Sinds 1 januari maakt de United Nations Convention on the Rights of the Child onderdeel uit van de Zweedse wetgeving. Zweden brengt daarmee alle rechten aangaande kinderen in één wet samen met als doel een holistische aanpak voor en een samenhang tussen de diverse onderdelen van de rechten van het kind

Daarmee lopen de Zweden voorop in de ontwikkelingen van de rechten van kinderen, zoals ze dat wel vaker deden. Zo is in het in Zweden al sinds 1979 verboden om kinderen lijfstraffen te geven, op school én thuis. Nederland volgde dit voorbeeld pas in 2007, bijna 30 jaar later! Kinderrechten worden erg serieus genomen hier in Zweden, en terecht, want het is belangrijk dat kinderen goed beschermd worden.

Voortrekkersrol

Ook met ouderschapsverlof neemt Zweden een koppositie in. Voor ieder kind kan een Zweeds ouderpaar 480 dagen ouderschapsverlof opnemen, tegen voor de meesten zo’n 80% van het salaris. Voor elke ouder is 90 dagen gereserveerd, de rest kunnen ze naar eigen inzicht verdelen. Dit royale ouderschapsverlof is ingevoerd in 1974. Generaties zijn ermee opgegroeid, dus de Zweed weet niet beter. Het is, ook voor vaders, geen kwestie van ‘neem ik verlof op?’ maar ‘hoe lang neem ik verlof op?’ De zogenoemde latte-dads kom je overal tegen, hardlopend achter een kinderwagen of met hun kleintje in de draagdoek onderweg naar de speeltuin, om daarna in een café te genieten van hun café latte.

Ben je dan weer aan  het werk en wordt je kind ziek, dan kun je aanspraak maken op VAB. VAB is de afkorting van ‘Vård Av Barn’, te vertalen als ‘zorg voor kind’. Dat wordt betaald, met een maximum van 120 dagen per jaar tot het kind 12 jaar is. In Zweedse bedrijven wordt er, zeker in de wintermaanden als de virussen rondwaren, heel wat ‘ge-VAB-ed’. Februari wordt soms zelfs gekscherend ‘VAB-ruary’ genoemd.

De ontwikkeling van het kind

Door al deze voorzieningen kunnen Zweedse ouders veel tijd en aandacht besteden aan hun jonge kinderen. Er is tijd om met ze naar buiten te gaan (Zweden zweren bij buiten zijn ongeacht het weer) of binnen te knutselen en spelletjes te doen. Kinderen krijgen veel vrijheid om zich al spelend te ontwikkelen en zelf te bepalen wat ze wanneer willen doen.

Van jongs af aan voert niet alleen thuis maar ook op school tussen volwassene en kind de dialoog, onderhandelen en een bewust zijn van rechten de boventoon. De Zweden vinden het belangrijk dat kinderen gelijk worden behandeld en zich vrij kunnen ontwikkelen. Zo worden sinds de jaren ’70 geen cijfers gegeven tot sjätte klas van de Grundskola (lagere school). Dat is het equivalent van de Nederlandse groep 8. Tot die tijd moeten ouders het doen met voortgangsrapportages. Daarna worden wel cijfers gegeven (of eigenlijk letters, want het Zweedse systeem werkt met A tot en met F), maar ook dan zijn de leraren terughoudend in het geven van slechte cijfers. In veel gevallen liever een ‘streepje’ dan een onvoldoende, bijvoorbeeld bij ziekte, afwezigheid of te laat inleveren. Is een onvoldoende echt onvermijdelijk, dan wordt dat vaak vergezeld door een schriftelijke aanbeveling hoe het punt weer opgehaald kan worden. Dit maakt dat Zweedse kinderen behoorlijk van hun stuk kunnen raken wanneer ze in een omgeving komen waar ze minder voorzichtig behandeld worden en niet iedereen gelijk blijkt te zijn, maar ze moeten presteren en concurreren.

De keerzijde van het gelukkige Zweedse kind

Al deze aandacht en bescherming heeft ertoe geleid dat Zweedse kinderen over het algemeen erg gelukkig, zelfbewust en vol zelfvertrouwen opgroeien. Zweden staat vijfde in het overzicht van de VN over ‘Child well-being in rich countries’ uit 2013. Overigens voert Nederland deze lijst aan.

Er zit echter ook een keerzijde aan deze benadering. Regelmatig wordt door ouders en ook op school het niet mogen geven van een, al dan niet corrigerende, tik geïnterpreteerd als het amper meer verbaal of anderszins disciplineren van kinderen. Dit leidt tot zelden ‘nee’ zeggen, geen grenzen aangeven en niet of nauwelijks corrigeren. De Zweedse psychiater David Eberhard schrijft hierover in zijn boek Hur barnen tog makten (vrij vertaald als ‘Hoe kinderen de macht hebben overgenomen’). Hij stelt dat kinderen het meer en meer voor het zeggen hebben in het gezin. Zij bepalen bijvoorbeeld wat er gegeten wordt, wat de vakantiebestemming zal zijn en welk programma wordt gekeken op tv. Het is zeker toe te juichen dat kinderen mogen meepraten en inspraak hebben, maar dat is iets anders dan dat de kinderen beslissen.

Het vergt moed om als ouder ‘nee’ te zeggen tegen de goedgebekte kinderen die de trukendoos opengooien om hun zin te krijgen en die je de wereld gunt, en vervolgens te dealen met de consequenties: dikke tranen, eindeloze zeurpartijen of enorme driftbuien. En niet te vergeten je eigen schuldgevoel, zo stelt Eberhard.

Eenmaal volwassen…

Deze toegevende laissez-faire-houding van ouders en leraren leidt tot een generatie van verwende en soms zelfs arrogante jongeren met weinig sociale empathie en veerkracht. Na enorm gepamperd te zijn in hun jeugd verworden ze vaak tot in het leven teleurgestelde volwassenen die slecht tegen een stootje kunnen.

Mijn taaldocente legde mij uit dat als een Zweed niet wordt toegelaten tot een opleiding, niet wordt aangenomen voor een baan of gepasseerd wordt voor een promotie, dat voor hen geen aanleiding is om beter je best te doen, maar om te gaan kniezen omdat je het niet eerlijk vindt.

Zelf hebben we de arrogantie meegemaakt toen we een rekening gingen openen bij het plaatselijke filiaal van de bank. We werden geholpen door een ervaren medewerker die tevens een jonge, nieuwe collega aan het inwerken was. Nadat we hadden uitgelegd wat we wilden en de bankmedewerker ons de mogelijkheden had voorgelegd werd het tijd een en ander administratief vast te leggen. De bankmedewerker vroeg aan de collega die hij inwerkte of deze het tot zover allemaal begrepen had, waarna de jonge collega bits antwoordde: ‘Ik heb het allemaal prima begrepen hoor, ik heb een goede opleiding en mijn Engels is stukken beter dan dat van jou.’ Ik had ter plekke last van plaatsvervangende schaamte.

Overigens staat Zweden zeker niet alleen in dit dilemma. Het is een trend die je in vele Europese landen ziet, ook in Nederland. Ik pleit ervoor om niet enkel ‘vriendjes’ te zijn van je kind, maar ook de ouderrol te pakken en weer te gaan opvoeden. Daar worden die kinderen later een stuk leuker van!

mm
Hej, ik ben Amanda en ik woon sinds begin 2018 met mijn man en jongste zoon in hartje Tokio. Onze oudste zoon studeert in Rotterdam. Ik heb mijn baan als HR-manager opgezegd om me in een totaal andere cultuur onder te dompelen. Dat bleek een goede keuze en ik geniet volop van mijn leven in Japan. Via De Wereldwijven laat ik jullie graag meegenieten!