Eerder schreef ik hier over de lege straten van Milaan in augustus, als iedereen de warme stad is ontvlucht. Vandaag kijk ik uit het raam en zie ik een vergelijkbaar beeld. Maar dan in maart. En mensen zijn niet zozeer de stad uit – hoewel niemand precies weet hoe groot de exodus dit weekend is geweest – maar zitten thuis. In ‘zelf’ quarantaine omdat het Coronavirus is geconstateerd of ze klachten hebben, of – veruit de meesten – omdat ze gehoor geven aan de oproep #iorestoacasa #ikblijfthuis.

Alleen zo maken we kans deze epidemie in te dammen. En dat dat hard nodig is, dat is me inmiddels wel duidelijk. Hoe snel het kan keren. En wat dat met je eigen zorgen, gedachten, handelingen doet. En met de samenleving als geheel. Een kleine terugblik van deze ‘Milanese’ op de afgelopen weken.

Zondagochtend 2,5 week geleden: “Is dit niet overdreven?”

We zijn net terug van een weekje in de bergen in Zwitserland. Als ik mijn telefoon aanzet zie ik de berichtjes uit Nederland. “Goh, gaat het wel goed daar? Kun je nog naar buiten? Wees je wel voorzichtig?” De avond ervoor had de Italiaanse overheid aangekondigd dat de meest besmette dorpen op slot gingen. De burgemeester van Milaan besloot alle scholen, universiteiten en sportgelegenheden te sluiten. Bars mochten alleen aan tafel serveren en moesten om 18.00 dicht. Er was op dat moment nog geen enkel geval van Coronabesmetting in Milaan bekend.

Wij verbaasden ons dan ook over deze maatregelen in Milaan. Was dit proportioneel of was dit meer gericht op politiek indekken? Dat laatste is niet ongebruikelijk en ook niet onbegrijpelijk, maar met grote gevolgen voor de levens van vele mensen, de economie en waar ik me op dat moment het meeste zorgen over maken: de paniek, daarmee gepaard gaande stormloop op maskers en amuchina (handgel) en het racisme jegens mensen met een Chinese achtergrond (of Chinees) ogend. Ik stelde mijn vrienden en familie dan ook gerust: het valt allemaal nog mee.

De woensdag erop: Enige ontspanning

Van de ene op de andere dag leek de media een andere koers te varen. Nu werd er benadrukt dat we vooral rustig moesten blijven. De Wereldgezondheidsorganisatie deed een oproep aan Italië tot kalmte. Ook politiek kwamen er kleine wijzigingen in de koers. Bars mochten weer langer open, volgens een vriend van ons omdat “de revolutie anders niet ver weg was” – Milaan zonder aperitivo is immers als Amsterdam zonder grachten. De humor werd erin gehouden, zoals Italianen zo goed kunnen. Gifjes en filmpjes gingen rond via whatsapp. Natuurlijk deden we voorzichtig, wasten onze handen en hielden afstand, maar echt grote zorgen hadden we nog niet. De cijfers leken nog mee te vallen, al was het al duidelijk dat zeker oudere mensen flink risico liepen. En laten Italiaanse ouderen nou juist zo bijzonder actief zijn en met velen…

Week 2: stabiele stijging en rode zones

Hoewel de situatie er niet op vooruit ging en de rode zones steeds roder en groter werden, was de verwachting dat met de maatregelen en verbeterde aanpak het aantal besmettingen omlaag zou gaan. Ondertussen ging het werk en leven gewoon door: ik als freelance vooral thuis en af en toe in de (vrijwel lege) co-working space, mijn partner moest naar kantoor

Thuiswerken is nog heel ongebruikelijk hier, iets waar ik me steeds weer over kan verbazen. Intussen werden de eerste gevallen in Nederland bekend en werden mensen uit Italië steeds minder welkom in de rest van de wereld: een rare gewaarwording. Een groep van 900 studenten op vakantie in Italië hielp de beeldvorming niet. Tijd om mijn opdrachtgevers te benaderen of zij al beleid hadden. Ik had immers drie workshops gepland in Duitsland en Nederland. De Duitse organisatie vroeg twee weken quarantaine, de Nederlandse had nog geen beleid. Hoe laag het risico statistisch gezien ook was, ik was zelf inmiddels tot dezelfde conclusie gekomen: zonder zelfisolatie geen mensen zien, laat staan workshops faciliteren.

Afgelopen zaterdagnacht: en nu is het menens.

En toen ging heel de regio Lombardije op slot. Ondanks de cijfers – inmiddels waren er bijna 6000 besmettingen bekend en 233 doden – hadden we dit niet verwacht. En zou het helpen? Het vage decreet zonder consequenties hielp in ieder geval niet: een ware exodus ontstond van de vele Zuid-Italianen die in Lombardije wonen, met gevaarlijk volle treinen en stations als gevolg. Dacht ik eerder dat maatregelen mogelijk wat overdreven waren, nu stoorde ik me aan het gebrek aan daadkracht en logica. Als je het doet, doe het dan goed! Twee dagen later gebeurde dat alsnog: zonder speciale verklaring mag je officieel niet meer tussen provincies reizen. Als Nederlandse mag ik officieel nog weg, maar echt makkelijk of netjes is het niet.

De afgelopen dagen heb ik dan ook een hoop gewikt en gewogen. Ik had eigenlijk een trip naar Nederland gepland. Het idee ‘vast’ te zitten staat mij – iemand die weinig meer koestert dan haar vrijheid – erg tegen. Ik ben jong en gezond, maar wel 5 maanden zwanger (newsflash!). De gezondheidszorg in Lombardije, die tot de beste in de wereld wordt gerekend, staat op omvallen. Als ik nu zorg nodig heb, om wat voor reden dan ook, wat gebeurt er dan? Tegelijk: ik zou het nooit op mijn geweten willen hebben het virus verder te verspreiden. Want dat is inmiddels tot (bijna) iedereen doorgedrongen: alleen samen kunnen we dit virus indammen. En dat betekent: thuisblijven waar mogelijk en anders minimaal 1 meter afstand houden, bij voorkeur meer.

Dus dat doen we maar. Een bizarre gewaarwording om elkaar zo te ontwijken. De mondkapjes op straat. Mensen bij 18 graden in vol sneeuwstorm ornaat (dat doet me dan wel weer even gniffelen). M’n favoriete koffietentje die de deuren heeft gesloten. Maar het is goed zo en we wachten af. Gisteren bleek dat in 24 uur weer 168 mensen met het virus overleden waren. Moge de maatregelen en het harde werk van heel veel mensen het tij gauw keren. En dit lot Nederland en andere landen bespaard blijven door het nemen van de juiste maatregelen.

Want hoewel paniek me nog steeds een slechte raadgever lijkt, is het wel menens.

mm
Ciao! Ik ben Barbara en woon sinds kort in Milaan, Italië. Nieuwsgierig als ik ben geniet ik van nieuwe plekken, mensen en gebruiken en heb ik een enorme drang deze te doorgronden. En daar heb ik m’n handen vol aan in dit complexe land waar niets is wat het lijkt. Schrijven voor De Wereldwijven biedt me een mooi excuus om op onderzoek te gaan en mensen te spreken die een verschil maken op terreinen die mij aan het hart gaan, zoals vrouwenrechten, migratie en duurzaamheid. Want dat daar nog een hoop te doen is, dat is me inmiddels wel duidelijk.