteitscrisis lijkt me. Met Kerst zijn er kerstman- en kerstvrouwpakjes. Voor doordeweeks een spijkerbroekje met een trui of bloes; een joggingpakje als het meer casual mag, uiteraard zorgvuldig afgestemd op de outfit van het baasje. Voor speciale gelegenheden is er natuurlijk een kimonootje. Ik heb zelfs eens een stoere motorrijder gezien met zijn hond achterop, compleet in leren motorpakje met bril.

Foto: Hanny Bosker

Ook bij de hondenkapper zijn de mogelijkheden eindeloos. Je kunt hem of haar laten trimmen in allerlei modellen en daarna met een speciale föhn laten ‘opfluffen’. Maar het kan nog exotischer. Zo kun je je hond laten uitdossen met leeuwenmanen, of een draak op zijn rug laten scheren. En dat alles voor een bedrag dat hoger is dan je voor je eigen knipbeurt betaalt. Daarvoor krijg je dan wel een persoonlijk dagboekje mee waarin allerlei wetenswaardigheden over je hond zijn genoteerd, inclusief foto van je hond na zijn knipbeurt.

Foto: Eveline Hamelberg

Massage of een manicure?

Bij de hondenwinkel waar we zijn, in het exclusieve Tokyo Midtown, hebben ze naast kleding ook organisch-biologische hondensnoepjes en hondenwagens waar de gemiddelde kinderwagen bij verbleekt. Het bijzonderst is echter de hondenspa. Ja, je leest het goed, je kunt hier je wollige viervoeter laten masseren, maar ook een behandeling met aromatische oliën behoort tot de mogelijkheden. Er zijn zelfs speciale ‘Doggu Neiru Arto’ salons waar je een hondenmanicure, compleet met kunstig gelakte nagels, kunt laten doen; ook wel gekscherend een pet-icure genoemd. Het kost een lieve duit, maar Bobby en Benji zullen je eeuwig dankbaar zijn.

Een favoriete bezigheid van de meeste hondenbaasjes is om al deze perfecte schattigheid op de gevoelige plaat vast te leggen. Kersenbloesem, herfstkleuren, festivals; er is altijd wel een gelegenheid om je hond bijzonder uit te dossen en te laten poseren voor een memorabel kiekje.

Hondepoep op de stoep? Niet in Tokio!

De meeste huisbazen zijn daarentegen niet zo dol op honden; ze zijn verboden in veel appartementen, en als ze wel welkom zijn, gelden strenge regels. Zo mogen honden vaak niet in de gangen lopen, maar moeten ze in een wagentje zitten en mogen ze geen lawaai maken. In de chiquere appartementengebouwen is er meestal een speciale hondeningang, met daarbij een ‘wasstation’ waar je je hond, nadat hij buiten heeft gelopen, kunt poedelen en afdrogen alvorens hem weer mee naar je appartement te nemen. Laat je je hond uit, dan ruim je niet alleen zijn drolletjes op, maar heb je ook een flesje water bij je om het plasje mee weg te spoelen.

Het is duidelijk: in Tokio zijn de mogelijkheden eindeloos om het je hondje aan niets te laten ontbreken en er wordt ook naar hartenlust gebruikt van gemaakt. Een groot deel van de Tokiose honden ontbreekt het naar mijn mening echter aan díe dingen die een hondenleven een hondenleven maken: rennen, ravotten, in het water springen en heerlijk op een bot kauwen. Maar die eeuwige irritatie in Nederland als je weer eens in de hondenpoep bent gaan staan en je met een stokje die derrie uit je profielzolen staat te pulken, blijft je hier in Tokio gelukkig bespaard.

mm
Hej, ik ben Amanda en ik woon sinds begin 2018 met mijn man en jongste zoon in hartje Tokio. Onze oudste zoon studeert in Rotterdam. Ik heb mijn baan als HR-manager opgezegd om me in een totaal andere cultuur onder te dompelen. Dat bleek een goede keuze en ik geniet volop van mijn leven in Japan. Via De Wereldwijven laat ik jullie graag meegenieten!