Je kunt veel zeggen over mijn huidig leven in Libië, zeker ook dat mijn wereld op zijn kop staat. Ik ben dan ook geregeld met mezelf in gevecht als Europese vrouw in een moslim-land in Afrika. Ik stel mijzelf voortdurend vragen. Kloppen mijn waarden wel? Kloppen mijn gedrag en mijn gedachten met hoe ik hier leef? Waarom ik mij dat afvraag? Dat zit zo.

Ik ben opgegroeid in het tijdperk ‘een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. Mij is geleerd dat je onafhankelijk moet zijn, zelfstandig en op je 18e de deur uit. Dat individuele aspect ‘voor jezelf zorgen’ is diep in mij geworteld maar ik woon en werk in een land waar het juist zo normaal is dat anderen er voor je zijn en voor je zorgen. Of men je nu goed kent of pas net heeft ontmoet. ‘Is alles goed? Heb je iets nodig?’, vragen die ik nu jaren hoor. Geen loze vragen, ze krijgen altijd een vervolg met een werkelijk aanbod of een gift.

Geen wederkerigheid nodig

Ik heb mezelf er echt in moeten trainen om erop te vertrouwen dat het geen gift is met verwachting.

Mensen geven gewoon, er is geen wederkerigheid. Ik mocht dat al ervaren in de tijd dat ik zelf diverse bezittingen en geld had, maar juist nu, nu ik ‘minder’ heb, valt het me nog meer op en ervaar ik het soms als ‘zwaar’. Het is zwaarder omdat ik het vanuit mijn diepste zijn eigenlijk niet wil. Ik kom tenslotte uit een cultuur waar het niet gewoon is om te geven. Maar soms heb je het nodig en nog belangrijker, een afwijzing geeft de gever juist een zwaar gevoel. Die weet toch dat ik niets heb en iedereen heeft toch behoeftes? Hoe moet ik hier dan toch een balans in vinden? Voor mij is dit nog dagelijks een uitdaging, eigenlijk een dagelijks gevecht. Want wat heb ik eigenlijk nodig? Niet meer dan benzine in mijn auto, zodat ik naar vrienden kan voor eten. Internet is ook erg fijn, maar kan ik ook weer oppikken bij vrienden.

Respect is voor iedereen

Na mijn deportatie is het verkrijgen van een baan, een inkomen erg lastig. Dat spook blijft rondwaren. En de huidige situatie in Libië maakt het ook niet erg makkelijk om trajecten op te zetten voor verandering of vernieuwing. Denken en dan ook nog werken aan een toekomst is wel heel erg moeilijk. De hoofden van mensen staan er niet naar. Dit zitten vol met overleven in het nu. Wel ben ik blij dat er iets van verandering lijkt aan te komen.

Eén van de vele redenen van mijn emigratie naar Libië was voor mij: het leren van dat andere leven. Van de waarden die ik heel erg belangrijk vind, maar in de praktijk minder en minder in de Nederlandse samenleving tegen kom. Of het nu gaat om respect voor elkaar of het helpen van elkaar. Het alleen of samen leven. Waar in Nederland meer en meer aangegeven wordt dat je respect moet verdienen, is het hier in Libië nog heel gewoon. Iedereen behoort respect te geven en te krijgen. Er wordt in principe geen verschil gemaakt. Natuurlijk heb je ook hier te maken met ‘mensen’ en zie je in de praktijk wel verschil, maar vanuit culturele en religieuze waarden hoort iedereen respect te geven en te krijgen. Daar is geen discussie over.

Geven maakt blij

Prachtig blijft het ook hoe men geeft aan kinderen. Ook totaal onbekende kinderen buiten op een plein of winkel. Terwijl ik schrijf zie ik een ober een graai in een vitrine doen om daarna een partij Twix in de handen van de kinderen te zien verdwijnen die net het café verlaten. De verkoper ziet een kind voor hem dat helemaal gelukkig is met de aankoop. Althans met wat hij gepakt heeft. Als de man vraagt het geld te zien of het genoeg is, zie ik dat dat niet zo is, maar de verkoper reageert helemaal enthousiast. Helemaal prima dit. Of de jongeman die een suikerspin op het plein in het centrum van de stad koopt en aan een kind geeft. Een motorrijder vraagt of de jongen achterop mag. Wat zeker mag. Als ik vraag of hij het kind kent, blijkt dit niet het geval te zijn. Het is alleen leuk om de lach op zijn gezicht te zien en iets te geven. Normaal toch. Voor hem en ieder hier in Libië inderdaad normaal. Is het in Nederland ook normaal?

Geen cent te makken en toch voelt het goed

Hoewel de wereld ook op Libië een ‘geldstempel’ heeft gedrukt en Libiërs natuurlijk net zoals iedereen van geld houden, ervaar ik ook dat men er hier tegelijkertijd niet om geeft. Zo geeft men gul aan bedelaars langs de weg en vreemden die het moeilijker hebben. Of het nu gaat om de rijke of de arme, men geeft en heeft het vertrouwen dat als je zelf hulp nodig hebt het ook wel ergens vandaan zal komen. Een waarde die zijn oorsprong kent in het geloof, het vertrouwen in God.

Mijn auto heeft vorig jaar bijvoorbeeld een tweede leven gekregen door de vrijgevigheid van een onbekende. De motor had het begeven. Terwijl ik mijn auto aan het verkopen was, wilde hij mij geld lenen om de auto te laten repareren. De volgende dag was de nieuwe motor geregeld. De lening? Ach, die zou ooit wel terug betaald worden… Het geld deed er niet toe, van groter belang was dat ik mijn vrijheid, mijn mobiliteit behield.

En zo had ik ook een ervaring met een man uit Niger. Ik woonde een tijdje in een huis van een Libiër en hoefde geen huur te betalen. Ik had geen cent te makken in die tijd. Er woonde tijdelijk een man uit Niger die de eigenaar al jaren kende. Wij hoefden beiden geen huur te betalen. Alleen had de man uit Niger wel een inkomen en bleef er bij mij op aandringen dat ik geld van hem aannam om wat te kunnen kopen. Het voelde ongemakkelijk en vreemd. Ik had immers eten voor die dag en voor morgen. Daarna zou ik wel weer verder zien.

Ik ben de rijkste persoon op aarde

Mijn leven is in Libië heel anders dan ik als Nederlandse geleerd hebt. Voelt dat altijd goed? Nee niet altijd. Tegelijkertijd is dat juist zo leerzaam. Zowel wat mij persoonlijk betreft, als hoe gewoon het is voor iedereen in Libië om te geven en anderen te helpen, ook voor diegenen die niets hebben. Het vanzelfsprekende, dat is zo ongekend en zo puur! Ik durf dan ook zonder schroom te zeggen dat ik de rijkste persoon op aarde ben, ook al bezit ik geen cent.

mm
Salaam Aleikum, mijn naam is Yvonne Snitjer en ben een gelukkige vrouw. Levend met de nodige uitdagingen, maar met de kennis te zijn omringt met zes miljoen prachtige en zeer behulpzame mensen in Libië. Ik leer graag van hen, maar deel tegelijk graag mijn kennis als verandermanager met hen. Met de focus op de mens. Tenslotte geloof ik daar in.