Delmi is een alleenstaande moeder. Ze werkt als serveerster in een restaurant. Ze maakt dagen van tien of twaalf uur, zes dagen in de week en daarmee verdient ze een derde van het wettelijke minimumloon. Uitbuiting ten top! En helaas is zij geen uitzondering. Hoe komen vrouwen als zij in hemelsnaam rond in Guatemala, waar het landelijk gemiddelde salaris lager ligt dan het wettelijk minimumloon?

Zoals in de meeste landen ter wereld, is het ook hier in Guatemala praktisch onmogelijk rond te komen van een minimumloon. En hoewel een gedeelte van de bevolking een goede baan met genoeg inkomen heeft om comfortabel van te leven, is dat voor de meerderheid niet het geval.

En het wettelijk minimum loon?

Het reële gemiddelde loon, ligt (naar een ruwe schatting van CACIF) rond de helft van het wettelijke minimumloon. Het probleem is vooral dat het overgrote deel van de bevolking, naar schatting zo’n 70%, werkzaam is in de informele sector, zonder een getekend contract, zonder sociale voorzieningen en waar lonen een kwestie van vraag en aanbod zijn.

Kijk naar de dames die van deur tot deur gaan om kleren te wassen. De meisjes die op de markt met de hand honderden maistortillas per dag staan te maken. De mannen die met een machete het gras ‘maaien’ in de brandende zon. De kindjes die op straat schoenen poetsen of snoepjes verkopen. Maar ook échte banen die beter geregeld lijken: serveersters, schoonmaaksters, vissers, kappers, monteurs, schilders, noem maar op…

Hard werken voor heel weinig geld en geen enkele zekerheid. Het minimumloon is een illusie en voor velen een onbereikbare mythe.

Hoe doe jij dat dan?

Wij hebben voor hier geen absurd hoog inkomen. Ik ben geen goed betaalde expat en ik heb ook geen loon, uitkering of pensioen vanuit elders. Mijn Guatemalteekse man en ik moeten rondkomen van onze lokale verdiensten.

Natuurlijk hebben wij een aantal jaren in Europa gewerkt en dat geld op een slimme manier hier geïnvesteerd, dus daarmee hebben we zeker een voorsprong. Ik ben ook gefascineerd door simpel leven, consuminderen en het-doen-met-wat-je-hebt, dus dat maakt dat we op veel vlakken economisch leven. En we hebben (bewust) geen kinderen en dus ook niet de zorgen en kosten van opvoeding en scholing.

‘Het klinkt als bittere ellende wanneer de mensen niet eens genoeg verdienen om eten te kopen! Daar wil je toch niet tussen wonen? Dat is toch hartstikke deprimerend?’

In bepaalde delen van Guatemala is dat ook zo: pure ellende, armoede en honger. En het is voor mij makkelijk gezegd, maar ik ben dan ook heel blij dat wij dáár niet wonen. Ik zou er, denk ik, niet tegen kunnen. Ik zou me heel schuldig voelen om het simpele feit dat ik wel te eten zou hebben.

In het dorp waar ik woon is dat gelukkig niet het geval. Vaak heb ik juist het tegenovergestelde idee. Hier worden steeds meer fraaie huizen gebouwd. Wanneer we naar een cafeetje gaan, staat er een goede fles whisky op tafel. Verjaardagen en quinceaños worden uitgebreid gevierd. Voor die verjaardagen wordt er ook het nodige uitgegeven aan haarextensions, kunstnagels, merkkleding, parfum, toch allemaal écht wel luxe producten. Mensen die je amper of niet ziet werken, lijken vrij relaxed te leven. Niet super rijk, maar ze komen ook zeker niet om van de honger.

Waar doen ze het dan van?  

Bijna iedereen die ik ken heeft wel één of meer familieleden in het buitenland. En dan vooral in de Verenigde Staten. En die ver weg wonende familie: dát is een mega bron van inkomsten voor Guatemala. Want familie helpt elkaar!

Toen mijn man en ik in Europa woonden, stuurden wij ook maandelijks een bedrag naar zijn ouder wordende moeder. Zij kan niet meer werken, maar heeft ook geen enkel recht op een pensioen. En zo zijn er natuurlijk velen…

En alle banken spelen er handig op in. Iedere bank heeft wel een handig plan om je remesas binnen te halen. Vooral de reclame van Banco Industrial is een mooi voorbeeld: jonge handen die vanuit de VS het geld doorgeven aan oude handen in Guatemala. De dollars worden onderweg omgezet in quetzales.

Guatemala
Foto: Ingeborg Deijkers

Draaien op buitenlands geld

De economie van Guatemala is in grote mate afhankelijk van het geld dat emigranten terug sturen richting hun achtergebleven familie. Ter vergelijking: deze inkomsten komen overeen met 80% van de landelijke opbrengsten vanuit de export business!

De afgelopen jaren bleef het bedrag ieder jaar groeien. In 2019 heeft Guatemala een record bedrag in remittenten ontvangen. In oktober al werd de historische grens van één miljard Amerikaanse dollars overschreden.

En dit alles wordt natuurlijk direct lokaal uitgegeven: in winkeltjes en bedrijfjes van mensen die wellicht geen familie in Verweggistan hebben. Iedereen profiteert, hartstikke mooi! Of zoals de landelijke krant Prensa Libre kopte in November 2019: ‘De economie in Guatemala glimlacht dit jaar dankzij de bouw en de remittenten.’

Dus ze redden het allemaal wel

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat dat er niets moet verbeteren in Guatemala. Ieder jaar worden meer Guatemalteken gedeporteerd vanuit de Verenigde Staten, omdat zij daar illegaal verblijven. Wanneer één van deze gelukszoekers dan gedeporteerd wordt, betekent dat meestal niet alleen dat hij of zij terug moet zonder inkomsten, maar ook dat de inkomsten van een hele familie drastisch verminderen.

Dus lekker geld blijven sturen?

Voorlopig zal deze geldstroom niet ophouden, maar er is natuurlijk wel een grote afhankelijkheid van vooral de Amerikaanse economie op deze manier. Guatemala moet een land worden, waar het interessant is om te investeren. Dat zal nu nog niet snel gebeuren met de corruptie, drugshandel, geweld en het politieke systeem waar het nu nog mee te kampen heeft.

Dat is namelijk de reputatie die Guatemala in het buitenland heeft en er zal hard gewerkt moeten worden aan vooruitgang en ontwikkeling, zodat Guatemalteken niet meer afhankelijk hoeven te zijn van een emigratiestroom van familieleden, maar binnen hun eigen land fatsoenlijk de kost kunnen verdienen.

mm
Buen dia, ik ben Ingeborg. In 2004 kwam ik voor het eerst in Guatemala en ik wilde eigenlijk niet meer weg! Mijn Guatemalteekse man en ik hebben tussendoor nog een aantal jaren in België gewoond, maar we hebben uiteindelijk besloten dat we toch het liefst in ons ietwat geïsoleerde dorp Livingston wonen. Ik probeer zo duurzaam mogelijk te leven in een cultuur waar dat helemaal (nog) niet belangrijk gevonden wordt… hopelijk doet een groen voorbeeld volgen!