Ik zit in een oud wit busje, verlicht door een klein lichtje op batterijen. Het is 2 uur ‘s nachts en het busje staat geparkeerd in een van de velen straten in Paramaribo waar het ‘s nachts wemelt van prostituees en hun klanten. Ik ben hier omdat ik mee werk aan een onderzoek naar HIV infectie bij mannelijke en vrouwelijke sekswerkers in Suriname.

De sfeer buiten is er één van niet gezien willen worden, van verstoppen in de warme nacht. Het taboe rondom sekswerk in Suriname is groot en sekswerkers zijn een sterk gemarginaliseerde groep in deze samenleving. Je steekt je hoofd om de hoek van de deur en groet. Ik schat je dik in de vijftig en dus stukken ouder dan de andere dames die ik deze avond heb zien langskomen. Je hebt een blauwe spijkerbroek aan, een fleurige blouse en je gezicht is subtiel opgemaakt.

Een gespannen gezicht

Ik begin te praten in het Nederlands en na wat pogingen in Spaans en Engels besluiten we de conversatie voort te zetten in het Sranangtongo, de Surinaamse eigen taal. Je neemt plaats op mijn bank en ik leg uit dat ik bloed bij je ga afnemen voor onderzoek naar HIV en naar hepatitis B. Je knikt en zegt dat je je geen zorgen maakt. Je gezicht zegt iets anders. Ik vraag of alles duidelijk is. Er volgt een gespannen knikje.

Daar zitten we dan

De vijftien minuten die we moeten wachten op de uitslag van de test besluit je in mijn bus af te wachten. Je bent de eerste die hiervoor kiest. De meeste vrouwen besluiten tussendoor nog klanten te ontmoeten en later terug te komen voor de uitslag van hun test. Omdat er momenteel geen andere deelnemers aan het onderzoek zijn kun je blijven zitten. En daar zitten we dan. Twee elkaar onbekende vrouwen samen in een oud wit busje, midden in de nacht in het centrum van Paramaribo. Je begint te praten. Ik zak iets onderuit terwijl ik luister naar je verhaal.

Je heet Maria, bent 55 jaar oud en hebt vier kinderen. Je was leerkracht op een basisschool in Venezuela. De crisis heeft gemaakt dat de school waar je werkzaam was gesloten werd. Je echtgenoot is op een dag verdwenen en niet meer teruggekomen. Jij, als alleenstaande moeder, moest op zoek naar nieuwe vormen van inkomsten. Je zoekt werk in Venezuela, dan in Guyana en komt na wat omzwervingen in Suriname terecht. Ook hier ben je niet de enige die werk zoekt en uiteindelijk beland je op de straat, als sekswerker. Je doet dit werk nu zes maanden en het verdient gelukkig genoeg om geld naar Venezuela te sturen voor je kinderen. We praten over de situatie in Venezuela, je kinderen, de toekomst van je kinderen, je liefde voor het onderwijs en het leven hier in Suriname. Je vraagt naar mijn werk, mijn kinderen en dan zijn de 15 minuten om.

Twee streepjes blauw

Ik keer me naar de twee testen die op ons liggen te wachten. Op de sneltest voor de aanwezigheid van het HIV virus kleuren twee streepjes blauw. De test is positief. Van binnen kan ik wel janken. Ik wil nu even geen dokter zijn, ik wil nu even niet de uitslag van de test aan je vertellen, maar het gaat niet om mij. Het gaat om jou en jouw gezondheid. Ik draai me naar je om en geef aan dat de HIV test helaas positief is. Dat het HIV virus in je bloed gevonden is. Dat ik twee andere sneltesten zal afnemen om zeker te weten dat het geen foute uitslag is. Je ogen vullen zich met tranen en zwijgend neem ik opnieuw twee testen af. Je blijft weer in de bus wachten op de uitslagen. Stilte overheerst. Er is geen plaats meer voor het gesprek van hiervoor. Binnen vijf minuten kleuren beide testen blauw. Ook jij ziet de streepjes verschijnen en begint te huilen. Ik leg een hand op je been en zwijg. Wat had ik je ander nieuws willen brengen, je willen zeggen dat jij en je kinderen samen een fantastische toekomst tegemoet gaan. Feit is dat ik dat natuurlijk allemaal niet weet.

‘Hoe moet het met mijn kinderen?’

Terwijl ik goed besef dat de meeste mensen in een vergelijkbare situatie slechts 30% onthouden, praten we over leven met HIV, over infectie, over medicatie. Ik geef je een informatiefolder, een afspraak op de SOA polikliniek en wat telefoonnummers van organisaties die kunnen ondersteunen. Je stelt vragen en ik geef antwoord. Na wat inhoudelijke vragen, stel je uiteindelijk de vraag hoe het nu met je kinderen moet. Ik heb hier geen antwoord op en blijf dus stil. Na 20 minuten vertrek je, terug naar huis, je papiertjes onder je arm.

Ook wij vertrekken naar huis. Het is inmiddels vier uur en de straat is bijna verlaten. Thuis aangekomen zet ik een kopje thee en denk ik aan jou, aan je strijd en aan je kinderen. Ik kan je als dokter helpen met de juiste aandacht, de juiste zorg en de juiste antwoorden op medische vragen.

Ik kan je helaas niet redden van de ongelijkheid in deze wereld en dat voelt behoorlijk klote.

Zoals Maria zijn er nog duizenden anderen. Elke dag word ik geraakt door het verhaal van een patiënt, door de hardheid van hun bestaan. Wat is het leven toch ongelijk verdeeld.

Lieve Maria, ik denk nog vaak aan je. Wat een respect heb ik voor jouw strijd, voor jouw overlevingsdrift. Ik hoop dat het je goed gaat.

mm
Ik ben Rosanne. In 2013 volgde ik mijn man voor zijn werk naar het tropische Suriname. Nu, bijna 6 jaar later en twee prachtige zonen rijker, wonen we daar nog steeds. Als tropenarts vlieg ik naar de meest afgelegen dorpen van dit prachtige land om de bevolking van gezondheidszorg te kunnen voorzien.