Ook in Tanzania zijn nu de eerste gevallen van corona opgetreden. Dat dit niet eerder gebeurde kan te maken hebben met een tekort aan testen, of aan het feit dat er gewoon niet eerder mensen met Corona waren. Het is nu vooral wachten op de verspreiding, die we overal op de wereld zien gebeuren.

Tot op heden blijft de teller steken op vijf, Isabelle uit Arusha en Sallam uit Dar es Salaam behoren tot de eerste corona gevallen. Net als bij misdadigers worden hier de Corona-gevallen met naam en toenaam genoemd…

Tanzania in armoedeval

Ongeveer 80% van de Tanzanianen leeft nog in een landelijke omgeving. Vaak zonder elektriciteit of internet. Zonder stromend water of goede toilet voorzieningen. In dorpjes met grote en kleine huisjes langs een stoffige weg. Met een kerk, met echte of plastic muren, in ieder gehucht.

Medische voorzieningen zijn ook in tijden zonder Corona ontoereikend. Mensen gaan hier dood aan HIV, luchtweginfecties, malaria, tuberculose en hartkwalen. Daarnaast staat Tanzania op de wereldranglijst nummer 9 als het gaat om sterfte door verkeersongelukken. Er gaan hier jaarlijks meer mensen dood door een auto ongeluk dan aan malaria. De gemiddelde levensverwachting is 64 jaar. En aan deze toch al deprimerende cijfers wordt nu corona toegevoegd.

In de safarihoofdstad Arusha, waar ik woon, staat het toerisme nu volledig stil. De komende weken en maanden zal een groot deel van de werknemers in deze sector hun baan verliezen. De schoonmaker in het kleine hostel, de gids in de Serengeti, de boekhouder van het safaribedrijf. Inkomens die hard nodig zijn om hun families te onderhouden. Schoolgeld kan niet meer betaald worden, de huur krijgt een achterstand en bij het ziekenhuis zullen deze mensen worden geweigerd omdat ze de rekening niet vooraf kunnen voldoen. Dat is wat je noemt een echte armoedeval.

Hier hamstert men geen WC papier

Tanzanianen zijn sterk. Flexibel. Veerkrachtig. Een baan is nooit voor het leven, dus ze weten hoe ze moeten overleven zonder inkomen. Ze kennen ellende, in alle kleuren van het leven, en toch blijven ze optimistisch. Hoewel wij dichtbij de grote stad wonen, zijn sommige van onze medewerkers nog nooit in een supermarkt geweest, laat staan dat ze overwegen om wc papier te gaan hamsteren. Alles wat nodig is om te overleven hebben ze in hun directe omgeving. Rijst, mais, groente, fruit, eieren, melk, brandhout. Zeep, in deze tijden ook noodzakelijk, kopen ze bij een lokaal winkeltje. Ruilhandel is nog heel gewoon. De meeste mensen redden zich wel. Dat hebben ze altijd gedaan.

God beschermt de mensen wel…

Maar op deze zondagmorgen maak ik me toch grote zorgen. Ik hoor vanuit verschillende kanten verschillende kerkgeluiden onze keuken binnendringen. Kerkbijeenkomsten zijn sinds een paar dagen verboden, teveel mensen op één plek. Maar goed gelovigen houden zich daar niet aan. De pastor ziet zijn inkomsten direct dalen en blijft daarom toch nog even open. Ondertussen overtuigt hij zijn volgelingen om naar zijn dienst te komen en vooral te doneren. God beschermt hen dan.

Een van onze medewerkers ging tegen ons advies in toch met de lokale bus. In dit soort busjes zitten vaak heel veel mensen, heel dicht op elkaar. Daarom was ze zo verstandig om een mondkapje te dragen. Atheïst! zeiden de medepassagiers tegen haar, en dat is niet vriendelijk bedoeld. Zij droeg een mondkapje en geloofde dus niet in de helende kracht van de Heer. Tja.

Het scheiden van geloof en feiten is in vredestijd al een hele opgave. Ik ben bang dat dat in deze crisistijd onmogelijk blijkt te zijn. Wij hebben hier vooralsnog geen mondkapjes nodig, maar vooral heel verstandige dominees, priesters en pastors.

mm
Hi! Ik woon met mijn man en drie kinderen in Arusha, Tanzania. Ik run hier een lodge, Arusha Villa en organiseert safari’s via mijn bedrijf Good Safari. Daarnaast ben ik betrokken bij allerlei projecten die bijdragen aan een betere wereld. Met mijn eigen bomen project plant ik 10.000 bomen in de omgeving waardoor de zwart-witte franje apen straks via de bomen naar andere bosgebieden kunnen trekken. Ik plaatst prullenbakken langs de grote weg, help dorpen in de omgeving aan water en ben vrijwilliger bij de zwerfhonden opvang. Daarnaast schrijf ik over wat me opvalt in het dagelijks leven in Tanzania.